In het geval van een eenvoudig te herstellen gebrek moet de inschrijver in de gelegenheid gesteld worden om binnen een termijn van twee werkdagen, het gebrek te herstellen. Als hieraan wordt voldaan is de inschrijving alsnog geldig (ARW 2005).
De aanbestedende dienst moet haar gunnings-en afwijzingsbeslissing voldoende motiveren. De afgewezen inschrijver kan hierdoor nagaan en eventueel in rechte laten toetsen of de beslissing van de aanbestedende dienst juist is. De verplichting strekt niet zo ver dat de directieraming moet worden overgelegd, omdat dit de mededinging in de toekomst zou kunnen verstoren. (LJN:BN6663, 22 juli 2010)