Herbeoordeling (week 40)

De vorderingen van PerspeKtief zijn gegrond op de stelling dat de inschrijvingen van PerspeKtief niet juist zijn beoordeeld. Voor toewijzing van de vorderingen is vereist dat in dit kort geding kan worden aangenomen dat sprake is van onmiskenbare onjuistheden of onduidelijkheden met betrekking tot de beoordelingen. (Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam 27 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7504)

Feiten en omstandigheden

De Gemeente Rotterdam heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure geïnitieerd voor de opdracht 'De beste Aanbieders Wmo arrangementen Gemeente Rotterdam'. Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI), waarbij prijs en kwaliteit de twee bepalende criteria zijn. De aanbestede opdracht is onderverdeeld in zes percelen.

PerspeKtief heeft op de aanbesteding ingeschreven voor de percelen 3, 4, 5 en 6. De Gemeente Rotterdam heeft in drie afzonderlijke brieven laten weten dat PerspeKtief niet voor gunning in aanmerking komt voor perceel 3, 4 en 6.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een kwalitatief gunningscriterium altijd enige mate van subjectiviteit bevat, wat op zichzelf niet in strijd is met de vereiste transparantie, die inhoudt dat de voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze in de aanbestedingsdocumenten dienen te worden vermeld. Van belang is dat het voor een kandidaat-inschrijver duidelijk is wat van hem wordt verwacht, dat de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en dat de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen

Perceel 3

De voorzieningenrechter is van oordeel dat wat PerspeKtief heeft aangevoerd onvoldoende is om aan te nemen dat Gemeente Rotterdam is afgeweken van het bepaalde in de aanbestedingsstukken.

Blijkens de aanbestedingsstukken is voor de beoordeling op het subgunningscriterium 'Integrale levering' onder meer relevant de mate waarin uit de inschrijving blijkt dat sprake is van goede op- en afschaling van ondersteuning, het streven naar het optimaliseren van zelfredzaamheid en het verhogen van de regie.

Uitgaande van die aspecten is de beoordeling van Gemeente Rotterdam, dat op het subgunningscriterium een '2', onvoldoende, is gescoord is niet onbegrijpelijk.

De vorderingen die betrekking hebben op perceel 3 zijn niet toewijsbaar.

Perceel 4 en 6

De bezwaren van PerspeKtief op de score '2' voor het subgunningscriterium 'Integrale levering en samenwerking' ten aanzien van de percelen 4 en 6 betreffen het in de beoordeling betrekken van het niveau mbo-2 of 'niveau 2' in de beoordeling.

Ter zitting is door Gemeente Rotterdam erkend dat het opleidingsniveau 'minimaal mbo-4 of mbo-5' of 'hbo' in de aanbestedingsstukken niet expliciet als eis is opgenomen.

Gemeente Rotterdam heeft ter zitting betoogd dat op basis van de aanbestedingsstukken voor een Inschrijver duidelijk moest zijn dat een hoger niveau dan mbo-2 was vereist. Zij verwijst ter onderbouwing van dat standpunt naar een beroepscompetentieprofiel voor de Gehandicaptenzorg-medewerker met MBO-2 niveau, dat geen deel uitmaakt van de aanbestedingsstukken, en een factsheet tarieven wmo dat zij als productie 2 heeft overgelegd, dat wel onderdeel was van de aanbestedingsstukken.

Nu het beroepscompetentieprofiel geen deel uitmaakt van de aanbestedingsstukken kan de door Gemeente Rotterdam voorgestane uitleg van het niveau van de 'passende ondersteuning' daar niet op gronden. De verwijzing naar de FWG 45-50 als salariëring op het factsheet tarieven is ook niet duidelijk genoeg om hier een keiharde eis uit af te leiden met de strekking dat mbo-2 niveau niet volstond.

Dat neemt niet weg dat mogelijk verdedigbaar dat personeel op mbo-2 niveau niet kwalificeert als passende ondersteuning, maar evident is dit niet. Niet is gebleken dat in de aanbestedingsstukken is uitgewerkt wat geacht kan worden passende ondersteuning te zijn. In de raamovereenkomst bij de aanbestedingsstukken is wel uitgewerkt dat personeel minimaal moet voldoen aan de daar genoemde eisen, maar ook in die tekst komt de term MBO-2 of niveau 2 niet terug. Dit betekent dat voor zover al ruimte bestaat voor het oordeel dat niet voldoende uit de inschrijving blijkt dat sprake is van passende ondersteuning, Gemeente Rotterdam niet kon volstaan met de huidige motivering in de brief van 4 augustus 2017, omdat die niet strookt met de aanbestedingsstukken.

Gemeente Rotterdam heeft overigens, zoals ook ter zitting aan de orde is gekomen, gegevens uit andere delen van de inschrijving van PerspeKtief gebruikt voor de invulling van de betekenis van de inschrijving van PerspeKtief op het punt van subgunningscriterium 'Integrale levering en samenwerking'. Dat is (ook) niet toegestaan. Gelet op onder meer het transparantiebeginsel en gelijkheidsbeginsel mocht Gemeente Rotterdam immers slechts beoordelen wat in de inschrijving op dit subgunningscriterium stond opgeschreven.

Het voorgaande betekent dat voor zowel perceel 4 als 6 aanleiding bestaat Gemeente Rotterdam te veroordelen om tot herbeoordeling van de inschrijvingen van PerspeKtief over te gaan.

(IBR, 4 oktober 2017)

Lees voor nuancering de volledige uitspraakAfbeelding externe link op rechtspraak.nl