Zorginkoop veelal vormgegeven als Open House

05-07-2018 | Bron: PIANOo

De meeste gemeenten kopen hun Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdzorg in via een procedure, die inhoudelijk gezien neerkomt op een open house-procedure.  De gemeente contracteert in dat geval alle aanbieders die voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen en voorwaarden, de cliënt maakt de uiteindelijke keuze voor de zorgaanbieder. Dit blijkt uit de Monitor Gemeentelijke zorginkoop die PIANOo liet uitvoeren door het Public Procurement Research Centre (PPRC) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) onder 380 gemeenten. De Monitor geeft inzicht in de manier waarop gemeenten Wmo- en Jeugdhulp inkopen, welke afwegingen zij hierbij maken en de knelpunten die zij daarbij ervaren. 

Inzicht in manier van inkopen Wmo- en Jeugdhulp

Gemeenten hebben voor de inkoop van Wmo en Jeugdhulp de keuze uit 3 instrumenten (naast het zelf doen):

  • aanbesteden
  • subsidie
  • open house

De keuze tussen deze instrumenten is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de mogelijkheid om afdwingbare afspraken te maken met aanbieders en daarmee te sturen op resultaat.

Inkoop veelal vormgegeven als Open House

Uit de Monitor blijkt dat de meeste gemeenten momenteel kiezen voor een open house-procedure, of procedures die inhoudelijk overeenkomen met open house. In dat geval stelt de gemeente standaard prijs- en kwaliteitseisen op voor zorgaanbieders. Iedere aanbieder die aan deze eisen voldoet, krijgt een contract van de gemeente. De cliënt (en dus niet de gemeente) maakt de uiteindelijke keuze voor de zorgaanbieder. Hoewel deze procedure vaak een aanbesteding genoemd wordt, is eigenlijk sprake van een open house. Enkel wanneer de gemeente zelf een keuze maakt voor één of een beperkt aantal aanbieders op basis van gunningscriteria, is het aanbestedingsrecht van toepassing. Uit de Monitor blijkt dat slechts een klein gedeelte van de gemeenten daadwerkelijk op een dergelijke manier aanbesteedt.

Knelpunten

Uit interviews met 21 gemeenten blijkt dat zij bij het inkopen de inwoner centraal stellen en dat vaak externe adviseurs worden ingehuurd. Gemeenten geven verder aan dat zij de complexiteit van zorgdiensten, ongeacht het gekozen instrument voor de financiering daarvan, en de bijbehorende juridische kaders als belangrijkste knelpunten ervaren. Alle geïnterviewde gemeenten geven verder aan te merken dat zorgaanbieders het lastig vinden in te schrijven voor een open house of aanbestedingsprocedure. Knelpunten in wetgeving zien ze vooral op het gebied van privacy, keuzevrijheid, resultaatgericht beschikken, de overtuiging verplicht te zijn om aan te besteden en het vaststellen van reële tarieven. Opvallend is dat geen enkele geïnterviewde gemeente een specifieke wet of set regels als knelpunt noemt.

Ondersteuning gemeenten bij inkopen en aanbesteden sociaal domein

Minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2018 op 5 juli 2018 aan de Tweede Kamer gestuurd, met een brief over inkoop en aanbesteden in het sociaal domein. In deze brief constateert de minister dat de wet- en regelgeving voor het sociaal domein ruimte biedt voor het stellen van specifieke kwaliteitseisen aan zorg(aanbieders). Die ruimte zouden gemeenten beter kunnen benutten. De minister wil in overleg met gemeenten en zorgaanbieders een aanpak formuleren voor ondersteuning hierbij. De resultaten en knelpunten uit de Monitor zullen hier mede voor gebruikt worden. Daarnaast geeft de minister aan samen met de Europese Commissie en andere lidstaten te willen verkennen welke ruimte er is om elementen als lokaal partnerschap en samenwerking, continuïteit van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, en lange termijn investeringen voorop te stellen binnen de aanbestedingskaders.

Kamerbrief Inkoop en aanbesteden in het sociaal domein  op tweedekamer.nl
Monitor Gemeentelijke Zorginkoop 2018 (pdf)

Dossier
Sociaal Domein
Verplicht aanbesteden van zorg in het sociaal domein?