De Staat hoeft zijn schoonmaakwerkzaamheden niet aan te besteden (week 52)

De Staat wil zijn schoonmaakopdrachten niet meer aanbesteden maar ze in eigen beheer uitvoeren. De conclusie van het hof is dat dit niet in strijd is met het aanbestedingsrecht en dat de Staat niet in strijd met het mededingingsrecht handelt. Er is sprake van zelfvoorziening en de Staat verstrekt met de oprichting en ondersteuning van de RSO geen ongeoorloofde staatssteun aan een onderneming. De grieven zijn ongegrond. (ECLI:NL:GHDHA:2020:898 Gerechtshof Den Haag datum uitspraak 12 mei 2020)

Feiten en omstandigheden

Nadat de Tweede Kamer akkoord was gegaan met de plannen van het kabinet, is in december 2015 het Definitief Organisatiebesluit Rijksschoonmaakorganisatie (hierna: het Organisatiebesluit) vastgesteld. Hierin staat dat het kabinet heeft besloten om de schoonmaakwerkzaamheden bij het Rijk in eigen beheer uit te voeren en onder te brengen in de nieuw op te richten Rijksschoonmaakorganisatie (hierna: de RSO). Op 1 juni 2016 hebben de schoonmaakbedrijven de Staat aansprakelijk gesteld voor de schade die zij (zullen) lijden ten gevolge van het bij de RSO onderbrengen van schoonmaakwerkzaamheden die voorheen door hen werden verricht.

De rechtbank heeft de vorderingen van de Schoonmaakbedrijven afgewezen. Dit is het hoger beroep van die zaak.

Uitsluitend gebouwen rijksoverheid

“De Staat (het kabinet) heeft met instemming van de Tweede Kamer besloten alle schoonmaakwerkzaamheden van de rijksoverheidsinstanties bij de RSO onder te brengen. Dit ligt vast in het Organisatiebesluit. In het Organisatiebesluit is immers bepaald dat de schoonmaakwerkzaamheden voor alle onderdelen van het Rijk bij de RSO wordt belegd. Er is geen uitzondering voor bepaalde onderdelen van het Rijk. In § 2.1 van het Organisatiebesluit is uitdrukkelijk vastgelegd dat de RSO vanaf haar start per januari 2016 de schoonmaakcontracten van de marktpartijen overneemt (tot en met 2020) en dat uiteindelijk in 2021 de gehele rijksdienst bij de RSO is aangesloten. In 2021 verzorgt de Staat dus via de RSO de schoonmaakwerkzaamheden ten behoeve van de hele Rijksdienst – dus voor alle rijksoverheidsinstanties die tot de Staat behoren. Door dit besluit van de Staat komen deze schoonmaakwerkzaamheden niet meer op de markt. De Staat krijgt daardoor overigens geen monopolie voor schoonmaakwerkzaamheden, omdat deze schoonmaak maar een klein deel (1,8%) van de schoonmaakwerkzaamheden betreft, namelijk dat deel dat de schoonmaak van de gebouwen van de rijksoverheidsinstanties betreft.”

Niet concurrerend

“Voor de schoonmaakdienstverlening via de RSO is centraal vastgelegd wat de scope ervan is en ook dat het qua prijs kostenneutraal moet zijn in vergelijking met de eindigende contracten (zie § 1.2 van het Organisatiebesluit). De RSO krijgt geen eigen vermogen (het kasstelsel is van toepassing, eventuele overschotten vloeien terug in de Staatskas) en de Staat verstrekt geen (financiële) steun buiten zijn eigen organisatie. De RSO is een onderdeel van en voor de Staat en alle financiële middelen voor het vervullen van de schoonmaakwerkzaamheden zijn binnen de eigen organisatie van de Staat beschikbaar en zijn ten dienste van (alleen) de eigen organisatie van de Staat.”

“De Staat (of de RSO) biedt deze schoonmaakdiensten niet (meer) op de markt aan. De Staat bedient met de RSO ook geen overheidsdiensten die niet tot de Staat behoren. De RSO voert als onderdeel van de Staat alleen voor de andere onderdelen van de Staat de schoonmaakwerkzaamheden uit en deze werkzaamheden zijn niet op de markt (zie 5.8). Concurreren kan voor de rijksschoonmaakwerkzaamheden niet.”

“Al het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat er met betrekking tot de schoonmaakwerkzaamheden van de rijksgebouwen sprake is van zelfvoorziening door de Staat, terwijl de RSO niet als een onderneming in mededingingsrechtelijke zin staatssteun krijgt.”

(VdLC publishers/consultants BV, 6 januari 2021)

Lees de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl