Buitensporige ontwerpwedstrijd aangepakt

03-09-2019 | Bron: BNA  

Een ontwerpwedstrijd om kwaliteit te stimuleren en lokale architecten een serieuze kans te geven. Daar is de BNA natuurlijk niet tegen. Maar dan moet de uitvraag wel in balans zijn en perspectief bieden. De BNA verzet zich tegen disproportionele selecties waarmee geen droog brood te verdienen is. Onlangs publiceerde de Commissie van Aanbestedingsexperts een nieuw advies op een klacht van de BNA over een buitensporige ontwerpwedstrijd, dat het standpunt van de BNA onderschrijft.

Wat is er aan de hand?

Een gemeente roept geïnteresseerde lokale architecten op om een ontwerpvisie met schets in te dienen voor een appartementencomplex. De gemeente wil vijf architecten selecteren die hun schets verder mogen uitwerken tot schetsontwerp. De winnaar ontvangt hiervoor € 5000, de overige deelnemers € 2500. Uitzicht op een betaalde vervolgopdracht is er niet. De marktpartij die het schetsontwerp gaat uitwerken en realiseren kan de winnaar inschakelen, maar dat hoeft niet. Als de marktpartij dat niet doet, kan de gemeente de winnaar inschakelen als supervisor bij de uitwerking van het schetsontwerp. Maar ook dat hoeft niet. En als dat al gebeurt, worden de werkzaamheden als supervisor niet vergoed. De BNA is van mening dat deze ontwerpwedstrijd niet deugt en heeft een klacht ingediend. De Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) oordeelt nu dat de BNA terecht klaagt. De ontwerpwedstrijd kan niet door de beugel.

Onduidelijke procedure

De gemeente denkt op een innovatieve manier een meervoudig onderhandse procedure in de markt te zetten. De BNA ziet dat anders. Aangezien de ontwerpwedstrijd aangekondigd is op de gemeentelijke website en de gemeente feitelijk vraagt om een inzending (ontwerpvisie met schets) in plaats van een aanmelding, betreft het volgend de BNA een nationale openbare procedure. Die had verplicht aangekondigd moeten worden op TenderNed. Bovendien is het vereiste dat deelnemers binnen een straal van 50 kilometer van de projectlocatie gevestigd moeten zijn willekeurig en discriminerend. De CvAE acht al deze klachtonderdelen van de BNA gegrond.

Onduidelijke deliverables

Ook vindt de BNA de gevraagde deliverables in de eerste ronde te vaag. De gemeente vraagt om een schets en ontwerpvisie, niet een volledig schetsontwerp. Impliciet lijkt de gemeente toch een eerste schetsontwerp te vragen: “uit de aanmeldingen worden vijf architecten geselecteerd die een uitgebreider schetsontwerp voor het appartementencomplex mogen maken en presenteren.” Wat er nu precies ingediend moet worden is vaag. Dat moet veel duidelijker volgens de BNA. Anders voelen architecten zich toch gedwongen om een schetsontwerp in te dienen. Ook het CvAE vindt de omschrijving van de deliverables te onduidelijk.

Geen faire beloning

De BNA heeft vooral moeite met de ondermaatse vergoedingen. De gevraagde inspanning staat in geen verhouding tot de potentiële opbrengsten. Er zit simpelweg geen verdienmodel in deelname aan de ontwerpwedstrijd. Zelfs de ‘hoofdprijs’ van € 5000 is volstrekt ontoereikend om de kosten voor het maken van een volledig schetsontwerp te dekken, zicht op een concrete, betaalde vervolgopdracht is er niet. Sterker nog, te maken uren voor een eventueel supervisorschap moet de winnaar zelf bekostigen. En ook de vergoeding voor het verdere gebruik van het winnend ontwerp wordt geacht inbegrepen te zijn in de vergoeding. De CvAE stelt dat de tweede ronde van de ontwerpwedstrijd het karakter heeft van een meervoudige opdracht. Dat betekent dat de gemeente een redelijke vergoeding verschuldigd is voor de uitvoering van de opdracht. Onder verwijzing naar de Richtlijn Gezonde Architectenselecties van de BNA betoogt het CvAE dat de vergoedingen veel te laag en dus disproportioneel zijn.

Onvoldoende maatschappelijke meerwaarde

De Aanbestedingswet stelt dat aanbesteders zoveel mogelijk maatschappelijke meerwaarde moeten creëren. De gemeente heeft twee doelen: kansen voor jonge, lokale architecten die de gemeente nog niet kent en een referentiekader voor de ruimtelijke kwaliteit van het appartementencomplex. Van een serieuze kans is volgens de BNA geen sprake, gezien de procedure en vergoeding. Bovendien biedt een schetsontwerp onvoldoende houvast. Dat is nog heel pril. De ontwikkelaar kan daar alle kanten mee op. Er is dan ook geen enkele garantie dat het gerealiseerde complex beantwoordt aan de intenties van de architect. De klachtencommissie van de gemeente beaamt dat de ontwerpwedstrijd anders en beter opgezet had kunnen worden. De CvAE vindt echter dat de BNA haar punt van onvoldoende maatschappelijke meerwaarde onvoldoende onderbouwt. Wel betwijfelt zij of de gemeente daar in slaagt, gezien alle overige gegronde klachtonderdelen.

Advies 502  op commissievanaanbestedingsexperts.nl