Geen contractverlenging wegens niet houden aan PvE (week 41)

In opdracht van de gemeente is een onderzoek uitgevoerd naar T.. Uit dit onderzoek blijkt dat T. op een groot aantal punten niet voldoet aan het PvE dat deel uitmaakte van de aanbesteding die vooraf ging aan het sluiten van de raamovereenkomst. De gemeente heeft besloten de raamovereenkomst met T. om die reden niet te verlengen. T. stelt dat het PvE gelijk moet worden gesteld aan algemene voorwaarden, ex. art. 6:231 BW, deze niet correct ter hand gesteld zijn en om die reden door haar kan worden vernietigd op grond van art. 6:233 sub b BW. (Hof Arnhem-Leeuwarden 29 september 2020, ECLI:NLGHARL:2020:7863)

Feiten en omstandigheden

T. is een zorgaanbieder die – onder meer – WMO-dagbesteding levert. Op 10 juli 2018 heeft de gemeente een aanbesteding gepubliceerd voor de gunning van een raamovereenkomst voor de levering van WMO-dagbesteding (hierna: de overeenkomst). T. heeft zich op 12 juli 2018 als deelnemer gemeld en kon toen de aanbestedingsstukken downloaden waaronder het inkoopdocument Goede Dagen en Perspectief, waarvan deel uitmaakt het Programma van Eisen (verder PvE).

De overeenkomst is vervolgens gegund aan 24 zorgaanbieders, waaronder T. De toezichthouders WMO van de regio IJssel-Vecht hebben in opdracht van de gemeente een onderzoek uitgevoerd naar de besteding van de zorggelden die T. ontvangt voor de uitvoering van de overeenkomst. Aanleiding was een melding over misstanden bij T..

Naar aanleiding van het verrichte onderzoek hebben de toezichthouders een op 19 september gedateerd concept-rapport opgesteld, waarin zij constateren dat T. op een groot aantal punten niet voldoet aan het PvE. De gemeente heeft het conceptrapport aan T. toegezonden en heeft vermeld dat zij niet van plan is om de overeenkomst met T. te verlengen.

Beoordeling geschil

Het hof is van oordeel dat de voorzieningenrechter terecht vooropgesteld heeft dat de overeenkomst is aangegaan voor een jaar en dat aan de gemeente is of zij de overeenkomst al dan niet wil verlengen. Ook uit de considerans van de overeenkomst volgt niet dat partijen een langdurige, slechts onder zwaarwegende omstandigheden opzegbare duurverplichting zijn aangegaan. Dat neemt niet weg dat de gemeente ook bij een beslissing om niet tot verlenging over te gaan, niet in strijd mag handelen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (art. 3:14 BW). Deze stelplicht rust bij T..

Toepasselijkheid van PvE

Het hof verwerpt deze grief. T. gaat er geheel aan voorbij dat de overeenkomst na een aanbestedingsprocedure tot stand is gekomen. De materiële inhoud van de door T. te leveren diensten staat niet in de overeenkomst beschreven, maar in het PvE zodat het PvE de kern van prestaties aangeeft. Het PvE kan dan ook niet integraal als algemene voorwaarden in de zin van art. 6:231 onder a BW worden aangemerkt en daarmee ook niet integraal worden vernietigd op de door T. aangevoerde grond.

In het kader van die aanbestedingsprocedure is het PvE aan T. ter hand gesteld in digitale vorm. De gemeente heeft daarvoor verwezen naar de werkwijze in de aanbestedingsprocedure waarbij de gegadigde in Negometrix alleen een aanbieding kon doen als eerst de aanbestedingsstukken met daarin het PvE waren gedownload. Ter zitting heeft de directeur van T. aangegeven dat zij de aanbesteding heeft gedaan met behulp van C. (een adviesbureau voor zorgorganisaties) en dat haar het PvE zou zijn ‘ontglipt’. Dat maakt echter niet dat de gemeente T. geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van het PvE kennis te nemen. Daarbij komt nog dat T. het PvE in eerste aanleg zelf als bijlage bij de inleidende dagvaarding in het geding heeft gebracht en T. ook niet heeft weersproken dat het PvE bij het controlebezoek op 8 augustus 2019 op de computer van T. is aangetroffen. Voor zover T. heeft betoogd dat de gemeente het PvE in fysieke vorm (op papier) ter hand had moeten stellen, geldt dat een dergelijke eis noch uit de Aanbestedingswet noch uit art. 6:233 BW volgt. De vernietiging van het PvE door T. treft dan ook geen doel. 

(IBR, 7 oktober 2020)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl