Financiering, toezicht of zeggenschap

PIANOo vat uitspraken samen en beschrijft in het kort de relevantie voor de praktijk.

  • Op basis van het Bao mag er een uitsluitend recht worden verleend. De beginselen van het EG-verdrag hoeven dan niet in acht te worden genomen. Er is geen reden om de jurisprudentie m.b.t. concessies op dezelfde wijze toe te passen voor het alleenrecht. (LJN: BK6928, 15 december 2009)

  • Niet aanbesteden op basis van uitsluitend recht kan alleen als er sprake is van:
    a. een overheidsopdracht voor diensten,
    b. die door een aanbestedende dienst wordt gegund aan een andere aanbestedende dienst of een samenwerkingsverband van aanbestedende diensten,
    c. op basis van een verleend uitsluitend recht, dat
    d. verenigbaar is met het EG-Verdrag (art. 17).
    (LJN: BJ5981, 25 augustus 2009)

  • Bij een publiekrechtelijke instelling, en dus een aanbestedende dienst, moeten de activiteiten hoofdzakelijk door de Staat worden gefinancierd (art. 1, lid 9, 2004/18/EG). Dit is het geval als de activiteiten hoofdzakelijk worden gefinancierd door een bijdrage van de verzekerden, die wordt opgelegd, berekend en geïnd volgens publiekrechtelijke regels. (GJ 2009/138, C300-07, 11 juni 2009)

  • Publiekrechtelijke instellingen zijn aanbestedingsplichting en privaatrechtelijke zijn dat niet. Met de volgende uitspraak introduceert het Hof een nieuw criterium, althans een criterium dat tot nog toe alleen voorkomt in de richtlijn Nutssectoren. Volgens het nieuwe criterium is het beslissend of er bij de aan te besteden leveringen (diensten/werken) sprake is van overheidsinvloed. Deze kan, zoals in de zaak Amphia wordt besproken, bestaan uit het uitoefenen van overheidstoezicht. Is daarvan geen sprake dan is er ondanks het publiekrechtelijke karakter van de instelling als geheel, ten aanzien van de betrokken leveringen geen sprake van een aanbestedingsplicht. Van belang is dus niet meer het toezicht van de overheid op de instelling als zodanig maar op de leveringen (diensten/werken). (LJN: BG4586, 18 november 2008)

  • Als de inschrijvingen abnormaal laag zijn mag de inschrijving worden afgewezen omdat niet zeker is of de inschrijver de overeengekomen condities waar kan maken. De aanbestedende dienst wordt dan geconfronteerd met een risico in de continuïteit of kwaliteit van de dienstverlening, het werk of de levering. Dit is niet wenselijk. (233621 / KG ZA 07-657, 17 augustus 2007)

  • Uitspraak van Europese Hof van Justitie. (C 373/00, 27 februari 2003) 

  • Uitspraak van Europese Hof van Justitie. (C 237/99, 1 februari 2001)

  • Uitspraak van Europese Hof van Justitie. (C 380/98, 3 oktober 2000)