Beoordelingsmethodiek

PIANOo vat uitspraken samen en en beschrijft in het kort de relevantie voor de praktijk. Deze uitspraken over 'Beoordelingsmethodiek' vallen onder de rubriek 'selectie en gunning'.

  • Op 7 juni 2011 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak Van Dijck Educatie BV en Thieme Meulenhoff BV (de combinatie) tegen Stichting Landstede en Noordhoff Uitgevers BV en LCG Malmberg (tussenkomend) BV (LJN: BR2793). PIANOo beschrijft de relevantie voor de praktijk.

  • De controle van de door inschrijvende partijen meegeleverde stukken hoeft niet door de aanbestedende dienst zelf gedaan te worden. Dit mag worden opgedragen aan een andere instantie. Deze instantie dient wel onpartijdig te zijn.
    Als voldoende bewijs om na te gaan of de inschrijver aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan moeten getuigschriften aanvaard worden uit het land van vestiging van de inschrijver. Er mag echter wel gevraagd worden om een bewijs van registratie hiervan bij een registratiekantoor (controlerende instantie) in het land waar de opdracht moet worden uitgevoerd. Dit registratiekantoor kan dan nagaan of in het land van de uit te voeren opdracht ook is voldaan aan de verplichtingen.
    Getuigschriften mogen voor de opening van de inschrijvingen worden gecontroleerd en op algemene wijze mag worden nagegaan of de aannemer niet onder uitsluitingsgronden valt. (C-74/09, 15 juli 2010)

  • Op grond van de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, zoals het gelijkheid- en transparantiebeginsel, mag om een nadere toelichting worden gevraagd, zo lang de gelijkheid van de inschrijvers maar niet in gevaar komt.
    De beoordeling van de verschillende kwaliteitscriteria is tot op zekere hoogte subjectief. Dit is toegestaan tenzij er in strijd wordt gehandeld met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel. (LJN:BN2408, 16 juli 2010)

  • Enige mate van subjectiviteit is niet uit te sluiten bij de beoordeling van kwalitatieve selectiecriteria. Dit staat (enigszins) op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling. Er hoeft hier echter geen sprake te zijn van schending van dat recht c.q. die beginselen. (LJN:BM6522, 1 juni 2010)

  • De beoordeling van kwaliteit is altijd subjectief. Daarom is het van belang op te nemen in de gunningsleidraad hoe deze kwaliteit zal worden beoordeeld. Door externen in te schakelen die verder niet betrokken zijn bij de beoordeling garandeer je een objectieve beoordeling.
    Bij de economisch meest voordelige inschrijving is er per definitie een relatieve beoordeling. (LJN:BM1413, 15 april 2010)

  • Bij het gunningscriterium laagste prijs waarbij een puntentoekenning wordt gehanteerd voor verschillende onderdelen moet overeenkomstig de puntentoekenning worden gegund. Het is hierbij niet van belang dat er in de praktijk geen sprake is van laagste prijs.

    Een kennelijke vergissing kan niet worden gecorrigeerd als uit de aanbieding niet valt af te leiden waarin deze gecorrigeerd had moeten worden. (LJN: BK9808, 19 januari 2010)

  • Alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure moeten in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze. De behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers kunnen de opdracht dan op dezelfde manier interpreteren. De aanbestedende dienst kan dan ook beoordelen in hoeverre de offertes van de inschrijvers voldoen aan het gevraagde en deze gemakkelijk vergelijken. (LJN: BJ7650, 24 augustus 2009)

  • Wensen in het bestek zijn geen eisen. Tenzij dit voor een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver duidelijk uit de aanbestedingsstukken naar voren komt. (LJN: BK8538, 4 augustus 2009)

  • Het transparantiebeginsel waarborgt dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Dit betekent dat alle voorwaarden van de gunningsprocedure in de aanbestedingsdocumenten op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze worden geformuleerd. De behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver kan dan de juiste draagwijdte begrijpen, terwijl de aanbestedende dienst in staat is om na te gaan of de inschrijvingen beantwoorden aan de gestelde criteria. Dat betekent dat alle inschrijvers op gelijke wijze worden behandeld, en dat zij, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt. (LJN:BJ6147, 30 juli 2009)

  • Het is in strijd met het transparantiebeginsel als er gunningscriteria worden opgenomen en die vervolgens als selectiecriteria te gebruiken. De werkwijze van beoordelen is dan niet duidelijk voor de inschrijvers. In dit geval was uiteindelijk alleen de uitkomst van de test doorslaggevend voor de gunning. De objectiviteit van de test-beoordelingen wordt in twijfel getrokken als deze uitsluitend wordt verricht door eigen ict medewerkers die al met het de uitgekozen producten werken. (LJN: BJ7452, 21 juli 2009)