Gunningsbeslissing voldoende gemotiveerd? (week 34)

Procesdeelnemer 1 stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat de motivering van de gunningsbeslissing niet voldoet aan het bepaalde in art. 2.130 Aw 2012, omdat de Provincie hierin niet de relatieve voordelen van de winnende inschrijvers heeft vermeld. Verder maakt procesdeelnemer I bezwaar tegen de wijze waarop de beoordelingscommissie het door haar ingediende Samenwerkingsplan, het Plan Schone licht en het BLVC plan heeft beoordeeld. Volgens procesdeelnemer I is deze beoordeling op een groot aantal punten niet juist en had de beoordelingscommissie hogere scores aan deze plannen moeten toekennen. (Voorzieningenrechter Rechtbank Midden-Nederland 15 juli 2020, ECLI:NL:RBMNE:2734)

Feiten en omstandigheden

Onderhavige zaak betreft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure van de provincie Utrecht (hierna: de Provincie) met de aanduiding ‘Bouwteam verhardingen Provincie Utrecht’. Blijkens de door de Provincie uitgebrachte Inschrijvingsleidraad betreft de opdracht verhardingswerkzaamheden binnen de Provincie Utrecht, die in twee geografische percelen worden aanbesteed. De bedoeling is dat voor elk perceel één bouwteam wordt gevormd en dat hiertoe twee bouwteamovereenkomsten worden gesloten. Binnen de bouwteams, met medewerkers van de Provincie en de aannemer, worden de verschillende te onderhouden wegvakken (de deelprojecten) voorbereid en ontworpen. Het hoofddoel is het verbeteren van het onderhoudsprogramma voor provinciale wegen. Vervolgens wordt per wegvak een uitvoeringsovereenkomst gesloten voor de realisatie van het wegvak, waarbij de aannemer als eerste en voorlopig als enige de gelegenheid zal krijgen hiervoor een aanbieding te doen. Procesdeelnemer I, X en Procesdeelnemer IV hebben onder meer op deze opdracht ingeschreven.  De Provincie heeft op 20 mei 2020 een voorlopige gunningsbeslissing aan procesdeelnemer I gestuurd, waarin zij heeft aangekondigd dat zij voornemens is de opdracht voor perceel 1 aan X en de opdracht voor perceel 2 aan procesdeelnemer IX te gunnen en dat zij met twee andere inschrijvers (niet procesdeelnemer 1) een wachtkamerovereenkomst wil sluiten. Uit de gunningsbeslissing blijkt onder meer dat de vijf inschrijvers die een geldige inschrijving hebben gedaan (hierna: de inschrijvers) de minimale inschrijfsom van € 1.250.000 hebben aangeboden en dat X en procesdeelnemer IV een monetaire meerwaarde van respectievelijk € 900.000 en € 600.000 hebben behaald. Procesdeelnemer 1 heeft daarentegen helemaal geen monetaire meerwaarde behaald.

Beoordeling geschil

Motivering gunningsbeslissing

De Provincie, X en procesdeelnemer IX stellen zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter terecht op het standpunt dat de Provincie aan deze maatstaven heeft voldaan. Daarbij wordt in de eerste plaats in aanmerking genomen dat de gunningsbeslissing een tabel bevat met daarin een overzicht van de totaal behaalde monetaire meerwaarden van de inschrijvingen.  Omdat de betreffende inschrijvers alle dezelfde fictieve inschrijfsom hebben ingediend, kan uit deze tabel de ranking en de eindscores van de inschrijving worden afgeleid.

Daarnaast is bij de gunningsbeslissing een proces-verbaal van aanbesteding gevoegd, met een overzicht van de scores die de inschrijvers op de (sub)kwaliteitscriteria hebben behaald. De onderbouwing van deze scores blijkt uit het document ‘Uitwerking EMVI-tabel’. Procesdeelnemer I kan op basis hiervan vaststellen in welk opzicht de plannen van de andere inschrijvers beter hebben gescoord dan haar eigen plannen. De Provincie heeft bij de gunningsbeslissing een bijlage van drie pagina’s gevoegd met een onderbouwing van de behaalde scores van procesdeelnemer I en met redenen waarom niet de maximale scores zijn toegekend. De Provincie heeft deze onderbouwing niet ten aanzien van de andere inschrijvingen gegeven, maar hoefde dit ook niet te doen omdat voldoende aannemelijk is dat zij hiermee bedrijfsvertrouwelijke informatie zou prijsgeven. Het gaat hier bovendien niet om een relatieve beoordeling, maar om een absolute beoordeling. De beoordeling van de inschrijving van procesdeelnemer I staat hiermee op zichzelf en is niet afhankelijk van de beoordeling van de andere inschrijvingen. Procesdeelnemer I heeft daarom ook geen belang bij gedetailleerde informatie over de beoordelingen van de andere inschrijvingen.

Gelet op het vorenstaande heeft de Provincie haar gunningsbeslissing voldoende gemotiveerd en heeft procesdeelnemer I voldoende informatie gehad om te kunnen beoordelen of het zinvol was om tegen deze gunningsbeslissing een juridische procedure aanhangig te maken. Deze motiveringsklacht faalt derhalve.

Bezwaar tegen toegekende scores

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de kanttekeningen die de beoordelingscommissie bij de plannen van procesdeelnemer I heeft gezet, terecht zijn. Er is geen sprake van een – procedurele dan wel inhoudelijke – onjuistheden, dan wel onduidelijkheden die met zich meebrengen dat de voorlopige gunningsbeslissing niet deugt. De vorderingen van procesdeelnemer I worden afgewezen.

(IBR, 19 augustus 2020)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl