Op 12 april 2010 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage uitspraak gedaan in de zaak Tec Traffic Systems BV tegen De Staat der Nederlanden (Landelijk Parket Team Verkeer, onderdeel van het Openbaar Ministerie ressorterende onder het ministerie van Justitie) (LJN:BM1156). PIANOo vat samen en beschrijft de relevantie voor de praktijk.
Trefwoorden: Bao, proportionaliteit, Grossmann, rechtsverwerking
De Staat (Landelijk Parket Team Verkeer, onderdeel van het Openbaar Ministerie ressorterende onder het ministerie van Justitie) houdt een openbare Europese aanbesteding voor wegkant-radars. In de aankondiging is als minimumeis gesteld dat de financieel-economische draagkracht van de inschrijver over de jaren 2006 tot en met 2009 een gemiddelde jaarlijkse solvabiliteit groter dan 0,25 en een liquiditeit groter dan 1,5 heeft. Tec heeft over deze eis een vraag gesteld. De Staat heeft de vraag in de Nota van Inlichtingen beantwoord.
Tec heeft in de ratioanalysetabel ingevuld dat haar solvabiliteit gemiddeld 0,414 bedraagt en haar liquiditeit 1,39. Tec heeft hierbij aangegeven dat zij de (liquiditeits)eis disproportioneel vindt.
De Staat bericht Tec dat haar inschrijving niet in aanmerking komt voor gunning, omdat niet is voldaan aan de gestelde liquiditeitseis.
Hierop stapt Tec naar de rechter. Tec vindt dat de Staat door het stellen van de liquiditeitseis heeft gehandeld in strijd met het Bao en de beginselen van het aanbestedingsrecht en hierom het werk opnieuw moet aanbesteden.
De Staat vindt dat Tec te laat is met haar klacht over de proportionaliteit.
Tec is te laat met het klagen over de gestelde onrechtmatigheid in de aanbestedingsprocedure. Inschrijvers moeten kenbare onregelmatigheden in een zo vroeg mogelijk stadium aan de orde stellen, zodat zij kunnen worden gecorrigeerd met zo min mogelijk consequenties voor het verloop van de aanbestedingsprocedure (Grossmann Air Service). Tec heeft wel aangegeven dat zij zich niet kon vinden in de proportionaliteitseis maar heeft na het antwoord van de Staat op haar vraag hierover geen actie meer ondernomen. Tec heeft bij de door haar ingevulde ratioanalysetabel vermeld dat zij de gestelde liquiditeitseis disproportioneel vindt, maar heeft daarin geen aanleiding gezien dat vóór inschrijving aan de (contactpersoon van de) Staat te laten weten of een kort geding aanhangig te maken, zoals is voorgeschreven in de offerteaanvraag. Tec heeft het voornemen tot gunning afgewacht en pas daarna geklaagd over de gestelde liquiditeitseis met het kort geding. Zij heeft daarmee in strijd gehandeld met het bepaalde in de offerteaanvraag. Onder deze omstandigheden is Tec te laat om dit punt ná inschrijving bij de rechter naar voren te brengen.
Tec heeft haar recht verwerkt om over de disproportionaliteit van de liquiditeitseis te klagen. De vorderingen van Tec worden afgewezen.
Lees voor nuancering de volledige uitspraak
op rechtspraak.nl
Bao:
Europese Hof van Justitie: Grossmann (C-230/02, 12 februari 2004)