Actuele Uitspraken Aanbestedingsrecht (IBR)

IBR vat wekelijks uitspraken voor u samen die gepubliceerd zijn op rechtspraak.nl. Hieronder kunt u de samenvattingen raadplegen, de samenvattingen worden ongeveer een half jaar bewaard in onderstaand overzicht.

  • Dit geschil betreft een Europese openbare aanbesteding Wmo hulpmiddelen, het betreft dezelfde aanbesteding als in de uitspraak die hierboven wordt behandeld. In dit geschil komt de contractuele standstill-/vervaltermijn aan de orde (Rb. Rotterdam 31 januari 2013, LJN: BZ1909).

  • De Provincie had eiseres niet in de gelegenheid mogen stellen een nieuwe - juiste - referentieopdracht aan te leveren. Daarmee wordt haar een extra termijn gegund, hetgeen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De nieuwe opdracht moet dan ook buiten beschouwing blijven bij de beoordeling van de inschrijving van eiseres (Rb. Den Haag 20 december 2012, LJN: BZ1340).

  • De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 56 Bao strekt tot bescherming van de belangen van de aanbestedende dienst en de inschrijver die (vermoedelijk) een abnormaal lage aanbieding heeft gedaan. De aanbestedende dienst heeft op grond van vorenbedoelde regeling een discretionaire bevoegdheid om een inschrijving waaraan zij twijfelt nader te onderzoeken. Behoudens bijzondere omstandigheden kan eiseres, een andere inschrijver, daar zelf in beginsel geen beroep op doen. De voorzieningenrechter toetst of de aanbestedende dienst in de gegeven omstandigheden in redelijk heeft kunnen beslissen om niet van haar onderzoeksbevoegdheid gebruik te maken (Rb. Amsterdam 21 februari 2013, LJN: BZ1986).

  • In dit geschil komt een aanbesteding door de Uitvoeringsorganisatie Beroepsopleiding Advocatuur aan de orde. Volgens OSR had de NOVA de Combinatie – aan wie zij voornemens is de opdracht te gunnen – moeten uitsluiten van deelname, omdat de Combinatie een oneerlijke voorsprong had door de deelname van enkele van haar medewerkers aan werkgroepen en ontwikkelteams van de NOVA. Ervan uitgaande dat van ongeoorloofde belangenverstrengeling sprake zou kunnen zijn, beantwoordt de voorzieningenrechter in deze uitspraak de vraag of dit ook feitelijk het geval is geweest, oftewel of voldoende is aangetoond dat onder de omstandigheden van dit concrete geval de mededinging is vervalst (Rb. Den Haag 21 december 2012, LJN: BZ1455).

  • Bij besluit van 8 oktober 2012 heeft verweerder besloten de openbaar vervoerconcessie Tram en Bus regio Utrecht te verlenen aan Qbuzz. Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 2 november 2012 op nader aan te voeren gronden bezwaar gemaakt. Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 2 november 2012 op nader aan te voeren gronden bezwaar gemaakt. De gronden van het bezwaar zijn bij brief van 19 november 2012 kenbaar gemaakt. Tevens heeft verzoekster bij brief van 19 november 2012, bij het College ingekomen op dezelfde dag, de voorzieningenrechter van het College verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Vraag is of eiser voldoende spoedeisend belang heeft bij de voorziening (CBb 11 december 2012, LJN: BZ2013).

  • Eiseres vordert de inschrijving van Welzorg uit te sluiten in verband met strijd met aanbestedingsdocument en de daarin opgenomen regels en instructies. Vraag is of de door Welzorg geoffreerde kortingspercentages realistisch, aannemelijk en/of marktconform zijn (Rb. Rotterdam 31 januari 2013, LJN: BZ1895).

  • In deze aanbestedingsprocedure gaat het, in de kern genomen, om de vraag of de Gemeente bij haar gunningsbeslissing van 10 augustus 2011 terecht heeft aangegeven dat zij voornemens is de eerste fase van de opdracht tot herstel van het door brand verwoeste archief van de Gemeente aan Doxis te gunnen. Allbidigit is van mening dat genoemde opdracht aan haar had dienen te worden gegund, althans dat niet aan Doxis kan worden gegund en de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed. Zij voert daartoe onder meer aan dat de Gemeente bij toepassing van de in het bestek opgenomen gunningscriteria en met name het criterium 'kwaliteit' in een aantal - niet van te voren voor haar kenbare - subgunningscriteria heeft onderverdeeld. (Hof den Bosch 12 februari 2013, LJN: BZ1714).

  • De rechtbank Amsterdam oordeelde op 22 januari 2013 (LJN: BZ0664), dat de gemeente Amstelveen de aanbestedingsprocedure mocht intrekken in verband met de onregelmatigheden die aan de procedure kleefden en voorts werd geoordeeld dat de gemeente tot heraanbesteding mocht overgaan, waarbij de opdracht niet wezenlijk gewijzigd hoefde te worden. 

  • Art. 6 WIRA staat in de weg aan het alsnog komen met redenen voor een gunningsbeslissing, aldus deVoorzieningenrechter Rb Breda op 30 januari 2013 (LJN: BZ0480). 

  • In deze zaak gaat het verwijt richting de aanbestedende dienst op, dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de besteksconformiteit van de winnende inschrijver. Dat onderzoek moet overgedaan worden en wel door een andere commissie, aldus de Rb. Amsterdam op 30 januari 2013 (LJN: BZ0665).