Nakoming / schadevergoeding / ontbinding overeenkomst

PIANOo vat uitspraken samen en en beschrijft in het kort de relevantie voor de praktijk. Deze uitspraken over 'nakoming / schadevergoeding / ontbinding overeenkomst' vallen onder de rubriek 'rechtsbescherming'.

  • Op 11 augustus 2011 heeft de rechtbank Maastricht uitspraak gedaan in de zaak BTL Realisatie BV tegen gemeente Maastricht en Krinkels BV en de Combinatie Vaessen /Dolmans c.s., beide tussenkomend. PIANOo beschrijft de relevantie voor de praktijk. (Rechtbank Maastricht, 11 augustus 2011, LJN: BR7091)

  • Op 17 mei 2011 heeft het gerechtshof 's-Gravenhage uitspraak gedaan in hoger beroep in de zaak Ricoh Nederland BV tegen de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën, de Belastingdienst) en Xerox Nederland BV (LJN: BQ4365). PIANOo beschrijft de relevantie voor de praktijk.

  • Hoger beroep van een kortgeding vonnis heeft geen opschortende werking. De aanbestedende dienst kan besluiten om dit hoger beroep niet af te wachten en tot gunning over te gaan, tenzij in het vonnis is bepaald dat hoger beroep opschortende werking heeft. Een tweede kort geding om ervoor te zorgen dat definitieve gunning 'nog niet' is toegestaan mag alleen als er nieuwe feiten of omstandigheden na het eerste kort geding bekend worden. (11 februari 2011, LJN: BP6095)

  • Een kort geding procedure is een spoedprocedure erop gericht voorlopige maatregelen te nemen. Het is derhalve mogelijk dat de uitspraak van de kortgedingrechter anders luidt dan die van de bodemrechter. Het Nederlandse rechtstelsel is in overeenstemming met de Europese regelgeving. Het is mogelijk dat er door de aanbestedende dienst schade moet worden betaald als deze iets verwijtbaar is. (C568/08, 9 december 2010)

  • De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat doeltreffend en vooral zo snel mogelijk beroep kan worden ingesteld als de besluiten van aanbestedende diensten het gemeenschapsrecht schenden. (C-314/09, 30 september 2010)

  • Een achteraf aangeboden variant - volstrekt gelijkwaardig aan het in het bestek en de inschrijving genoemde product - mag de opdrachtgever niet weigeren op grond van redelijkheid en de billijkheid. De gelijkwaardigheid mag dan niet discutabel zijn. Hier is het verzoek om een gelijkwaardig product te mogen verwerken op goede gronden afgewezen. (LJN:BN8784, 28 september 2010)

  • De Staat als subsidiegever is ervoor verantwoordelijk dat wordt aanbesteed conform de Europese regelgeving. Bij een combinatie van archeologische diensten en graafwerkzaamheden vormen de graafwerkzaamheden een ondergeschikte rol. Op basis van de drempelwaarde voor diensten (€ 133.000,=) moet dan beoordeeld worden of de opdracht aanbestedingsplichtig is. (LJN:BN4803, 18 augustus 2010)

  • Een inschrijver kan zich beroepen op certificaten van derden als hij er zelf niet over beschikt.
    Het stelstel van rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden(Wira) is niet limitatief. De overeenkomst mag op andere gronden dan genoemd in de Wira ontbonden worden. (LJN: BN5585, 17 augustus 2010)

  • Als niet aan onderstaande drie voorwaarden is voldaan leidt achteraf bekend maken van de wegingscoëfficiënten tot een ongeldige aanbesteding (LJN: BM0044, 6 april 2010):

  • De algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, zoals gelijke behandeling en transparantie, zijn van toepassing op een aanbesteding. Uit deze beginselen volgt dat de in het bestek neergelegde voorwaarden zo geformuleerd moeten zijn, dat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers het bestek op dezelfde manier begrijpen. Niet de bedoelingen van de aanbestedende dienst, maar de hele tekst van het bestek (met de eventuele toelichting) zijn doorslaggevend. (LJN:BJ9132, 25 september 2009)