Eerst de rijksoverheid en het duurzaamheidsbeleid. 'Er was beleid, er was kritiek, er kwam een advies en een beleidsreactie op dat advies. Houdt duurzaamheid op? Nee, absoluut niet. Het Rijk is zijn duurzaam inkoopbeleid aan het vernieuwen en aan het verbeteren. Ga er dus alsjeblieft in je eigen inkooppraktijk mee door. En professionaliseer steeds meer, ook al is dat lastig in bezuinigingstijd.'
Dat is de kortst mogelijke samenvatting die Wiana Partakusuma, directeur van de interdepartementale programmadirectie Duurzaam Inkoop, als eerste spreker neerzet.
Oftewel: Er werd en er wordt op alle fronten heel sterk aan verduurzaming gewerkt. Maar er zaten ook imperfecties in het systeem met alle duurzaamheidscriteria die het Rijk bedrijven oplegde.
Dat heeft in februari van dit jaar ertoe geleid dat Actal, die waakt voor administratieve lastendruk en daarover de regering adviseert, een kritisch advies uitbracht: duurzaam inkopen zou extra geld kosten en te veel lasten voor het bedrijfsleven opleveren.
Staatssecretaris Joop Atsma van Milieu heeft zich het advies ter harte genomen. Hij wil het instrument graag overeind houden, maar wel anders. Dus vroeg hij het bedrijfsleven zelf, bij monde van de 'vijfhoek' VNO-NCW, MKB Nederland, MVO Nederland, NEVI en De Groene Zaak, hem te adviseren over een aanpak samen mét de markt.
Ook dat advies, met elf aanbevelingen voor een ambitieus duurzaam inkoopbeleid, is intussen ruim bekend. Waar in inkoopbeleid, tot op heden, de focus lag op de eindfase van het inkoopproces en het toepassen van criteria, adviseren partijen om verduurzaming breed te integreren in het inkoopproces van de overheid. Daarvoor is een verschuiving nodig van productdenken naar procesdenken.
'Ga meer de dialoog aan met de markt. Beloon de koplopers. Benut het hele inkoopproces. En maak meer gebruik van de EMVI-benadering, die ruimte biedt voor het meewegen van andere criteria naast de prijs', lichtte Shirley Justice van MVO Nederland toe. Atsma nam het advies gelijk over. Omdat het gaat om professionalisering, om het hogere begrip duurzaamheid en om ambities stellen.
Intussen is het Rijk zelf druk bezig met actualisering. Van de 45 productgroepen hebben tien de actualisatie doorlopen. Die worden binnenkort gepubliceerd. Op PIANOo.nl komt een webpagina waarop iedereen kan zien wat de stand van zaken is. In volgende stappen moeten ook nationale duurzaamheidsambities worden vertaald in praktische inkoopambities.
Vanuit de zaal waren er twee soorten reacties. Ten eerste hoe en wanneer het Rijk gaat monitoren. 'Daarover zijn we nog hard aan het nadenken', luidt het antwoord van Wiana Partakusuma. Want het advies om breder te gaan monitoren (in plaats van te kijken of de eisen wel goed zijn toegepast, red.) betekent dat het Rijk de systematiek volledig moeten herzien. Dat is een kostbare aangelegenheid in een tijd waarin er geen of nauwelijks geld is.
Daarnaast ging de zaal vooral in op de rol van de budgethouder. Duurzaam inkopen is niet de uitsluitende competentie van de inkoper. Wiana Partakusuma kon dat alleen maar beamen: 'Ga naar jullie bestuurders en interne opdrachtgevers. En veranker het duurzaam gedachtegoed in de eigen organisatie. Dat zorgt pas echt voor continuïteit.'
De rijksoverheid neemt sinds kort bij inkopen en aanbestedingen 'social return' als contractvoorwaarde op. Deze maatregel houdt in dat het Rijk bij aanbestedingen boven de 250.000 euro in het contract opneemt dat er bij de uitvoering van de opdracht ook mensen worden ingezet met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Amsterdam heeft hier al langer ervaring mee.
Monique Pellinkhof van het stedelijke projectbureau geeft een reeks voorbeelden waarbij social return met succes is toegepast. Tijdens een verdiepingssessie gaat ze in een levendige discussie met de zaal hier verder op in.