Herbeoordeling op onderdelen (week 47)

De aanbestedende dienst moet overgaan tot een herbeoordeling van de inschrijving van de eisende partij op een aantal onderdelen. De beoordeling is op die punten onbegrijpelijk en bevat onjuistheden. Omdat de kans echter groot is dat het verschil in punten hiermee niet kan worden overbrugd, wordt de aanbestedende dienst in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de herbeoordeling cijfermatig aan te tonen dat zelfs een score van 10 op de drie opnieuw te beoordelen gunningscriteria niet zal kunnen leiden tot de laagste fictieve inschrijvingssom. Als dat het geval is dan behoeft er geen herbeoordeling te komen; anders wel. (Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 12 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11408)

Feiten en omstandigheden

Rijkswaterstaat (RWS) heeft een Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd volgens de concurrentie gerichte dialoog conform het Aanbestedingsreglement Werken 2016 voor de opdracht tot het meerjarig in stand houden van, monitoren van en informeren over de toestand van het areaal in het beheergebied van RWS West-Nederland Zuid, district Noord en Zuid.

RWS heeft in de aanbestedingsprocedure zeven deelnemers, waaronder de Combinatie, uitgenodigd voor de eerste fase van de dialoog. Vier partijen, waaronder de Combinatie, hebben zich vervolgens gekwalificeerd voor de tweede fase van de dialoog, waarin een schouw, het voeren van dialooggesprekken en het verzoeken om en verstrekken van nadere inlichtingen aan de orde waren.

Vervolgens ving de inschrijvingsfase aan. Uit de aanbestedingsleidraad volgt dat de geselecteerde partijen een inschrijving met een prijsdocument en een aantal kwalitatieve documenten moesten indienen. De inschrijving zou worden beoordeeld op beste prijs-kwaliteit verhouding (BPKV). Dat gebeurde aan de hand van enerzijds het financiële criterium van de inschrijvingssom en anderzijds drie kwalitatieve criteria, elk uiteenvallend in twee (sub)gunningscriteria.

In de gunningsbeslissing van 27 augustus 2020 is aan de Combinatie meegedeeld dat haar inschrijving niet is gekwalificeerd als de inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding, maar als tweede is geëindigd, en dat Rijkswaterstaat voornemens is om de opdracht te gunnen aan [de V.O.F.]

Motivering gunningsbeslissing

De voorzieningenrechter volgt de Combinatie niet in haar standpunt dat Rijkswaterstaat de motiveringsplicht heeft geschonden, omdat de relevante kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijving ontbreken. Rijkswaterstaat heeft immers i) een uitgebreide toelichting gegeven op de beoordeling van de inschrijving van de Combinatie, ii) de eindscores van alle inschrijvers vermeld, iii) de scores op de subgunningscriteria van alle inschrijvers genoemd en iv) aangegeven waardoor [de V.O.F.] met name de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft.
Daarmee heeft Rijkswaterstaat voldaan aan de op hem rustende motiveringsplicht.

Beoordeling gunningsbeslissing

De Combinatie heeft verder betoogd dat Rijkswaterstaat ten aanzien van vier subgunningsciteria de beoordelingssystematiek heeft verlaten dan wel een aantoonbaar onjuiste beoordeling heeft uitgevoerd. Dat zal hierna worden beoordeeld. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de rechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid heeft wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief criterium.

De voorzieningenrechter concludeert dat de beoordeling van de inschrijving van de Combinatie op een aantal onderdelen onbegrijpelijk is en onjuistheden bevat. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de gemaakte fouten zodanig ernstig dat deze reden vormen om in te grijpen. Dat betekent dat er een herbeoordeling van de inschrijving van de Combinatie op die onderdelen moet volgen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan dezelfde beoordelingscommissie de herbeoordeling uitvoeren, nu uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt wat de commissie verkeerd heeft opgevat en in welk opzicht de beoordeling onbegrijpelijk is. De beoordelingscommissie kan daar in de herbeoordeling rekening mee houden.

Omdat de kans echter groot is dat het verschil in punten hiermee niet kan worden overbrugd, wordt de aanbestedende dienst in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de herbeoordeling cijfermatig aan te tonen dat zelfs een score van 10 op de drie opnieuw te beoordelen gunningscriteria niet zal kunnen leiden tot de laagste fictieve inschrijvingssom. Als dat het geval is dan behoeft er geen herbeoordeling te komen; anders wel.

(IBR, 18 november 2020)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak   op rechtspraak.nl