Huib van Romburgh verzorgde de inleiding voor deze bijeenkomst, voor een volledig gevulde zaal. Hij liet zien dat het onderwerp al een lange juridische traditie heeft. Nu is inmiddels duidelijk dat je bij sociale- of milieucriteria bij de gunning gewoon rekening hebt te houden met de eisen van proportionaliteit, transparantie, non-discriminatie en voldoende verifieerbaarheid. Aan die eisen valt ook niet te ontkomen, door het keurmerk toe te voegen aan de contractbepalingen. Het rechtstreeks gebruiken van keurmerken kan naast disproportioneel ook discriminerend van aard zijn. De Europese wetgever heeft bepaalt, dat sociale- en milieucriteria direct gerelateerd moeten zijn aan de opdracht. Wel zou je voor milieucriteria elementen uit een keurmerk kunnen halen en stellen dat degene die over een bepaald keurmerk beschikt in ieder geval aan die criteria voldoet. Bij sociale criteria zijn geen generieke gunningscriteria te ontwikkelen. Dit kan alleen worden geregeld in de vorm van een contractsvoorwaarde.
Dat je met die jurisprudentie nog niet klaar bent, laat het geval van DE/Sara Lee tegen Den Helder en Alkmaar zien. Deze gemeenten kozen voor de uitgangspunten van de Fair Trade Labeling Organization. Daarbij is sprake van een kostendekkend minimum als sociale eis voor de betaling aan boeren. Sara Lee biedt volgens haar keurmerk boeren een leefbaar loon/ leefbaar inkomen. Dat is iets anders. Maar mogen Alkmaar en Den Helder op die gronden de bieding van Sara Lee terzijde schuiven? De rechter in Alkmaar vond van wel. Van Romburgh vindt die uitspraak niet handig. Alleen als je kunt aanvoeren waarom je het verschil tussen deze twee vormen van inkomenssteun van belang vindt voor deze opdracht, zou dat moeten mogen.
Michel Goossen van Sara Lee had de uitnodiging aangenomen om de kant van DE te belichten. Zijn vraag: gaat het om impact of om ideologie? Het bedrijf waar hij voor werkt hecht heel sterk aan goede sociale- en milieucriteria. Sara Lee wil daarin ook steeds een stap verder gaan, en zo de hele sector eraan binden. Zijn betoog is dat gemeenten beide invullingen als gelijkwaardig zouden moeten accepteren. Als iedereen nog maar één keurmerk (of de eisen daarvan) hanteert, betekent dat het einde van de ontwikkeling, dan hoeft niemand meer na te denken. Keurmerken zijn immers een middel met als doel verduurzaming. Of Sara Lee in beroep gaat tegen de uitspraak, kon hij nog niet zeggen.
Nadenken, dat moeten inkoopadviseurs dus nog steeds. En soms iets te veel, valt uit de zaal te beluisteren. Niemand zit te wachten op een wildgroei aan keurmerken. Om daaruit wijs te worden, zou je een aparte certificeringinstantie in het leven moeten roepen. En zijn inkopers wel voldoende toegerust om alle eisen te beoordelen waaraan keurmerken hun criteria ophangen? Gelukkig is VROM bezig met een factsheet, die in zal gaan op de argumenten om tussen verschillende eisen te kiezen. Daaruit kun je als aanbestedende dienst opmaken hoe je binnen duurzaam inkopen met keurmerken kunt omgaan. In ieder geval niet door het onverkort te eisen.
Wouter Stolwijk komt aan het einde van de bijeenkomst terug op de vraag naar 'impact of ideologie'. In zijn ogen is dat een legitieme keuze voor de politiek verantwoordelijken. Die vrijheid moet ook blijven bestaan. Juridische uitspraken maken die discussie niet overbodig. En natuurlijk zou Wouter niet van PIANOo zijn, als hij niet pleitte voor meer kennis en kennisverspreiding op dit gebied. Zoals door de Vakgroep Aanbestedingsrecht van PIANOo. Daar zouden rechters dan weer hun voordeel mee kunnen doen. Voorlopig zullen inkopers nog de nodige tijd moeten blijven steken in de deugdelijke voorbereiding van dit soort aanbestedingen.
Presentatie Toepassen van keurmerken wel of niet? (pdf)
Uitspraak Rechtbank Alkmaar: DE Nederland tegen gemeenten Den Helder en Alkmaar
PIANOo-Vakgroep Aanbestedingsrecht
Dossier Duurzaam inkopen en aanbesteden
Dossier Jurisprudentie