Juristen op de inkoopstoel

14-06-2018 | Bron: Aanbestedingscafe  

“Er mag van alles binnen de Aanbestedingswet, maar juristen hebben vaak de neiging om te zeggen: doe maar niet, want dan lopen we risico. Ik zou het fijn vinden als aanbestedingsjuristen meer zouden kijken naar de mogelijkheden om een bepaald doel te bereiken. Kijken naar wat er wél kan”, stelt Matthijs Huizing, aanjager van het traject Beter Aanbesteden, tijdens het Groot Aanbestedingscongres. Hiermee lijkt de aanjager te stellen dat hij van juristen verwacht dat zij op de inkoopstoel gaan zitten.

De opmerking van Huizing staat haaks op een heikel punt, wat tevens aan de orde kwam op het congres. Juristen zouden zich namelijk opstellen als experts die inkopers vertellen hoe zij moeten inkopen en aanbesteden. Chris Jansen, hoogleraar privaatrecht, nuanceert: “Een jurist beoordeelt slechts of een inkoper binnen de kaders van de Aanbestedingswet blijft. De wet zegt enkel iets over de eisen en criteria, voor zover dat relevant is voor de doelstelling van de wet, namelijk: gelijke kansen. De wet zegt niets over hoe eisen en criteria het beste ingericht moeten worden vanuit de doelstellingen die de aanbestedende dienst met overheidsinkoop voor ogen heeft. Daar bemoeit de jurist zich niet mee.”

In verband met auteursrechtelijke bescherming is alleen een inleiding/ samenvatting van dit artikel beschikbaar.

 

Lees het volledige artikel  op aanbestedingscafe.nl.