Beoordelingsprocedure (week 20)

Het geschil van partijen spitst zich in dit kader toe op de vraag of zich procedurele onjuistheden hebben voorgedaan die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt. (Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 27 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5657)

Feiten en omstandigheden

Op 7 augustus 2017 heeft de Politie bekendgemaakt een Europese openbare aanbestedingsprocedure te houden voor de opdracht “Dienst Beeldspraak”. De opdracht is verdeeld in twee percelen. Perceel 1 betreft het beheer, de levering en het onderhoud van telediensten en verhoorregistraties, inclusief bijbehorende dienstverlening en omvat een geraamde waarde van € 50.000.000,--. Perceel 2 betreft de aanbesteding van de centrale videotransport infrastructuur systemen en omvat een geraamde waarde van € 24.000.000,--.

Avex B.V. (hierna: Avex), Visions Connected Netherlands B.V. (hierna: Visions) en Inter Visual Systems hebben tijdig een inschrijving ingediend.

Bij brief van 13 november 2017 heeft de Politie aan Avex bericht dat zij voornemens is beide percelen van de opdracht te gunnen aan Visions en dat Avex op beide percelen als tweede is geëindigd.

Bij brief van 14 november 2017 heeft Avex aan de Politie gevraagd waarom de inschrijvingen van haarzelf en Visions voor Perceel 1 niet terzijde zijn gelegd, omdat zij beide voor dat perceel de minimale score op kwaliteit van 70 (gewogen) punten niet hebben behaald. Vervolgens heeft de Politie besloten de aanbestedingsprocedure van Perceel 1 te staken.

Beoordelingsprocedure

Avex heeft aangevoerd dat de Politie in strijd met de in de aanbestedingsdocumenten beschreven systematiek heeft gehandeld doordat zij al in de consensusbijeenkomst de prijs bij de beoordeling had betrokken. Gelet op de chronologie van de in het Programma van Eisen beschreven stappen, staat vast dat het reeds betrekken van de prijs bij de beoordeling in de consensusbijeenkomst niet is toegestaan.

Het bezwaar van Avex op dit punt is uitsluitend gegrond op een formulering van de advocaat van de Politie in haar conclusie van antwoord, namelijk op de zinsnede “Uit de consensus-beoordeling van 2 november 2017 bleek dat Visions de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding had gedaan”. De advocaat heeft verklaard dat zij dit verkeerd heeft weergegeven en heeft betwist dat de beoordelingscommissie de prijs-kwaliteitverhouding heeft beoordeeld tijdens de consensusbijeenkomst. Nu de opmerking voorts niet wordt ondersteund door stukken van de aanbestedende dienst zelf, heeft de Politie voldoende weerlegd dat in strijd met de hiervoor beschreven chronologie is gehandeld.

Avex heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de beoordelingscommissie met het interne beoordelingsprotocol van de Politie een van het Programma van Eisen afwijkende maatstaf heeft gehanteerd. Uit het Programma van Eisen en de eerste Nota van Inlichtingen vloeit voort dat inschrijvingen terzijde zouden worden gelegd als deze voor de vier sub-gunningscriteria voor kwaliteit minder dan 70 gewogen punten zouden scoren, terwijl maximaal 100 gewogen punten konden worden behaald. In het intern beoordelingsprotocol dat aan de beoordelaars ter hand is gesteld, staat vermeld dat inschrijvers voor alle sub-gunningscriteria voor kwaliteit minimaal een voldoende dienden te scoren en dat hun inschrijving terzijde zou worden gelegd bij een onvoldoende op een sub-gunningscriterium voor kwaliteit. Het is evident dat dit een wezenlijk verschil is; het Programma van Eisen beschrijft een minimale totaalscore en het interne beoordelingsprotocol van de Politie beschrijft een minimale score per sub-gunningcriterium.

Niet valt uit de sluiten dat de waardering van de beoordelaars is beïnvloed door de foutieve instructie onder de tabel in het intern beoordelingsprotocol. Het voorgaande leidt reeds tot de conclusie dat zich procedurele onjuistheden hebben voorgedaan die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt.

Herbeoordeling

Een herbeoordeling lijkt de aangewezen weg om de onjuistheden te herstellen. Avex heeft evenwel geen herbeoordeling gevorderd, maar heraanbesteding. Een gebod tot heraanbesteding is veel ingrijpender dan een gebod tot herbeoordeling en heeft een wezenlijk ander karakter. Afwijzing van de vordering zou echter leiden tot de onwenselijke situatie dat op basis van een gebrekkig verlopen procedure zal worden gegund. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding tot toewijzing van de primair in de hoofdzaak gevorderde heraanbesteding, tenzij alle inschrijvingen binnen een periode van zes weken opnieuw worden beoordeeld overeenkomstig de voorgeschreven procedure

(IBR, 16 mei 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl