PIANOo-Marktontmoeting Wmo

Ongeveer 150 beleidsmakers en inkopers bij gemeenten, adviseurs en zorgaanbieders op het gebied van AWBZ-zorg hadden zich ingeschreven voor de Marktontmoeting Wmo van PIANOo in de fraaie locatie Mariënhof te Amersfoort op vrijdag 9 december. Met 's morgens deskundige inleidingen van Mark van den Einde van het ministerie van VWS, Nico Dam van Bureau HHM en Jan Telgen en Tim Robbe van de Universiteit Twente, waardoor iedereen min of meer over dezelfde informatie beschikte. In de middag met elkaar in gesprek volgens het beproefde Open-Spaceconcept. Een concept dat leidt tot verrassende kennismakingen. 'Nooit geweten dat er inkopers bij gemeenten met dit onderwerp bezig zijn.' (9 december 2011)

Transitie en transformatie bij de Wmo - De grootste uitdaging voor gemeenten in 2012

Waar gaat het om? Om de decentralisatie van extramurale zorg van de AWBZ naar de Wmo: de begeleiding van 230.000 cliënten. Een operatie die per 1 januari 2013 moet zijn geregeld voor nieuwe cliënten (+ herindicaties) en op 1 januari 2014 voor alle cliënten. Waar naar schatting een bedrag van 2,7 tot 3,1 miljard mee is gemoeid, nog afgezien van de uitvoeringskosten. Het gaat om vormen van begeleiding die essentieel zijn voor de cliënten, waar ze bij wijze van spreken geen dag zonder kunnen. Over te nemen van het rijk, tegen een kwantumkorting van vijf procent.

Drie werelden

Het zijn drie verschillende werelden die elkaar vandaag ontmoeten. Rondom een onderwerp zo complex, dat het velen duizelt. 'Bij de Wmo hadden we te maken met twee producten en ging het al moeizaam. Hoe moet dat straks met 81?' Toch zijn er die niet blikken of blozen. 'We gaan in januari beginnen met twee werkgroepen: één voor de inkoop en één voor de toeloop. Daarna gaan we in tweeënhalve dag met alle stakeholders om tafel zitten om de resultaten te bespreken. En van daaraf zien we het wel. Het wordt vanzelf 1 januari 2013, en dan 2 januari. En ook weer vanzelf 1 januari 2014', zegt een vertegenwoordiger van een gemeente.

Zoveel vertrouwen is er niet bij iedereen. 'Op grond van onze ervaring met de invoering van de Wmo, zien we geen brood in advisering bij deze klus', aldus een deelneemster van een adviesbureau. 'Er is gewoon te weinig tijd om het goed te doen.' Maar ook deze geluiden zijn waardevol op deze bijeenkomst, die iedereen zeer de moeite waard vond. Iemand vanuit de GGZ-hoek verwondert zich over de taal van de inkopers. 'Ik kan niets met ‘specificatie-eisen’. Onze cliënten laten zich niet onder etiketjes vangen, waar je vervolgens een prijskaartje op kunt drukken.'

Samenwerken, samenwerken, samenwerken

Het zijn allemaal voorbeelden van de boodschap die deze dag beheerst: een complexe operatie als deze heeft alleen kans van slagen als de samenwerking tussen de drie werelden goed op gang komt. Er is – in vergelijking met de invoering van de Wmo in 2007 – één groot voordeel: gemeenten zitten niet vast aan strikte aanbestedingsregels. 'De enige echte eis is dat gemeenten moeten publiceren aan wie ze de opdracht gunnen', aldus hoogleraar Jan Telgen. En of ze dat doen door een subsidie toe te kennen of een contract aan te besteden, is niet waar het om gaat. Het kan allebei, maar het belangrijkste is dat je als gemeente moet weten wat je wilt. En dat je daarvoor met elkaar in gesprek moet.

Maar daarmee is het simpele deel wel klaar. Want met wie ga je in gesprek en waarover? En wie houd je op de hoogte van de vorderingen? Wanneer en hoe? 'Wij hebben straks te maken met 90 zorgaanbieders', zegt iemand. 'Met wie moet ik dan gaan praten?' Bovendien vertelt Mark van den Einde namens het ministerie van VWS dat helaas de wet nog niet naar de Tweede Kamer is. Hij verwacht wel dat dit binnen twee weken zal gebeuren. Maar ook dan liggen er nog enkele hete hangijzers, die voor gemeenten essentieel zijn voor hun voorbereiding. Hoe pakken die discussies uit, over het PGB, over het toezicht en over de doeluitkering?

Transitie en transformatie

Eigenlijk gaat het om twee fundamentele opgaven: een overdracht en een verandering. De overdracht – transitie - houdt in dat gemeenten straks ervoor zorgen dat de nu geleverde zorg in 2013 en daarna nog steeds geleverd wordt. Met één verschil: waar nu de cliënten een individueel recht kunnen laten gelden, ligt er straks één verplichting voor gemeenten om te zorgen dat alle burgers mee kunnen doen aan de samenleving. De transitie houdt in dat gemeenten kennis moeten nemen van een hele nieuwe reeks van doelgroepen, met tal van uiteenlopende beperkingen, in steeds wisselende combinaties. Een opgave waarvoor sommige gemeenten willen wachten op de vrijgave van individuele klantgegevens, met wie ze vervolgens ‘keukentafelgesprekken’ kunnen voeren.

