Ruimte voor creativiteit fundament voor innovatie in de bouw

29-03-2019 | Bron: PIANOo

Innoveren is een spannende opgave die niet altijd goed samengaat met reguliere bouwprocessen. Om antwoorden te bieden op prangende vraagstukken, zoals klimaatneutrale en circulaire infrastructuur en gebouwen, is innovatie echter onmisbaar. Creativiteit is een belangrijke randvoorwaarde om een innovatie te laten slagen, maar hoe borg u dit in het aanbestedingsproces? Voor zijn afstudeeronderzoek ontwierp Jesse van der Mieden op basis van het innovatiepartnerschap een stappenplan om overheden met een bouwgerelateerde innovatievraag op weg te helpen.

De aanbestedingsprocedure innovatiepartnerschap biedt overheden de mogelijkheid om samen met de markt innovatieve oplossingen te ontwikkelen en deze vervolgens ook af te nemen. Een grote-stappen-snel-thuis-aanpak is hier niet van toepassing. Om innovaties te ontwikkelen, moet veel ruimte worden gegeven aan creativiteit. Het innovatiepartnerschap biedt hiervoor meerdere knoppen om aan te draaien, zoals het gunnen van opdrachten aan meerdere partijen, het laten doorlopen van het selectieproces na de gunning en het laten plaatsvinden van het ontwikkelproces zowel voor als na gunning. 

Ruimte bieden aan creatief potentieel: zo doe je dat

Ruimte bieden aan creativiteit klinkt vanzelfsprekend, maar is in de praktijk nog best lastig. De opdrachtgever dient daarom voor drie pijlers te zorgen:

  • Pijler 1: Zorg voor betrokkenheid van partijen.
    De probleemeigenaar (overheid) en de probleemoplossers (ondernemers) vormen de ruggengraat van het creatieve proces. Om de juiste innovatie te kunnen ontwikkelen en in te kopen, is het belangrijk dat de overheid zelf een team formeert dat bestaat uit een opdrachtgever (de vertegenwoordiger van de probleemeigenaar), een inkoopmanager (de eigenaar van het inkoopproces) en een creativiteitsmanager (vaak een onafhankelijke adviseur die verantwoordelijk is voor het creatieve proces). Betrek daarnaast technisch specialisten die vanuit hun expertise bijdragen aan de acceptatie van de ontwikkelde oplossing in de organisatie. Het selecteren van probleemoplossers gebeurt volgens Jesse op basis van potentieel, zowel op het gebied van innovatiekracht als samenwerking.
  • Pijler 2: Verken eerst de probleemruimte, daarna de oplossingsruimte.
    In de probleemruimte verkennen de probleemeigenaar en de probleemoplossers het vraagstuk nader. De complexiteit van het vraagstuk wordt duidelijk en er ontstaat ruimte om het vraagstuk, de uitgangspunten en de kaders in een nieuw perspectief te zien. Deze fase is belangrijk, omdat betrokken partijen vaak geneigd zijn in oplossingen te denken, voordat het vraagstuk voor hen echt helder is. In de oplossingsruimte verkennen de probleemoplossers vervolgens de mogelijke oplossingsrichtingen. De probleemoplossers kiezen in het innovatiepartnerschap elk hun eigen oplossingsrichting, waarna zij - betaald door de probleemeigenaar - een prototype ontwikkelen en testen. In meerdere stappen werken partijen zo van ideeën naar afname toe.
    In de oplossingsruimte kan de inkoopmanager de probleemeigenaar ondersteunen met het afsluiten van deelcontracten met de probleemoplossers. Zo kunnen de probleemoplossers worden beloond voor het ontwikkelen van de beste oplossingen. Door probleemoplossers parallel aan elkaar te laten werken, ontstaat er ruimte voor eigen creatieve interpretaties van het vraagstuk, met verrassende oplossingen als resultaat. Go/no-go momenten zorgen ervoor dat de probleemeigenaar oplossingen kan selecteren die het beste aansluiten bij zijn vraagstuk.
  • Pijler 3: Waarborg creatief potentieel.
    Om het creatief potentieel te faciliteren, zijn wederzijds vertrouwen en continue interactie en terugkoppeling van essentieel belang. De probleemeigenaar en de probleemoplossers zullen elkaar daarom transparant, gelijkwaardig en respectvol moeten behandelen. De creativiteitsmanager helpt alle betrokkenen deze waarden te waarborgen.

Herhalend in plaats van lineair

Het is belangrijk te realiseren dat het creatieve proces herhalend is in plaats van lineair. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat de betrokkenen de probleemstelling meerdere keren aanscherpen of dat een eerste oplossingsrichting aanleiding kan zijn om een nieuwe variant te ontwikkelen.

Creativiteit ook buiten het innovatiepartnerschap

De adviezen van Jesse zijn niet alleen bruikbaar binnen het innovatiepartnerschap, maar bij alle ontwikkelvraagstukken. Bijvoorbeeld bij een SBIR of een concurrentiegerichte dialoog. Alle partijen die betrokken zijn bij de innovatieopgaven in de publieke sector kunnen op basis van eigen inzichten het traject vormgeven en zo de kans van slagen vergroten. 

Meer informatie

Inkoopproces Fase 1 - Innovatiepartnerschap
Innovatiepartnerschap  op innovatiekoffer.nl

Dit artikel is mede geschreven door Floris den Boer, adviseur PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden, en gepubliceerd door Cobouw.