Archeologisch bestel

Toon pagina in menu

Naast archeologische dienstverleners zijn er ook andere partijen die een rol spelen in het archeologisch bestel. Denk hierbij aan overheden, regionale archeologische diensten en omgevingsdiensten, universiteiten en amateurarcheologen. Hieronder wordt kort hun rol en betekenis binnen het huidige bestel toegelicht.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed  (RCE) is onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en treedt op namens de minister. De RCE voert de Erfgoedwet uit en verleent subsidies op het gebied van onroerend en roerend erfgoed dat is opgenomen in het Monumentenregister. Waar het archeologisch erfgoed bedreigd wordt, onderneemt de dienst actie, doch alleen als het om archeologische waarden van landsbelang of internationaal belang gaat. De RCE voert zelf nauwelijks archeologisch veldonderzoek uit. Een van de kerntaken betreft het beheer van de wettelijk beschermde archeologische monumenten en het eventueel voordragen van nieuwe monumenten. De RCE is thans vooral een kennisinstituut, zowel voor archeologie op het land, als op of in waterbodems. Vondsten en onderzoeken worden gemeld bij de RCE en verzameld en beheerd in Archis , het landelijke centrale Archeologische informatiesysteem. Het melden van een onderzoek in Archis is wettelijk verplicht.

Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat treedt vanuit de vergunningverlening op als bevoegd gezag bij ontgrondingen in grote wateren (zoals de meren, grote rivieren en de Noordzee). Daarnaast is RWS bevoegd gezag op de niet gemeentelijk ingedeelde delen van de Noordzee en onder de Tracéwet. RWS is vaak initiatiefnemer van grote ontwikkelingen, zoals de aanleg van Rijks(vaar)wegen.

Archeologische vondsten bij projecten 

Provincies

Het archeologiebeleid en wettelijke archeologietaken van de provincies zijn gericht op:

  • het duurzaam behoud / beheer van het archeologisch erfgoed in situ door gebiedsbescherming, het aanwijzen van (gemeentegrensoverschrijdende) provinciale archeologische aandachtsgebieden en landschappen;
  • de inrichting en instandhouding van het provinciaal depot voor bodemvondsten;
  • vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor archeologie, onder meer middels het verstrekken van subsidies;
  • het borgen van het archeologische belang in die gevallen waarin de provincie geheel of gedeeltelijk optreedt als bevoegd gezag, te weten: projecten die gemeentegrenzen overschrijden (onder andere bij provinciale inpassingsplannen, infrastructuur en landinrichting), MER-plichtige ingrepen, ontgrondingen en bodemsaneringen.

Gemeenten

Op grond van de Wro, Wabo (gaan over in de Omgevingswet ) en de Erfgoedwet hebben gemeenten de formele rol van bevoegd gezag inzake archeologie op het gemeentelijk grondgebied. De zorg voor het bodemarchief is voor gemeenten niet vrijblijvend, maar een (verplichte) verantwoordelijkheid. De gemeenten beschikken doorgaans over een eigen archeologiebeleid. In ruimtelijke plannen kunnen daartoe regels worden voorgeschreven.

De Erfgoedwet verplicht gemeenten niet om bij de ruimtelijke planvorming in alle gevallen voorrang te geven aan archeologie. De gemeente zal in haar rol van bevoegd gezag bij geplande bodemingrepen en ruimtelijke ontwikkelingen het behoud van archeologische waarden moeten afwegen tegen andere (publieke) belangen. Hoe die belangenafweging uitvalt, is uiteindelijk een kwestie van democratische besluitvorming binnen de gemeente. Archeologie is daarmee onderdeel van een integrale afweging waarin ook andere maatschappelijke belangen meewegen.

Samengevat:

  • archeologie is primair een gemeentelijke verantwoordelijkheid;
  • de gemeente moet archeologiegevoelige gebieden opnemen in bestemmingsplannen;
  • de gemeente kan zelf voorwaarden stellen (eisensteller) of ontheffing verlenen bij een omgevingsvergunning (bouw- en sloopvergunning, aanlegvergunning);
  • de gemeente is verantwoordelijk voor, en aanspreekbaar op haar ‘archeologische’ beslissingen en keuzes.

Convent van Gemeentelijke Archeologen 

Regionale archeologische diensten en omgevingsdiensten

De belangrijkste taak van deze regionale archeologische diensten is het ondersteunen van gemeentelijke overheden in hun beleidsopdracht. De organisatie van dergelijke regionale diensten is zeer divers. Een enkele keer werkt een aantal gemeenten samen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en hebben dan gezamenlijk een seniorarcheoloog als adviseur in dienst genomen (soms aangeduid als ‘regio-archeoloog’). Andere werken samen met een speciaal hiervoor in het leven geroepen stichting, weer andere komen voort uit een gemeentelijke archeologische dienst in de regio of vallen onder een regionale omgevingsdienst. De archeologische dienstverlening kan zowel een gravend als niet-gravend karakter hebben.

Universiteiten

Tot eind jaren 1990 speelden de universitaire opleidingen voor archeologie een belangrijke rol bij het uitvoeren van (nood)opgravingen in Nederland. Met de komst van een archeologische bedrijfsleven in een marktbestel is deze prominente rol voor de universiteiten vrijwel komen te vervallen. De beperkte uitvoerende capaciteit van de universitaire opleidingen maakt dat praktisch onmogelijk. Wel hebben alle archeologieopleidingen eind jaren negentig een eigen opgravingstak opgericht in de vorm van een stichting of BV. Deze zijn thans voor een groot deel verzelfstandigd.

Vier universiteiten met een opleiding archeologie (Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Leiden, Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam) en één Hogeschool (Saxion Hogeschool Deventer), zien hun rol in het huidige bestel als volgt:

  • opleiding en scholing van kwaliteitsvolle archeologen, zowel voor theorie als praktijk;
  • synthetiserend onderzoek van de Malta archeologie;
  • internationalisering van het Malta onderzoek;
  • sturing op de wijze waarop in sommige gevallen onderzoek in inhoudelijke en methodische zin wordt aangepakt door kennisoverdracht, participatie en advies in de AMZ;
  • het meeschrijven aan wetenschappelijke kaders;
  • het doen van specialistisch onderzoek en de rapportage daarvan.

Amateurarcheologen (vrijwilligers)

De uitwisseling tussen amateurarcheologen (vrijwilligers in de archeologie)  en professionele archeologen is vanouds een sterk punt in de Nederlandse archeologie. Op lokaal niveau zijn amateurarcheologen de ‘ogen en oren’ van de professionele archeologie. In het verleden voerden amateurarcheologen soms min of meer zelfstandig opgravingen uit. Door de veranderende regelgeving zijn de eisen die gesteld worden aan het verrichten van archeologisch onderzoek sterk aangescherpt (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, Certificering, Veiligheid). Dit betekent dat ook voor amateurarcheologen nieuwe regels gelden.