Bovendien leveren al die verschillende groepen totaal verschillende soorten begeleidingsvragen op. 'Wij dachten dat vervoer wel eenvoudig zou zijn. Nou, dat viel tegen', zegt de vertegenwoordiger van het adviesbureau dat niet meer wil meedoen. 'Je krijgt te maken met cliënten van wie de één niet door een tunnel durft en de ander alleen bij dezelfde vertrouwde chauffeur wil instappen. Zie dat maar eens te regelen.' Gelukkig is het bureau HHM in opdracht van VWS bezig om de verschillende doelgroepen in kaart te brengen en te beschrijven: Wie zijn het, wat is hun hulpvraag, welk aanbod is er nu en wat is het resultaat daarvan op dit moment? Die informatie staat straks op een website en in een rapport.

Dan de transformatie, de verandering. Dat is eigenlijk een net woord voor de bezuiniging van vijf procent, vinden sommigen. Maar die mening bestrijdt onder meer de VNG: het gaat om een verandering in de manier van kijken naar cliënten en naar hun behoeften. Die roep om verandering wordt in brede kringen van zorgverleners onderschreven. Dit is de gelegenheid om die wens in praktijk te brengen. Dat is het wezen van het beroep op de gemeenten: jullie kunnen veel beter dan het rijk nieuwe vormen van begeleiding realiseren die efficiënter zijn en die ook beter aansluiten op de leefomgeving van cliënten.

Nu of later?

Eén van de middagsessies gaat over de vraag of het mogelijk is om transitie en transformatie te combineren. Of dat het toch verstandiger is om eerst maar te zorgen dat de overgang zonder kleerscheuren verloopt, om daarna te gaan kijken naar nieuwe en - hopelijk -  efficiëntere vormen van begeleiding. In jargon: kies je voor ’beleidsarm’ of ‘beleidsrijk’?

Het woord ‘verandering’ roept bij een vertegenwoordiger van de GGZ de vraag op, of gemeenten wel een idee hebben waar de mensen die nu AWBZ-zorg aanbieden zich mee hebben beziggehouden, de afgelopen jaren? 'Weten jullie wel wat er bij ons gebeurt? Wij denken ook al een tijdje na over hoe wij onze cliënten beter kunnen laten participeren. We zien best mogelijkheden. Voor sommige groepen in ieder geval. Daarvoor moeten we echt met elkaar in gesprek gaan. Wat mij betreft mogen jullie mij ieder moment van de dag bellen. Ook in het weekend!'

Onderhandelen is de kunst

Natuurlijk is de hamvraag: hoe regelen we dit? Tim Robbe van de Universiteit Twente heeft het antwoord. 'Gelukkig mogen jullie als gemeenten onderhandelen met aanbieders.' Voor wie denkt nu rustig achterover te kunnen leunen, heeft hij nog een verrassing: 'Maar onderhandelen is wel veel moeilijker dan aanbesteden!' Alleen gaat het gelukkig wel over de inhoud en niet over de vorm, zoals Jan Telgen, ook van de UT, eerder opgelucht had geconstateerd.

Toch blijft de inhoud lastig te pakken, is de indruk van de discussie die in één van de sessies volgt, over de vraag of gemeenten beter kunnen kiezen voor ‘subsidiëren of voor contracteren’. Wat zijn voor- en nadelen van beide? Wat blijkt is dat er bij sommige gemeenten – en met name bij bestuurders – een lichte voorkeur bestaat voor het subsidie-instrument. Er is veel bijval voor de constatering dat contracten een meer zakelijke verhouding met zich mee brengen. En dat ze dwingen om de opdracht scherp te formuleren. Anderen vinden dat aanbesteden alleen de voorkeur moet krijgen als er voordeel van te verwachten valt. 'Ik besteed mijn geld liever aan zorg dan aan procedures.'

Om de korting van vijf procent op het budget te realiseren, moeten er bij de gemeenten schotten verdwijnen: afdelingen betrokken bij sport, onderwijs en zorg moeten samen optrekken. Maar dat is lastig, zeggen velen. Tegelijk zullen sommige zaken in overleg met andere gemeenten moeten worden aangepakt. Ook een uitdaging. Hoe zien aanbieders dit? 'Wij kennen gebiedsgerichte arrangementen en cliëntgebonden arrangementen. Sommige cliënten kunnen zelf de keuze maken wat ze nodig hebben. Maar dat geldt weer niet voor bijvoorbeeld zorgmijders.' Iemand oppert om PCB’s in te voeren: persoonsverbonden budgetten in plaats van persoonsgebonden. Ook hier is een van de conclusies: gemeenten moeten met aanbieders en cliëntvertegenwoordigers om tafel gaan zitten.

In ieder geval hebben de aanwezigen volop met elkaar van gedachten kunnen wisselen over deze enorme klus voor gemeenten. Daarbij kunnen ze rekenen op hulp en ondersteuning. PIANOo organiseert in 2012 een aantal bijeenkomsten voor gemeenten over de veranderingen in de Wmo en de betekenis daarvan voor het aanbesteden.