Zaak 1: Bij een gemengde overeenkomst, een overeenkomst van werken en/of leveringen en/of diensten, moet worden beoordeeld wat het hoofdvoorwerp van de overeenkomst is. Aan de hand hiervan wordt bepaald of deze onder de richtlijn valt en zo ja welke bepalingen dan van toepassing zijn. Als het hoofdvoorwerp van de overeenkomst het verkrijgen van 49% in het kapitaal van een overheidsonderneming is dan valt deze gemengde overeenkomst in haar geheel niet binnen de werkingssfeer van de richtlijnen. De daarmee onlosmakelijk verbonden bijkomstige overeenkomsten, de levering van diensten en de uitvoering van werken, dus ook niet. (C-145/08, 6 mei 2010)
Zaak 2: Het recht van de Unie, biedt in dit geval doeltreffende rechtsbescherming. Leden van een tijdelijke vereniging moeten individueel schadevergoeding kunnen eisen voor schade die zij lijden als gevolg van een besluit van een instantie – niet zijnde de aanbestedende dienst - die overeenkomstig de toepasselijke nationale bepalingen bij die procedure-eis betrokken is. Het moet gaan om een besluit dat gevolgen kan hebben voor het verloop van die procedure. Een nationale regeling die deze mogelijkheid ontneemt is niet toegestaan. (C-149/08, 6 mei 2010)