Ondernemers moeten een eerlijke kans maken op een opdracht. Het gaat erom op transparante wijze optimaal invulling te geven aan de inkoopbehoefte van uw organisatie. Door aanbieders te laten concurreren, vergroot u de kans dat u de beste aanbieding uit de markt krijgt. Dat betekent waar voor het geld van de belastingbetaler.
Europese richtlijnen
Bao en Bass
GPA
Nieuwe aanbestedingswet en aanvullend beleid
ARW 2005
Eigen regels
Europees of nationaal aanbesteden?
Goedkeurende verklaring account
De eerste aanbestedingsrichtlijn, de Richtlijn voor Werken dateert uit 1971. Daarna werden in 1993 specifieke richtlijnen voor leveringen en diensten van kracht. De richtlijnen werden aanvankelijk slecht nageleefd door de lidstaten.
Europese richtlijnen hebben geen rechtstreekse werking, ze moeten eerst in nationale regelgeving worden omgezet. Met de omzetting van de richtlijnen in nationale regelgeving kregen aanbestedende diensten een formele aanbestedingsplicht.
In 2004 zijn twee nieuwe richtlijnen in werking getreden: richtlijn 2004/17/EG voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren wateren, energievoorziening, vervoer en postdiensten en Richtlijn 2004/18/EG voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten.
In 2009 is nog een bijzondere richtlijn voor de aanbesteding van opdrachten op het gebied van defensie en veiligheid 2009/81/EG) in werking getreden. Voorheen werden defensieopdrachten onder de andere richtlijnen uitgesloten vanwege het bijzondere karakter van deze aanbestedingen. Het voornemen is deze defensierichtlijn via het wetsvoorstel nieuwe aanbestedingswet te implementeren. Een voorstel van wet is op 11 mei 2011 ingediend.
Richtlijn: Werken, Leveringen en Diensten (2004/18/EG)
Richtlijn: Speciale Sectoren (2004/17/EG)
Richtlijn: Defensie-opdrachten (2009/81/EC)
De Europese richtlijnen zijn nationaal van toepassing via de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen. Ze zijn verder uitgewerkt in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) en in het Besluit aanbestedingen speciale sectoren (Bass). Met de omzetting van de richtlijnen in nationale regelgeving kregen aanbestedende diensten een formele aanbestedingsplicht.
Raamwet EEG-voorschriften
Dossier Bao & Bass
Drempelwaarden Europese drempelwaarden
Op 1 januari 1996 is de Overeenkomst inzake Overheidsopdrachten (ook wel Agreement on Government Procurement ofwel GPA genoemd) binnen de Europese Unie van kracht geworden. Deze overeenkomst is gesloten in het kader van de World Trade Organisation (WTO). Landen die partij zijn bij deze overeenkomst (o.a. de Europese Unie, Canada, de VS, Japan, Israel) moeten elkaar onder bepaalde voorwaarden toelaten op de markt voor overheidsopdrachten.
Agreement on Government Procurement (GPA)
Er is een nieuwe aanbestedingswet in de maak waarmee wordt beoogd een modern kader te bieden voor het aanbesteden. De wet is erop gericht dat u op een transparante en effectieve manier inkoopt tegen de beste prijs-kwaliteitverhouding. Daarbij staat voorop dat ondernemers een eerlijke kans maken op een opdracht. In de aanbestedingswet worden maatregelen opgenomen die:
De wet biedt ruimte om in te spelen op de marktsituatie en het innovatievermogen van het bedrijfsleven. Aanbesteden is maatwerk. Daarom kan niet alles in regelgeving gegoten worden. In aanvulling op de nieuwe aanbestedingswet worden aanvullende beleidsmaatregelen voorgesteld. Deze moeten richting geven aan de praktijk van aanbesteden en verdere professionalisering stimuleren. Dit aanvullend beleid zal in nauwe samenwerking met PIANOo, aanbestedende diensten en ondernemers worden ontwikkeld. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan de uitwerking van een onderwerp als proportionaliteit.
Het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) biedt u een praktische uitwerking van het Bao voor de aanbesteding van werken. De rijksoverheid heeft zich verplicht om bij aanbesteden van werken dit reglement te gebruiken. Het ARW 2005 bevat ook procedures voor nationale aanbestedingen, dus voor aanbestedingen onder de Europese drempel. Decentrale overheden passen het ARW 2005 vaak vrijwillig toe op de aanbesteding van werken (zowel Europese als nationale aanbestedingen). Dit omdat het een praktisch reglement is.
Veel aanbestedende diensten hebben als aanvulling op de verplichte aanbestedingsregels een eigen inkoopbeleid geformuleerd, met daarin economische, sociale en maatschappelijke uitgangspunten. Deze eigen regels hebben mogelijk betrekking op aanbestedingen die onder de Europese aanbestedingsregels vallen, maar ook op aanbestedingen die daar niet onder vallen. Met inkooprichtlijnen geeft u nader invulling aan de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht. Deze bepalen ook bij welke bedragen het opvragen van één offerte volstaat (enkelvoudig onderhandse aanbesteding), meerdere offertes moeten worden opgevraagd (meervoudig onderhandse aanbesteding) of dat de opdracht vooraf openbaar moet worden aangekondigd. Deze aankondiging kan via diverse media plaatsvinden. Bijvoorbeeld via aanbestedingskalender en lokale of landelijke dagbladen. De aard en omvang van de opdracht bepaalt wat passend is.
Als aanbestedende dienst bent u niet vrij in de keuze van de procedure om een opdracht te plaatsen. De inkoop van een aanbestedende dienst is onderworpen aan regels en de beginselen van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie. Deze moeten tot uiting komen in de procedure die u toepast bij het plaatsen van een opdracht. Welke regels u moet toepassen, wordt in belangrijke mate bepaald door de geraamde waarde van de opdracht. Voor de meeste opdrachten met een geraamde waarde boven de Europese aanbestedingsdrempels bent u verplicht een volledige Europese aanbestedingsprocedure te volgen. Bij opdrachten onder de drempelwaarden en bij de aanbesteding van 2B diensten geldt deze verplichting niet. Dit betekent overigens niet dat op deze opdrachten geen regels en principes van toepassing zijn. Voor deze opdrachten volgt u eigen regels, een nationale procedure, of een verlicht Europees regime. Op nationale procedures en bij de aanbesteding van 2B diensten zijn in meer of mindere mate ook de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht van toepassing. Bij een nationale procedure kunt u kortere termijnen hanteren dan de verplichte Europese minimum termijnen. U dient bij nationale procedures redelijke termijnen toe te passen. Wat redelijk is hangt af van de bijzondere kenmerken van de opdracht. De complexiteit van de opdracht bepaalt hoeveel tijd een inschrijver nodig heeft om een inschrijving te doen. De Europese minimum termijnen gelden in ieder geval als redelijk. Opdrachten onder de drempel hoeven niet vooraf in het Europese publicatieblad te worden aangekondigd. Dit geldt ook voor opdrachten met betrekking tot 2B diensten.
Aanbestedingsplicht
Uitzonderingsprocedures: 2B-diensten
Drempelwaarden Europees Aanbesteden
Alle overheden moeten sinds 2005 beschikken over een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening. De accountant stelt daarin onder andere vast of de voorgeschreven aanbestedingsprocedures zijn gevolgd.