Proportionele pepernoten

09-07-2020 | Bron: Kennedy Van der Laan  

Per 1 juli 2020 is de Gids Proportionaliteit gewijzigd. Het uitsluiten op voorhand van kostenvergoeding bij een laattijdige intrekking van een aanbesteding kan volgens voorschrift 3.8B disproportioneel zijn. Dit nieuwe voorschrift doet oude tijden enigszins herleven

Contractsvrijheid

Vergoeding van inschrijfkosten is bij aanbestedingen al sinds jaar en dag een heikel punt. Inschrijvers maken kosten voor het doen van een inschrijving en zeker wanneer het een omvangrijke opdracht betreft, kunnen de kosten voor inschrijvers fors zijn. Wetende dat maar één inschrijver de opdracht gegund krijgt dwingt dit tot de conclusie dat de andere inschrijvers achterblijven met hun kosten. Die kosten kan men beschouwen als onderdeel van het ondernemen, maar op dat standpunt valt enige nuance aan te brengen. Immers wanneer een aanbesteder op een zeer laat moment in de aanbesteding gebruik maakt van zijn recht om de aanbesteding te stoppen, kan dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om dit te doen zonder de redelijke inschrijvingskosten te vergoeden.

Naarmate de aanbesteding omvangrijker is en de inschrijvingskosten hoger worden speelt deze problematiek. De contractsvrijheid dwingt niet tot gunning en biedt de mogelijkheid tot stoppen, maar de precontractuele goede trouw kan anderzijds de verplichting scheppen om bij het stoppen kosten te vergoeden. De Gids Proportionaliteit maakt een onderwerp dat lange tijd in de Nederlandse aanbestedingspraktijk taboe was weer onderwerp van discussie en dat is goed.

In verband met auteursrechtelijke bescherming is alleen een inleiding/ samenvatting van dit artikel beschikbaar.

 

Lees het volledige artikel  op kvdl.com.

Meer informatie

Gids Proportionaliteit