Rechtbank 's-Gravenhage: MNO Vervat-Wegen tegen Staat der Nederlanden en 'de combinatie'

Als een inschrijver niet doorgaat met een bepaald ontwerp is dat de keuze van de inschrijver. Als deze dat doet omdat de aanbestedende dienst heeft aangegeven niks in het ontwerp te zien en uiteindelijk toch een dergelijk ontwerp kiest moet de inschrijver aannemelijk maken dat de aanbestedende dienst dit ontwerp heeft afgewezen om zijn verhaal te kunnen halen. (LJN: BM3705, 6 mei 2010)

Uitspraak

Op 6 mei 2010 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage uitspraak gedaan in de zaak MNO Vervat-Wegen BV tegen Staat der Nederlanden (ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Oost-Nederland) en 'de combinatie' (LJN: BM3705). PIANOo vat samen en beschrijft de relevantie voor de praktijk.

Trefwoorden: ARW 2005, concurrentiegerichte dialoog

De Zaak

Rijkswaterstaat houdt een aanbesteding voor het vergroten van de capaciteit van een deel van rijksweg A50. Een deel van de rijksweg moet worden vergroot en er moet een extra Waalbrug worden ontworpen en gerealiseerd naast de bestaande Waalbrug. De aanbestedingsprocedure is de Concurrentiegerichte dialoog van het ARW 2005. MNO wordt uitgenodigd voor deelname aan de dialoogronde. Deze bestaat uit drie individuele dialoogronden. De eerste ronde is een verkenningsronde en de overige twee zijn inhoudelijke ronden.

De opdracht wordt niet gegund aan MNO maar aan 'de Combinatie', omdat deze de economisch meest voordelige inschrijving (emvi) heeft gedaan. MNO is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. MNO vordert een verbod tot gunning van de opdracht aan de Combinatie en een gebod tot heraanbesteding van de opdracht.
Rijkswaterstaat heeft volgens MNO onrechtmatig gehandeld door bij de beoordeling van de verschillende vormgevingsvisies van de deelnemers met twee maten te meten.
MNO vindt dat het winnende ontwerp van de Combinatie sprekend lijkt op het eerste ontwerp van MNO dat was afgeserveerd.
Rijkswaterstaat heeft ter zitting bevestigd dat hij de eerste oplossingsrichting in de vormgevingsvisie van MNO voorzichtig vond. Hij heeft uitdrukkelijk bestreden dat aan MNO is medegedeeld dat dit ontwerp niet voldoet aan de ambitienotitie en dat een dergelijk ontwerp slecht scoort.

De Rechtbank

Het is niet gebleken dat Rijkswaterstaat heeft meegedeeld dat de eerste oplossingsrichting van MNO niet voldeed aan de eisen zoals gesteld in de ambitienotitie, waardoor MNO niet voor inschrijving in aanmerking zou komen. Dat MNO ervoor heeft gekozen om één van haar oplossingsrichtingen niet verder te ontwikkelen en die los te laten, is dan ook een eigen, zelfstandige, beslissing geweest.

Er blijkt dus niet dat Rijkswaterstaat met twee verschillende maten heeft gemeten tijdens dialoogronde 1 en dat MNO niet anders kon dan niet verder te gaan met de eerste oplossingsrichting.

Conclusie

De vorderingen van MNO worden afgewezen. 

(PIANOo,  6 december 2010)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak op rechtspraak.nl.