Op 24 juni 2010 heeft de Rechtbank's-Gravenhage uitspraak gedaan in de zaak Douwe Egberts Coffee Systems Nederland BV tegen de Staat der Nederlanden (ministerie van Justitie, Raad voor de rechtspraak en Openbaar Ministerie, rolnummer 365845) en in de zaak Selecta Olland BV tegen de Staat der Nederlanden (ministerie van Justitie, Raad voor de rechtspraak en Openbaar Ministerie, rolnummer 365906). Omdat beide partijen een procedure aanspannen tegen de Raad voor de rechtspraak in dezelfde aanbestedingsprocedure worden deze door de rechter gezamenlijk behandeld (LJN:BM9358). PIANOo vat samen en beschrijft de relevantie voor de praktijk.
Trefwoorden: Bao, bijzondere voorwaarden
De Staat (de Raad voor de rechtspraak, mede namens het Openbaar Ministerie) houdt een aanbesteding voor de levering van warmedrankenautomaten en ingrediënten en onderhoud en beheer van de automaten. Zij wil met drie partijen een raamovereenkomst afsluiten. Vijf partijen, waaronder DE en Selecta, hebben ingeschreven. De inschrijvingen van DE en Selecta worden ongeldig verklaard omdat zij niet hebben aangetoond dat de te leveren ingrediënten voldoen aan de gestelde bijzondere voorwaarden. Omdat er geen drie geldige inschrijvingen zijn overgebleven wil de Raad de aanbesteding afbreken en opnieuw publiceren.
DE vordert de Raad te verbieden om DE uit te sluiten van de aanbesteding, de aanbesteding in te trekken en over te gaan tot het opnieuw aanbesteden van de opdracht. DE vordert bovendien dat de opdracht aan haar wordt gegund.
Selecta vordert hetzelfde als DE; Selecta mag niet worden uitgesloten van de aanbesteding en er moet worden overgegaan tot gunning aan Selecta.
Als DE en Selecta worden toegelaten tot de aanbesteding zijn er wel drie geldige inschrijvingen en hoeft de aanbesteding niet te worden ingetrokken.
DE en Selecta vinden dat de aanbestedingsstukken niet vereisen dat zij voor de gunning c.q. het sluiten van de overeenkomst het bewijs moeten leveren dat zij voldoen aan de bijzondere voorwaarden. Pas ná sluiting van de overeenkomst kan éénmaal per jaar bewijs worden verlangd door de Raad voor de nakoming hiervan. De Raad vindt dat dit bewijs er ook moet zijn bij het sluiten van de overeenkomst.
De tekst en strekking van het beschrijvend document leidt tot de conclusie dat het bewijs pas ná het sluiten van de overeenkomst geleverd hoeft te worden. In het beschrijvend document wordt wel verwezen naar de (concept)raamovereenkomst. Hierin (afwijkend van de tekst van het beschrijvend document) is bepaald dat het bewijs ook al bij het aangaan van de raamovereenkomst moet worden geleverd. De inlichtingenronde leidde tot verschillende aanpassingen van het beschrijvend document. De bepaling dat pas ná het sluiten van de overeenkomst éénmaal per jaar bewijs moet worden geleverd wordt niet gewijzigd. De Raad moet zich goed bewust zijn geweest van de tekst en inhoud van de daarin opgenomen bewijsregeling met betrekking tot de bijzondere voorwaarden. Uit de Nota van Inlichtingen kan niet worden afgeleid dat in de uiteindelijke (concept)raamovereenkomst een afwijkende regeling zou worden opgenomen. Dit wisten DE en Selecta pas nadat zij een inschrijving hadden ingediend en een nieuwe versie van de (concept)raamovereenkomst toegezonden kregen.
De wezenlijke discrepantie tussen het beschrijvend document en de (concept)raamovereenkomst is aan de Raad te wijten. Hierdoor komen de gevolgen en risico's voor haar rekening. Het beschrijvend document moet dan ook als bepalend worden aangemerkt en niet de, als bijlage bijgevoegde, (concept)raamovereenkomst. De Raad heeft dan ook ten onrechte van DE en Selecta geëist om voorafgaand aan de gunning en het sluiten van de overeenkomst te bewijzen dat zij de bijzondere voorwaarden behoorlijk zouden nakomen. De Raad had genoegen moeten nemen met hun toezegging dat zij geheel overeenkomstig de bijzondere voorwaarden zouden handelen.
De inschrijvers moeten op voorhand weten wat er – ná gunning – bij de uitvoering van de opdracht van hen wordt verwacht (art. 26 Bao). Hieruit volgt niet, zoals de Staat stelt, dat het de aanbestedende dienst vrij staat om voorafgaand aan de gunning en het sluiten van de overeenkomst al te toetsen of een inschrijver aan deze bijzondere voorwaarden voldoet. Het betreffen immers bijzondere uitvoeringsvoorwaarden, die niets te maken hebben met de selectie- en gunningscriteria. Ook op grond van de aanbestedingsregels moet de Raad dus genoegen nemen met de toezegging van DE en Selecta.
DE en Selecta krijgen gelijk. De Raad heeft op onjuiste gronden besloten DE en Selecta niet in aanmerking te laten komen voor gunning van de opdracht. Het gevorderde verbod om partijen uit te sluiten van gunning wordt dan ook toegewezen. Het verzoek van DE en Selecta de Raad te verbieden de aanbesteding in te trekken wordt niet gehonoreerd. Er kunnen immers andere redenen zij om de aanbesteding in te trekken en tot een nieuwe aanbesteding over te gaan.
(PIANOo, 21 maart 2011)
Lees voor nuancering de volledige uitspraak
op rechtspraak.nl.
Bao, Artikel 26
Een aanbestedende dienst kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een overheidsopdracht, mits dergelijke voorwaarden met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verenigbaar zijn en in de aankondiging of het beschrijvend document vermeld zijn. De voorwaarden waaronder de overheidsopdracht wordt uitgevoerd, kunnen verband houden met sociale of milieuoverwegingen.