Factsheet Wijkteams

De voormalige vakgroep Sociaal Domein (onder voorzitterschap van de heer prof. dr. J. Telgen) heeft een factsheet Wijkteams opgesteld. Voor de inrichting van het sociaal domein gebruiken gemeenten verschillende modellen van opdrachtgeverschap. Hoe verschillend daarbij de rol- en taakverdeling tussen de gemeente en de aanbieders ook is, vrijwel alle gemeenten werken voor Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdhulp (en soms ook andere taken) met wijkteams, gebiedsteams of sociale teams. In deze factsheet wordt verder de term wijkteams gebruikt. (juli 2019)

Onder de term wijkteam komen in de praktijk veel verschillende vormen voor. Deze factsheet is bedoeld om enige ordening aan te brengen in die vele vormen en een eerste analyse te geven van de voor- en nadelen van al die vormen. Daarmee beoogt de vakgroep hulp te bieden bij keuzes die gemeenten maken over de inrichting en taken van de wijkteams. De vakgroep onderscheidt wijkteams naar taak en samenstelling en behandelt ook de juridische vormgeving (grotendeels gebaseerd op de MPM doctoraal scriptie van Ineke Legtenberg, gemeente Ede).

Taken van een wijkteam

De meest voorkomende taken van een wijkteam zijn:

  • intake, waaronder de vakgroep onderscheid maakt naar contactpunt, toelaten, plan maken en keuze aanbieder.
  • regie voeren en monitoring
  • zelf zorg leveren

Daarnaast komt het ook voor dat wijkteams andere taken hebben zoals preventie en voorlichting. Alleen de eerste 3 genoemde taken worden behandeld.

Intake

Onder ‘intake’ kan weer een divers scala aan rollen en functies worden verstaan. De meest voorkomende is het zijn van een adres waar inwoners met vragen aan kunnen kloppen of waarnaar ze verwezen kunnen worden door vrienden en kennissen, gemeente ambtenaren, maatschappelijk werkers of artsen. Dit betekent dat het wijkteam het eerste contactpunt is. Daar vindt een gesprek plaats wat meestal aangeduid wordt als ‘keukentafelgesprek’. Meestal vindt hier ook het begin van dossiervorming plaats.

Wat het wijkteam daarna doet met of voor de inwoner varieert van het wijzen op beschikbare voorzieningen (maatschappelijk werk, algemene voorzieningen) of doorverwijzen naar een meer geschikte instantie via allerlei tussenvormen tot het vormen van een oordeel of een inwoner al dan niet in aanmerking komt voor ondersteuning middels individuele (jeugdhulp) of maatwerk (Wmo) voorzieningen. In de rest van deze factsheet gebruiken we voor beide de term “maatwerk”.

Als er een maatwerkvoorziening wordt toegekend is het belangrijk onderscheid te maken tussen het alleen maar ‘toelaten tot’ de maatwerkvoorzieningen of het in belangrijke mate ‘opstellen van het plan’ voor inzet van de maatwerkvoorzieningen. In het ene geval zal vervolgens de uitvoerende aanbieder het plan nog zelf moeten maken (ook het ‘wat’) en in het andere geval zal de aanbieder voornamelijk als uitvoerder van het plan van het wijkteam optreden (alleen het ‘hoe’). Dit onderscheid heeft dan ook onmiddellijk consequenties voor de mate van deskundigheid die in het wijkteam aanwezig dient te zijn. Dat kan natuurlijk verschillen tussen zorgvormen (bijvoorbeeld niet voor Jeugd GGZ, wel voor dementie) wat het beeld nog ingewikkelder maakt.

Voor de compleetheid noemen we onder het kopje intake ook nog de keuze van de cliënt voor een specifieke zorgaanbieder: welke rol heeft het wijkteam daar in? Dat kan variëren van helemaal geen rol via het aanreiken van een lijst met mogelijke aanbieders tot en met het aanwijzen/adviseren van de meest geschikte aanbieder.

Regie voeren en monitoring

De bemoeienis van het wijkteam kan stoppen na de intake of breder zijn door een rol in de regievoering. Onder ‘regie voeren’ wordt verstaan dat het wijkteam een taak heeft bij een individuele cliënt die verder gaat dan alleen de intake. Ook na de intake en toewijzing van maatwerkvoorzieningen houdt het wijkteam dan contact met de cliënt om te bezien of bijstelling (op- of afschaling) noodzakelijk of mogelijk is. Dit kan basaal gebeuren door het verzamelen van informatie van de zorgaanbieders over de cliënten, maar kan ook veel meer naar een casemanager neigen. Als de regie echt de inhoud van case management krijgt fungeert het ook als een soort controle mechanisme op de prestaties van de zorgaanbieder. Daarmee kan het ook een belangrijke rol vervullen in het leveranciers- en contract management. Bij de keuze tussen de mogelijke invullingen van ‘regie voeren’ (van helemaal niet tot case manager) zal duidelijk zijn dat ook de consequenties voor de omvang van de wijkteams meegenomen moeten worden.

Zelf zorg leveren

Daar wijkteams het eerste contactpunt zijn kiest een aantal gemeenten er ook voor om een aantal algemene voorzieningen of maatwerk voorzieningen door de wijkteams zelf te laten leveren (bijvoorbeeld begeleiding of opvoedondersteuning). Dat voorkomt een verdere doorgeleiding en kan dus bevorderlijk zijn voor de snelheid van handelen. Anderzijds stelt het natuurlijk ook weer specifieke eisen aan de deskundigheid van de medewerkers in de wijkteams (afhankelijk van de te leveren ondersteuningsvorm) en heeft het consequenties voor de omvang van de wijkteams.

Samenstelling van de wijkteams

In de praktijk zien we 4 verschillende vormen van de samenstelling van een wijkteam:

  • alleen gemeentemedewerkers (of daarmee vergelijkbaar);
  • gemeentemedewerkers samen met ingehuurde medewerkers van aanbieders;
  • gemeentemedewerkers samen met (om niet) gedetacheerde medewerkers van aanbieders;
  • teams van medewerkers van (al dan niet verschillende) aanbieders.

Voor de samenstelling van de wijkteams speelt een afweging tussen enerzijds de deskundigheid en anderzijds de onafhankelijkheid van de medewerkers in het wijkteam.

Wat de deskundigheid betreft is de verwachting dat zorgaanbieders a priori beter in staat zijn de juiste intake te doen (afhankelijk van de specifieke rol in de intake). Aan de andere kant hebben medewerkers van zorgaanbieders ook de neiging in zorgtermen en zorgoplossingen te denken, wat kan leiden tot meer dan de noodzakelijke inzet van zorg.

Natuurlijk kunnen ook gemeenten er op inzetten om de benodigde deskundigheid op te bouwen door bijvoorbeeld voormalige medewerkers van aanbieders in dienst te nemen. Overigens mag men zich bij de eerste 3 vormen afvragen hoe de kennis op peil gehouden wordt. Als men niet geregeld werkzaam is in het betreffende werkveld is het lastiger bij te blijven in het vakgebied.

Wat de onafhankelijkheid betreft gaat het voornamelijk om belangen bij het verlenen van ondersteuning: dat kan zowel in de 1e lijn bij algemene voorzieningen het geval voorkomen, als ook in de 2e lijn bij maatwerkvoorzieningen. Als betrokkenen in de wijkteams direct of indirect belang hebben bij (financiële) omzet wordt het handelen mogelijk beïnvloed door die belangen. Daarbij is de verwachting dat eerste en tweede vormen meer garantie bieden voor een onafhankelijk beeld van de cliënt en zijn problematiek. Bij de derde en vierde vorm zal het voor de betrokken medewerkers lastig zijn het eigen organisatie belang geheel af te sluiten van de te verrichten werkzaamheden. Dat lijkt ook bevestigd te worden door recent onderzoek van het CPB.

Overigens moet ook niet uit het oog verloren worden dat bij de eerste 2 vormen de gemeente ook een eigen belang heeft dat naast de ondersteuning voor de inwoner ook een financiële dimensie kent.

De wijkteambenadering nader bekeken  op cpb.nl

Combinatie

Feitelijk dienen de verschillende mogelijkheden voor de taken en de vormen van samenstelling van een wijkteam gecombineerd te worden. Afhankelijk van de breedte van de taken van een wijkteam komen ook andere vormen voor de samenstelling van een wijkteam in aanmerking.

Juridische vormgeving

Wijkteams komen voor als:

  • publiekrechtelijke samenwerking in een gemeenschappelijke regeling;
  • als onderdeel van de gemeente;
  • project organisatie in samenwerking tussen gemeente en aanbieder(s);
  • stichting;
  • coöperatie;
  • contractering van een aanbieder.

Daaraan ten grondslag liggen meerdere keuzen:

  • moet er verzelfstandigd worden om de taken goed te kunnen uitvoeren?
  • kan de uitvoering in publiekrechtelijk vorm of is het publiek belang er juist bij gebaat om een privaatrechtelijke vorm te kiezen?
  • kiest de gemeente voor een eenzijdige verzelfstandiging of juist voor een meervoudige verzelfstandiging waarbij de gemeente samen met andere gemeenten of met een of meer private partners een rechtsvorm opricht?
  • Vorm van financiering van de wijkteams (subsidie, contractering, betaald uit exploitatie)?

Een aantal specifieke aandachtspunten die meegewogen moeten worden zijn:

  • de combinatie van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke taken
  • benodigde expertise van medewerkers bij de toegang
  • beperken van aantal professionals in een gezin
  • legitimatie / democratische controle
  • dubbele petten problematiek (i.v.m. de stelselverantwoordelijkheid)
  • bestuurlijk belang ofwel zeggenschap
  • sturing (hiërarchisch of contractueel)