Het openlaten van gegevens van onderaannemers levert geen herstelbaar gebrek op (week 32)

Reimert is voor uitvoering van de opdracht afhankelijk van onderaannemers, maar wil pas na gunning een keuze maken uit gecertificeerde onderaannemers. Zij heeft de UEA verkeerd ingevuld, en is om die reden uitgesloten van de procedure. Vordering ziet op de vraag of de aanbesteder Reimert gelegenheid had moeten geven om het gebrek te herstellen. (Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 26-4-2018, C/13/646742 / KG ZA 18-385, ECLI:NL:RBAMS:2018:5519)

Feiten

De Gemeente heeft volgens de Nationale openbare procedure van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) een werk inzake de herinrichting van de Eilandenboulevard en het bijbehorende kabels en leidingenwerk stadsdeel Centrum in de gemeente Amsterdam (hierna: het werk) aanbesteed middels publicatie op TenderNed.

Reimert heeft op het Werk ingeschreven middels tijdige indiening van haar inschrijvingsbiljet van 26 februari 2018.

Bij brief van 3 april 2018 heeft de Gemeente aan Reimert kenbaar gemaakt dat zij de inschrijving terzijde heeft gelegd en haar van de aanbesteding heeft uitgesloten omdat de UEA onjuist is ingevuld. Onder meer is niet de naam van de onderaannemer ingevuld en is niet diens UEA bijgevoegd. Dat bij deel II D is aangegeven dat van een van de certificaten van een nog onbekende gebruik wordt gemaakt volstaat niet. De Gemeente heeft in de brief aangegeven voornemens te zijn de opdracht aan Kroeze te gunnen.

Reimert stelt zich op het standpunt dat zij – per abuis – in het UEA bij deel II C heeft vermeld dat zij zich niet op de draagkracht van andere entiteiten beroept. Dit is onjuist, omdat zij niet in het bezit is van alle door de Gemeente gevraagde certificaten. Zij erkent dat daarmee sprake is van een gebrek in de door haar ingediende UEA. Reimert is evenwel van oordeel dat hier sprake is van een voor herstel vatbare omissie, waarbij de Gemeente in dit specifieke geval verplicht is haar alsnog in de gelegenheid te stellen om deze omissie te herstellen. Zij wijst op paragraaf 2.21.6 ARW 2016 waarin is bepaald dat ‘ingeval van een gebrek in de eigen verklaring, of ingeval van een gebrek met betrekking tot de bewijsmiddelen’ de aanbesteder (lees: de Gemeente) de betreffende ondernemer (lees: Reimert) in de gelegenheid stelt om het gebrek te herstellen binnen een termijn van twee werkdagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van een verzoek daartoe.

Kernvraag die in dit geschil dient te worden beantwoord is of de Gemeente terecht direct is overgegaan tot uitsluiting van Reimert, of haar eerst gelegenheid had moeten bieden om een fout te herstellen. Reimert heeft zelf niet alle certificaten om aan de gestelde geschiktheidseisen te voldoen. Reimert wilde om die reden een beroep doen op de draagkracht (de certificaten) van onderaannemers. Zij heeft daartoe meerdere gecertificeerde onderaannemers om een prijsopgave gevraagd en wilde na de gunning een keuze uit de onderaannemers maken. Dit heeft de Gemeente terecht niet toegestaan. De aanbestedende dienst moet kunnen controleren met wie zij (indirect) een overeenkomst sluit en moet op basis van de inschrijvingsstukken de integriteit van haar contractspartners kunnen toetsen. Van een omissie of fout die zich voor aanvulling/herstel leent is geen sprake. Zou Reimert in de gelegenheid worden gesteld om na de sluiting van de inschrijving alsnog een keuze uit de onderaannemers te maken dan zou dit een ongelijkheid opleveren ten opzichte van de andere inschrijvers. Uit het voorgaande volgt dat de Gemeente de inschrijving van Reimert op goede gronden als ongeldig heeft aangemerkt en terecht terzijde heeft gelegd.

Slotsom

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

(IBR, 8 augustus 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl