Actuele uitspraken aanbestedingsrecht week 52 en week 1

In de week 52 (2020) en week 1 (2021) zijn er 6 uitspraken op het gebied van het aanbestedingsrecht gepubliceerd op rechtspraak.nl. De uitspraken wordt hieronder kort besproken.

Schadevergoeding

De gemeente had volgens de rechter de winnaar van de aanbesteding Reclame Bureau Limburg B.V (hierna: RBL) uit moeten sluiten omdat de abri waarmee was ingeschreven niet voldeed aan de eisen (zitelement niet ‘zwevend’). De conclusie van de rechter is dat de gemeente in strijd met het aanbestedingsrecht heeft gehandeld door de inschrijving van RBL niet ongeldig te verklaren en de opdracht niet aan nummer twee JCDecaux te gunnen. Wanneer er niet onrechtmatig zou zijn gehandeld dan had de gemeente de concessieovereenkomst met JCDecaux gesloten en dan had JCDecaux daardoor omzet genoten, die zij nu misloopt. De door JCDecaux gevorderde veroordeling tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat, wordt toegewezen. (ECLI:NL:RBMNE:2020:5672 Rechtbank Midden-Nederland, datum uitspraak 30 december 2020)
Samenvatting: Schadevergoeding

Geen redelijk alternatief of substituut

De gemeente vindt dat het voor een andere ondernemer dan SBSL technisch onhaalbaar is de vereiste prestaties te leveren, dat specifieke kennis, instrumenten of middelen nodig zijn die enkel SBSL tot haar beschikking heeft. Daarom wil de gemeente de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging toepassen. De rechter zegt echter dat de gemeente niet heeft aangetoond dat er ‘geen redelijk alternatief of substituut’ is, en dat ze daarom niet de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking mogen gebruiken. (ECLI:NL:RBNNE:2020:4445 Rechtbank Noord-Nederland datum uitspraak 16 december 2020)
Samenvatting: Geen redelijk alternatief of substituut

Poging tot beïnvloeding niet toegestaan

Bij een aanbesteding voor de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld zet de zittende leverancier tijdens een vergadering ook de vraag op de agenda ‘of er een aanvalsplan is voor de toekomst’. Dat gaat echter niet over de lopende dienstverlening maar over de nieuwe aanbesteding. Bovendien doet een bestuurder van MSS een poging om [directeur Gemeente] over de streep te trekken om over de aanbesteding te praten en kennelijk om de uitkomst daarvan te beïnvloeden’. Het hof vindt, net als de voorzieningenrechter, dat dit niet mag. (ECLI:NL:GHDHA:2020:2460 Gerechtshof Den Haag datum uitspraak 22 december 2020)
Samenvatting: Poging tot beïnvloeding niet toegestaan

Niet voldoende fte’s voor beschermd wonen

In deze rechtszaak over een aanbesteding voor beschermd wonen ontstaat discussie over het feit of de inschrijver wel of niet voldoende fte’s per locatie ter beschikking heeft. Boriz stelt dat ze het kunnen oplossen door tien cliënten op een andere locatie te huisvesten, maar de rechter vindt dat ze daarmee te laat zijn: “Hoewel na sluiting van een overeenkomst zich allerlei wijzigingen in de situatie kunnen voordoen die gevolgen kunnen hebben voor de personele bezetting, mag van de inschrijver worden verwacht dat hij voor het sluiten van de termijn duidelijk maakt wat de situatie op dat moment is en wat hij uitgaande van die situatie op dat moment aanbiedt.” (ECLI:NL:RBGEL:2020:6810 Rechtbank Gelderland Datum uitspraak17-12-2020)
Samenvatting: Niet voldoende fte’s voor beschermd wonen

Is een verhoging van het plafondbedrag een wezenlijke wijziging?

Het is goed denkbaar dat een bedrijf in eerste instantie niet inschrijft op een aanbesteding omdat hij vindt dat het plafondbedrag te laag en niet realistisch is. Als het plafondbedrag achteraf veel hoger blijkt te zijn, had hij misschien wel mee willen doen. In dit geval is daar volgens de rechter geen sprake van: “Dat er andere zorgaanbieders waren die in aanmerking hadden willen komen voor het verlenen van de zorg die toen door Ambiq werd verleend, is gesteld noch gebleken.” (ECLI:NL:GHARL:2020:10729 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak22-12-2020)
Samenvatting: Is een verhoging van het plafondbedrag een wezenlijke wijziging?

De Staat hoeft zijn schoonmaakwerkzaamheden niet aan te besteden

De Staat wil zijn schoonmaakopdrachten niet meer aanbesteden maar ze in eigen beheer uitvoeren. De conclusie van het hof is dat dit niet in strijd is met het aanbestedingsrecht en dat de Staat niet in strijd met het mededingingsrecht handelt. Er is sprake van zelfvoorziening en de Staat verstrekt met de oprichting en ondersteuning van de RSO geen ongeoorloofde staatssteun aan een onderneming. De grieven zijn ongegrond. (ECLI:NL:GHDHA:2020:898 Gerechtshof Den Haag datum uitspraak 12 mei 2020)
Samenvatting: De Staat hoeft zijn schoonmaakwerkzaamheden niet aan te besteden

In het dossier 'Jurisprudentie' vindt u 2 rubrieken met uitspraken.

Een lijst met samenvattingen van uitspraken van het Hof van Justitie EU en de Nederlandse rechters, inclusief bovenstaande uitspraken. Deze lijst wordt wekelijks aangevuld.

Een lijst met de belangrijkste uitspraken van het Hof van Justitie EU, de Hoge Raad, gerechtshoven en rechtbanken. Gerubriceerd naar onderwerp en per onderwerp vindt u adviezen.

Dossier Jurisprudentie