Disproportionele waarde toegekend aan gunningscriterium (week 7)

Eiseres is het niet eens met de wijze waarop de gunningscriteria zijn beoordeeld. Volgens haar heeft de aanbestedende dienst disproportioneel veel waarde gehecht en doorslaggevend belang toegekend aan de slankheid c.q. verfijndheid van het ontwerp, terwijl dit maar één van de factoren was waarnaar zou worden gekeken. Verder zou er volgens eiseres een andere beoordelingswijze zijn gehanteerd dan door de aanbestedingsstukken is voorgeschreven. Als laatst vermoedt eiseres dat de begunstigde een kennisvoorsprong had en wil zij stukken inzien om dit aan te kunnen tonen. De vorderingen worden door de voorzieningenrechter afgewezen. Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 24 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14037)

Feiten en omstandigheden

De Gemeente Leiden (hierna: de Gemeente) heeft een Europese openbare aanbesteding gehouden voor de plaatsing van bushokjes en vrijstaande reclamevitrines en de concessieverlening voor het exploiteren van reclame in deze objecten. Onder meer Exterion Media (Netherlands) B.V. (hierna: Exterion) en Reclamebureau Limburg B.V. (hierna: RL) hebben zich op de aanbesteding ingeschreven. De Gemeente heeft op 11 oktober 2019 de gunningsbeslissing verzonden en vermeldt dat zij voornemens is om de opdracht te gunnen aan RL.

Naast dat er disproportioneel veel waarde is gehecht en doorslaggevend belang is toegekend aan de slankheid c.q. verfijndheid van het ontwerp, is volgens Exterion het ontwerp voor het type Breestraat als uitgangspunt genomen, terwijl uit de aanbestedingsstukken een andere beoordelingswijze zou blijken. Daarnaast blijkt, volgens Exterion, uit de beoordeling van de door Exterion aangeboden maatregel van de fijnstofsensoren blijkt dat de Gemeente van oordeel is dat de verhoging van de kwaliteitsbeleving direct ter plekke moet plaatsvinden en dat blijkt niet uit de aanbestedingstukken. Verder vermoedt Exterion dat RL beschikt over een kennisvoorsprong en wenst zij stukken in te zien om dat in een eventuele bodemprocedure aan te kunnen tonen op grond van art. 843a Rv.  

Verfijndheid ontwerp

De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de motivering van de gunningsbeslissing blijkt dat de Gemeente de verfijndheid van het ontwerp heeft meegewogen bij de beoordeling. Dat is overeenkomstig hetgeen in de aanbestedingsstukken staat vermeld. In de toelichting bij de subgunningscriteria is de verfijndheid van het ontwerp als een van de belangrijke aandachtspunten opgenomen. Ook in de Nota van Inlichtingen is herhaald dat dit een van de vijf criteria is waar bij de beoordeling op zal worden gelet. Gelet daarop moest voor iedere goed geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver duidelijk zijn dat dit bij de beoordeling een rol, en ook een belangrijke rol, zou spelen.

Een aanknopingspunt voor de juistheid van de stelling van Exterion dat de beoordelingscommissie hieraan disproportioneel veel waarde heeft gehecht en hieraan een doorslaggevend belang heeft toegekend, terwijl dit maar één van de factoren was waarnaar gekeken zou worden, ziet de voorzieningenrechter niet. Weliswaar komt met name dit aspect in de motivering van de beoordeling naar voren, maar dat vloeit voorts uit het feit dat de Gemeente was gehouden om de score ‘matig’ te motiveren. Die score wordt gegeven als het ontwerp niet op alle vijf de criteria minimaal voldoet aan wat de aanbestedende dienst eist en wenst. Begrijpelijk is dan dat de Gemeente in de motivering de criteria eruit licht waaraan volgens haar niet is voldaan. Exterion kan dan ook niet worden gevolgd in dit bezwaar.

Verhoging kwaliteitsbeleving

De voorzieningenrechter volgt de Gemeente en RL in hun betoog dat er op neer komt dat niet valt in te zien dat het enkel plaatsen van sensoren de kwaliteitsbeleving voor reizigers en bezoekers verhoogt. Deze versturen immers alleen data naar de Gemeente. Het oordeel dat een dergelijke functionaliteit niet primair de kwaliteitsbeleving van reizigers en bezoekers verhoogt, acht de voorzieningenrechter dan ook niet onbegrijpelijk en overeenkomstig de beoordelingsmaatstaf die volgt uit de aanbestedingsstukken. Er is door de Gemeente hierbij geen kenbare zwaardere eis gesteld. Ook de overige maatregelen die Exterion in haar aanmelding heeft opgenomen, voldoen niet aan de beoordelingsmaatstaf die volgt uit de aanbestedingsstukken.

Verstrekken stukken

Aan toewijzing van deze vordering staat op de eerste plaats in de weg dat Exterion door in te schrijven op de aanbesteding ermee heeft ingestemd dat inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld en uitsluitend worden getoond aan medewerkers die direct bij de aanbestedingsprocedure zijn betrokken. Daar komt bij dat de Gemeente op grond van de Aanbestedingswet gehouden is de door Exterion verzochte stukken niet openbaar te maken. Gelet op het voorgaande is voor een beroep van Exterion op art. 843a Rv geen plaats. De vraag of aan de vereisten van dat artikel is voldaan kan dan ook onbesproken blijven.

Slotsom

De voorzieningenrechter wijst het gevorderde af.

(IBR, 12 februari 2020)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl