In dit geschil komt een aanbesteding door de Uitvoeringsorganisatie Beroepsopleiding Advocatuur aan de orde. Volgens OSR had de NOVA de Combinatie – aan wie zij voornemens is de opdracht te gunnen – moeten uitsluiten van deelname, omdat de Combinatie een oneerlijke voorsprong had door de deelname van enkele van haar medewerkers aan werkgroepen en ontwikkelteams van de NOVA. Ervan uitgaande dat van ongeoorloofde belangenverstrengeling sprake zou kunnen zijn, beantwoordt de voorzieningenrechter in deze uitspraak de vraag of dit ook feitelijk het geval is geweest, oftewel of voldoende is aangetoond dat onder de omstandigheden van dit concrete geval de mededinging is vervalst (Rb. Den Haag 21 december 2012, LJN: BZ1455).