Formuleren gunningscriteria & transparantie gunningssystematiek (week 47)

A komt op tegen de gunningsbeslissing van X inzake de opdracht betreffende het leveren van huishoudelijke ondersteuning in regio Y. A stelt zich op het standpunt dat de aanbesteding van X onjuistheden bevat. Ook maakt A tegen de door X geformuleerde gunningscriteria. Deze zouden volgens A onvoldoende objectief en transparant zijn. (Rechtbank Gelderland 12 november 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:6006)

Feiten en omstandigheden

A is een zorgaanbieder voor huishoudelijke ondersteuning. X heeft in opdracht van een zestal gemeenten een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor het sluiten van nieuwe raamovereenkomsten voor huishoudelijke ondersteuning in de regio. De opdracht betreft het leveren van huishoudelijke ondersteuning aan inwoners met een indicatie binnen regio Y.

Bij brief van 11 september 2020 heeft X aan A bericht dat de inschrijving van A niet voor gunning in aanmerking komt. X heeft een overzicht en onderbouwing verschaft van de door A behaalde scores op de gunningscriteria. A heeft bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing.

Beoordeling geschil

Vastgesteld moet worden dat de door A geuite bezwaren zich richten tegen de wijze waarop de aanbesteding door X is vormgegeven en de gunningscriteria in de aanbestedingsleidraad zijn geformuleerd. X heeft er in dat verband terecht op gewezen dat in de aanbestedingsleidraad is bepaald dat als niet tijdig over een gebrek in de aanbestedingsprocedure is geklaagd, het recht voor inschrijvers om dit op een later moment alsnog te doen is verwerkt. Gelet op het bepaalde in de aanbestedingsstukken had A haar bezwaren in een eerder stadium bij X aan de orde moeten en kunnen stellen. Dit brengt mee dat A haar rechten dienaangaande heeft verwerkt.

Afgezien van het voorgaande kan evenmin worden gezegd dat de door X geformuleerde gunningscriteria onvoldoende objectief en transparant zijn, noch dat die criteria zodanig zijn dat geen sprake is van gunning op grond van de beste prijs-/kwaliteitverhouding. Als aanbestedingsrechtelijk uitgangspunt heeft te gelden dat gunningscriteria transparant en objectief behoren te zijn en wel zo dat zij door elke goed geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver op dezelfde manier zullen worden begrepen. Dit laat onverlet dat een aanbestedende dienst de vrijheid heeft om gunningscriteria in enigszins algemene zin te formuleren, zodat inschrijvers de vrijheid hebben hun aanbieding zo in te richten zoals hen dat in de gegeven omstandigheden het beste voorkomt.

Geconstateerd moet worden dat X niet een heel nauwkeurig en uitputtende opsomming van tal van deelaspecten heeft gegeven. Dat maakt echter niet dat onvoldoende duidelijk is aan welke aspecten elke inschrijver de nodige aandacht moet besteden. Uit de aanbestedingsleidraad blijkt voldoende duidelijk welke aspecten bij de verschillende gunningscriteria X van belang vindt in het kader van de kwaliteit en ook blijkt voldoende duidelijk dat van de inschrijver wordt verwacht dat hij concreet aangeeft hoe hij denkt aan de verschillende aspecten uitvoering te geven. Voorts is ook voldoende duidelijk hoe de inschrijving op deze aspecten zal worden beoordeeld. Daarmee zijn de criteria voldoende objectief en transparant.

De beoordelingscommissie heeft door de aard van de gunningscriteria een grote mate van beoordelingsvrijheid en een dergelijke opzet laat de ruimte voor enige subjectiviteit in de beoordeling. In een procedure als de onderhavige is het niet aan de rechter om zelf die beoordeling (opnieuw) uit te voeren. Alleen indien sprake is van aperte onjuistheden of omissies in de beoordeling, is plaats voor ingrijpen. Hiervan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. X heeft de voorlopige gunningsbeslissing bij brief van 11 september 2020 aan A kenbaar gemaakt. Uit de in de brief blijkt voldoende duidelijk wat X in de inschrijving van A heeft gemist en op welke punten A onvoldoende concreet is geweest en waarom zij het toegekende aantal punten heeft gescoord. Niet kan worden vastgesteld dat in de beoordeling aperte onjuistheden zitten die maken dat er reden is tot ingrijpen. Dat de beoordelingscommissie in het kader van de beoordeling een aantal aspecten heeft genoemd die zij heeft gemist, betekent gegeven de wijze waarop de gunningscriteria zijn geformuleerd, niet dat X andere gunningscriteria heeft gehanteerd dan zij had bekend gemaakt.

Voort overweegt de voorzieningenrechter nog dat de prijs vaststaat en alleen geconcurreerd kan worden op kwaliteitsaspecten, niet betekent dat de gunning niet op beste prijs/kwaliteitverhouding plaatsvindt, zoals in de aanbestedingsleidraad tot uitgangspunt is genomen. Ook bij een vaststaande prijs is elke variatie in kwaliteit van rechtstreekse invloed op de prijs/kwaliteitverhouding en het valt niet in te zien waarom de beste prijs/kwaliteit niet op deze wijze met alleen concurrentie op kwaliteit kan plaatsvinden. Uit de aanbestedingsleidraad volgt ook onmiskenbaar dat X wenst te selecteren op basis van de kwaliteit die zij bij deze prijs geleverd kan krijgen.

Conclusie

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen reden om aan te nemen dat de aanbesteding ongeldig is, noch dat de inschrijving van A opnieuw zou moeten worden beoordeeld. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van A af.

(IBR, 18 november 2020)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak   op rechtspraak.nl