Beoordelingssystematiek bij gunningscriterium Architectuur (week 41)

Kern van het onderhavige geschil betreft de vraag of FSB de inschrijving van Philips voor wat betreft het criterium Architectuur op goede gronden heeft beoordeeld als 'goed' (3 punten) en niet als 'zeer goed' (4 punten) in de zin van paragraaf 7.6.4 van het Beschrijvend Document.
(Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 4 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11320)

Feiten en omstandigheden

Op 9 januari 2017 heeft Facilitaire Samenwerking Bevolkingsonderzoeken U.A (hierna: FSB) heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de opdracht tot het leveren en onderhouden van een Image Management Systeem 2.0 ten behoeve van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland (hierna 'IMS'). De belangrijkste functie van IMS betreft het opslaan, zichtbaar maken en uitwisselen van digitale beelden (foto's/mammogrammen). Als gunningscriterium wordt gehanteerd de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Op de aanbesteding hebben onder andere Philips Nederland B.V. (de huidige opdrachtnemer, hierna: Philips) en Sectra ImaXperts B.V. (hierna: Sectra) tijdig ingeschreven. Bij brief van 8 juni 2017 heeft FSB Philips bericht dat Sectra de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft ingediend. FSB is daarom voornemens de Overeenkomst aan Sectra te gunnen.

Beoordeling

In dit verband richten de bezwaren van Philips zich tegen het standpunt van FSB dat:
(i) het aangeboden FIFO-principe op de Screeningseenheid minder goed past bij een 'Security by Design' gedachte;
(ii) de onderbouwing en uitwerking van de mobiele oplossing niet optimaal is;
(iii) prefetching nog steeds noodzakelijk is, waardoor tijd- en plaatsonafhankelijk beoordelen naar verwachting minder goed mogelijk wordt.

Enige mate van subjectiviteit is inherent aan de beoordeling van een kwalitatief gunningscriterium, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat enigszins op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft als zodanig nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen.

Verder is van belang dat - in geval van een beoordelingssystematiek zoals hier aan de orde - van een inschrijver mag worden verwacht dat hij in eigen bewoordingen aangeeft op welke wijze hij de verlangde kwaliteit gaat leveren.

Als uitgangspunt moet worden genomen dat in beginsel er op mag worden vertrouwd dat de inschrijvingen correct en zorgvuldig worden getoetst door de aangewezen beoordelaars.

Voor zowel punt i, ii als iii geldt dat FSB het hier aan de orde zijnde aanbod van Philips terecht niet als 'zeer goed' heeft kunnen kwalificeren en dat er geen aanleiding is om de beoordeling van de inschrijving van Philips als onbegrijpelijk aan te merken.

Motivering gunningsbeslissing

Philips stelt zich voorts op het standpunt dat de motivering van de gunningsbeslissing niet deugt. Volgens haar is ten onrechte nagelaten om daarin de kenmerken en de voordelen van de inschrijving van Sectra op te nemen.

In de gunningsbeslissing van 8 juni 2017 heeft FSB aangegeven dat de inschrijving van Sectra 92,93 punten heeft behaald, alsmede dat daarin maximaal is gescoord op de criteria Prijs, Toekomstige ontwikkelingen, Architectuur, Interviews en Wensen omtrent de oplossing en de koppelingen en dat op de criteria Demonstratie, Plan van Aanpak en Wensen omtrent de diensten door Sectra scores zijn behaald van respectievelijk 1,82, 3,7 en 91%.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt daarmee voldaan aan de eisen die worden gesteld aan de motivering van een gunningsbeslissing en rusten op FSB geen verdergaande verplichtingen in dat verband.

Slotsom

De slotsom is dat de vorderingen van Philips zullen worden afgewezen.

(IBR, 11 oktober 2017)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl