Overheidsinkoop wordt steeds meer een verbinder

12-01-2021 | Bron: PIANOo

PIANOo is jarig! Het Expertisecentrum voor Aanbesteden biedt al 15 jaar informatie, advies en een netwerk voor Nederlandse publieke inkopers. Welke ontwikkeling maakte publieke inkoop in die tijd door? En welke rol speelde PIANOo daarin? Die vragen komen aan bod in een serie artikelen. Dit is het zesde en laatste deel: de toekomst van publieke inkoop en opdrachtgeverschap. ‘De samenwerking tussen overheid en markt wordt intensiever en veelomvattender.’

Marleen Hermans
Marleen Hermans

Maatschappelijke vraagstukken worden almaar complexer. Denk aan klimaatverandering of de digitalisering van de samenleving. ‘In reactie op die toenemende complexiteit kijkt de overheid steeds integraler naar vraagstukken’, zegt Marleen Hermans, Hoogleraar Publiek Opdrachtgeverschap in de Bouw aan de TU Delft. ‘Daar hoort bij dat zij ook marktpartijen sterker bij oplossingen betrekt. Zij vraagt hun niet meer alleen om producten, maar ook om expertise en intellect.’ De samenwerking van de overheid met marktpartijen zal volgens Hermans nog intensiever en veelomvattender worden. ‘Het is een groeiend partnerschap, dat inmiddels van zulk groot belang is dat er naast inkopers nu ook bijvoorbeeld beleidsmakers en bestuurders bij betrokken zijn.’

Partijen verbinden

Ook Marten Klein, directielid van Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, ziet dat de samenwerking tussen markt en overheid in beweging is. ‘Het besef neemt toe dat we gezamenlijk een ecosysteem vormen en dit systeem ook samen moeten optimaliseren. Continu en met als uiteindelijk doel de grootst mogelijke maatschappelijke waarde te leveren.’

Voor optimalisatie is het volgens Klein essentieel af en toe afstand te nemen. ‘Dan kun je het hele systeem overzien. En valt beter te ontdekken wat wel en niet werkt – en waarom. Dit moet je voortdurend blijven onderzoeken, met z’n allen.’ Als het aan Klein ligt, zitten wetenschap en uitvoering dan ook dicht op elkaar. Maar er is meer nodig. ‘Om dat ecosysteem zo sterk mogelijk te houden, moet overheidsinkoop een verbindende rol gaan spelen. Steeds meer inkopers doen dat ook. Als verbinders weten zij de eigen organisatie en externe partijen samen de dezelfde kant op te krijgen.’

Ketens verduurzamen

Fredo Schotanus

‘Overheidsinkopers moeten steeds meer doen, weten en kunnen om inkooptrajecten integraler te maken’, zegt Fredo Schotanus, bijzonder hoogleraar Publieke Inkoop aan de Universiteit Utrecht. ‘Bijvoorbeeld op het vlak van maatschappelijke impact. Inkoop is namelijk een krachtig instrument om een socialere en duurzamere keten te waarborgen.’ 
Stel bijvoorbeeld dat je als overheid een viaduct wilt laten bouwen. ‘Richt je je als inkoper dan op circulariteit, op CO2-reductie, of op een combinatie van beide? Hoe weet je of er geen kinderarbeid is in de steengroeve waar je de stenen inkoopt? En hoe zorg je ervoor dat beloftes die worden gedaan in offertes ook daadwerkelijk worden uitgevoerd? Beter inzicht in de volledige toeleveringsketen – en deze zo duurzaam en circulair mogelijk maken – is een van de competenties die voor inkopers van de toekomst belangrijk gaat worden.’

Belangen afwegen

Het maatschappelijk debat krijgt steeds meer invloed op wat overheden inkopen, stelt hoogleraar Hermans. ‘Zeker nu we voor de enorme opgave staan om Nederland in hoog tempo te verduurzamen. Welke waarden hebben prioriteit – en wat is de consequentie van het nastreven van de ene waarde voor de andere? Wat botst, wat niet, welke onderlinge verbanden bestaan er? Gaat wonen bijvoorbeeld boven mobiliteit? En hoe gaan we dan om met het schaarse groen wat we in dit land hebben?’

Het wordt volgens Hermans steeds belangrijker om het totale palet aan waarden in beeld te brengen en verschillende belangen tegen elkaar af te wegen. ‘Het bewustzijn dat dit van belang is zie je langzamerhand ontstaan in de ruimtelijke ordening.’

Gesprekken voeren

De overheid en de markt communiceren lang niet altijd open met elkaar. ‘Dat gebrek aan communicatie remt de samenwerking’, zegt Klein van Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam. ‘Alleen al omdat we elkaar zo niet goed leren kennen en daardoor minder snel met elkaar dúrven samen te werken.’ Klein noemt angst een slechte raadgever en pleit voor betere, transparante communicatie. ‘Dat zorgt niet alleen voor wederzijds begrip. Het voorkomt ook ongewenst gedrag in een samenwerking. Sommige marktpartijen veronderstellen bijvoorbeeld wantrouwend dat overheden hun reële kosten vast te hoog zullen vinden en offeren daarom te lage prijzen. Als ze de opdracht binnenhalen proberen ze de prijs vervolgens in de samenwerking te corrigeren. Dat wekt weer wantrouwen bij overheden: kunnen zij die marktpartij wel op zijn woord geloven?’

Goede gesprekken voor en tijdens de samenwerking voorkomen dit soort situaties, volgens Klein. ‘Als gemeente praten wij tegenwoordig geregeld met onze leveranciers. Dan komen er dingen naar boven waar zij last van hebben, waar wij geen weet van hadden, en andersom. Zij merken vervolgens dat wij zulke bezwaren adresseren, en wij dat zij dat doen. Dit maakt de samenwerking veel beter.’

Taal heroverwegen

Klein vindt dat er ook qua inkoop taalgebruik nog verbetering mogelijk is. ‘Kijk bijvoorbeeld naar het woord 'inkopen'. Dit suggereert dat we een kant-en-klaar product kopen, terwijl het over samenwerking gaat. Dat klopt voor mij gevoelsmatig niet. Net als het woord 'opdrachtgever'. Dat klinkt dominant: jij geeft iets en de 'opdrachtnemer' neemt iets. Een asymmetrische verhouding, terwijl bij samenwerking gelijkheid belangrijk is. Ik vind 'vrager' en 'aanbieder' al veel beter.’

‘In mijn beleving’, vult hoogleraar Schotanus aan, ‘spreekt 'inkopen' an sich de jongere generatie niet direct aan. Maar termen als 'duurzaamheid', 'sociale verantwoordelijkheid', 'circulariteit' en 'samenwerking' wel. Om ons vak aantrekkelijker te maken, is het belangrijk te laten zien dat 'vragers' steeds meer met die onderwerpen bezig zijn.’ Misschien moet ook de naam ‘PIANOo’ (Professioneel en Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers) wel op de schop, zegt hij. ‘Waarom zouden we eerdergenoemde termen niet in de naam opnemen? Dan is de organisatie er helemaal klaar voor om ook de komende 15 jaar een waardevolle bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van ons vakgebied in Nederland.’