Er bestaan twee soorten koffiesoorten: de Arabica en de Robusta. Er zijn ongeveer 75 producerende landen die samen 7 miljoen ton koffie per jaar produceren. Hiervan is ongeveer 70% arabica en 30 % robusta.
De koffieplant groeit in een warm en vochtig klimaat. Daarmee zijn de landen op en rond de evenaar de ideale gebieden voor het laten groeien van koffie.
Top 10 producerende landen:
De voornaamste koffieplanten die voor de productie van koffiebonen worden gebruikt zijn de Coffea arabica en de Coffea robusta. Hiervan wordt respectievelijk Arabica- en Robusta koffie gemaakt.
Arabica-koffiebonen worden verbouwd in hoger gelegen gebieden in Afrika en Zuid-Amerika. De bonen geven een milde en aromatischer koffiesmaak en worden vooral gebruikt in de duurdere melanges, zoals goudmerk, dat voor 100% uit Arabica-koffie bestaat.
De belangrijke teeltgebieden voor de Robusta-koffiebonen liggen in tropisch Afrika en Azië. Robusta-koffie is goedkoper te produceren dan Arabica. Robusta-koffie heeft een bittere smaak.
De meeste koffiesoorten zijn melanges van de Arabica- of Robustaboon. Door de verschillende verhouding van deze soorten krijgt de koffie een bittere of juist mildere smaak.
Sommige Nederlandse fabrikanten geven hun verschillende mengsels de namen goudmerk, zilvermerk en roodmerk, waarbij goudmerkkoffie meestal voor 100% uit arabicabonen bestaat, zilvermerk uit 80% arabicabonen en 20% robustabonen, en roodmerk uit 70% arabicabonen en 30% robustabonen. Het verschil tussen de twee soorten koffiebonen zit vooral in de smaak en het cafeïnegehalte: arabicabonen hebben een mildere smaak en bevatten ongeveer 70% minder cafeïne dan de robustabonen, die voor een pittigere smaak kunnen zorgen.
| Arabica | Robusta | |
| Smaak | Zacht, subtiel, hogere aciditeit | Vol, krachtig, crèmelaag, geeft body aan koffie |
| Vorm | Ovaal, "lachende" nerf, groter | Rond, S vormige nerf, kleiner |
| Gebruik | In een blend of als Single Origin | In een blend |