Op 22 februari 2012 heeft de rechtbank 's-Gravenhage uitspraak gedaan in de zaak ISS Nederland BV tegen de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën, onderdeel belastingdienst) en CSU Cleaning Services en Hectas Bedrijfsdiensten CV (LJN:BV6759). PIANOo beschrijft de relevantie voor de praktijk.
Trefwoorden: Bao, Code Verantwoordelijk Marktgedrag, abnormaal lage inschrijving
Abnormaal lage inschrijving (Art. 56 Bao)
Bij een 'te' lage prijs kan de aanbestedende dienst navraag doen of de aangeboden prijs wel klopt. Het is dan aan de aanbestedende dienst om te bepalen of de inschrijving abnormaal laag is en hierom de inschrijving af te wijzen. Bij een abnormaal lage inschrijving bestaat het risico dat de inschrijver zijn inschrijving niet zal kunnen waarmaken.
Als aan de inschrijver blijkt dat deze een fout heeft gemaakt bij de inschrijving, is het aan de inschrijver of deze zich beroept op dwaling (als dat mogelijk is) of dat deze de inschrijving gestand doet.
De belastingdienst houdt een aanbesteding voor 'Schoonmaakdiensten en Kwaliteitscontroles'. De Opdrachtnemers (inschrijvers) moeten zich commiteren aan de 'Code Verantwoordelijk Marktgedrag'. Deze code heeft tot doel bij te dragen aan een acceptabele werkdruk voor de schoonmaakmedewerkers.
In de code staat dat bedrijven hun offertes baseren op een degelijke onderbouwing en op een in de praktijk op verantwoorde en professionele wijze haalbare, aantoonbare, en controleerbare normstelling. Bedrijven hanteren in dat licht realistische prijzen.
De door ISS gecalculeerde prestatienorm ligt opmerkelijk hoger dan is ingecalculeerd door twee onafhankelijke adviesbureau's. Hierom heeft de belastingdienst een nadere toelichting gevraagd. Deze was ontoereikend om de verschillen te verklaren, de Belastingdienst besluit dan ook om de inschrijving ter zijde te leggen. De code in combinatie met de reinheidseis en de gegeven toelichting door ISS leiden ertoe dat de inschrijving wordt beschouwd als onrealistisch, de prijs is abnormaal laag (art. 56 Bao) .
Volgens ISS is er geen sprake van een abnormaal lage inschrijving en wordt door de Belastingdienst in strijd met het transparantiebeginsel gehandeld door een nieuw gunningscriterium te introduceren door de vergelijking met de gecalculeerde normen van Masterkey (en Intexo).
Het opgevoerde bezwaar door ISS, van strijd met het transparantiebeginsel vanwege introductie van een nieuw gunningscriterium, is onbegrijpelijk.
Het is niet de afwijking van de door ISS gepresenteerde prestatienorm maar de vervolgens door haar gegeven onderbouwing die heeft geleid tot de conclusie dat haar inschrijving onrealistisch zou zijn.
De door ISS gehanteerde prestatienorm is hoger dan de in het huidige contract met ISS gehanteerde prestatienorm. Ook hierom kan om een nadere toelichting worden gevraagd door de belastingdienst. In het midden kan dan ook blijven welke waarde aan de cijfers van Masterkey moet worden toegekend.
De hogere reinheidseisen in samenhang met de code leidden ertoe dat de Belastingdienst de offerte van ISS terecht in twijfelt trekt.
De (lage) inschrijving van ISS is niet realistisch, althans onvoldoende onderbouwd.
De Belastingdienst heeft de inschrijving van ISS op goede gronden als ongeldig terzijde gelegd.
(PIANOo, 30 mei 2012)
Lees voor nuancering de volledige uitspraak
op rechtspraak.nl.
Code Verantwoordelijk Marktgedrag
Bao - Artikel 56
1. Wanneer voor een bepaalde overheidsopdracht inschrijvingen worden gedaan die in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijken, verzoekt de aanbestedende dienst, voordat hij deze inschrijvingen kan afwijzen, schriftelijk om de door hem nodig geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende inschrijving.
2. De verduidelijkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder gevalverband houden met:
a. de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening,
b. de gekozen technische oplossingen of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten kan profiteren,
c. de originaliteit van het ontwerp van de inschrijver,
d. de naleving van de bepalingen inzake arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden die gelden op de plaats waar de overheidsopdracht wordt uitgevoerd, of
e. de eventuele ontvangst van staatssteun door de inschrijver.
3. De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de samenstelling van de desbetreffende inschrijving aan de hand van de ontvangen toelichtingen.
4. Wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is omdat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen, kan de inschrijving op die grond worden afgewezen, wanneer de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun niet in strijd met de artikelen 87 en 88 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is toegekend.
5. Wanneer de aanbestedende dienst in een situatie als bedoeld in het vierde lid een inschrijving afwijst, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.