Marktbeschrijving contractvervoer

Toon pagina in menu

Contractvervoer betreft alle dienstverlening die gericht is op het in opdracht vervoeren van speciale groepen reizigers in een taxi (of busje t/m 8 reizigers). Doelgroepenvervoer zoals leerlingenvervoer of zorgvervoer zijn altijd contractvervoer, maar onder contractvervoer vallen ook zakelijk vervoer en Regiotaxi. Een deel van het contractvervoer is vraagafhankelijk, waarbij van tevoren niet duidelijk is op welke tijden of via welke routes gereden wordt. Openbaar vervoer en straattaxivervoer vallen niet onder contractvervoer. Om zorgvuldig te kunnen inkopen is kennis van de markt en de duurzaamheidseisen binnen deze markt van groot belang. (maart 2017)

Marktkennis is een essentieel onderdeel van het inkopen en aanbesteden van overheidsopdrachten. Hoe meer u van de markt weet, hoe effectiever uw uitvraag is. Dit betreft niet alleen de opzet en omvang van de markt maar ook de milieucriteriadocumenten die gelden binnen de verschillende vervoersmodaliteiten.

Meer informatie: Cluster – Transport/Vervoer

Vraag naar contractvervoer

De vraag naar contractvervoer wordt vooral gestuurd door de overheid en door zorgverzekeraars. Deze organisaties kopen vervoersdiensten in voor bijvoorbeeld leerlingen, ouderen en mensen met een lichamelijke of mentale beperking. De reiziger betaalt soms een aangepast tarief of een eigen bijdrage. Maar soms vergoedt de gemeente of zorgverzekeraar de reis helemaal.

Verscheidenheid doelgroepen

Contractvervoer omvat een grote verscheidenheid aan doelgroepen. Voor deze doelgroepen worden soms aparte opdrachten in de markt uitgezet en soms worden deze samengevoegd om synergievoordelen te behalen. Belangrijke vormen van contractvervoer zijn:

  • AWBZ-vervoer (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) (vervoer van mensen met een beperking naar dagbesteding. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de AWBZ en het bijbehorende vervoer).
  • WMO- en Valys-vervoer: recreatief vervoer van ouderen voor korte afstanden (WMO-vervoer) en voor lange afstanden (Valys-vervoer). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het WMO-vervoer, het ministerie van VWS voor het Valys-vervoer. Meestal wordt WMO-vervoer gecombineerd met Regiotaxi.
  • Leerlingenvervoer: vervoer bedoeld voor (gehandicapte) leerlingen naar scholen voor regulier of speciaal onderwijs. De gemeenten zijn de opdrachtgevers.

Maar ook de regiotaxi en zakelijk vervoer, zoals het vervoeren van het college van burgemeester en wethouders valt onder contractvervoer.

Opzet en omvang markt

Voor marktkennis is het van belang te weten in hoeverre gebruik wordt gemaakt van de verschillende vormen van vervoer.

Document: Cijfers en prognoses voor het doelgroepenvervoer in Nederland

Doelgroepenvervoer

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KIM) verwacht een groei van mensen met een mobiliteitsbeperking van 8% in 2030 ten opzichte van 2016. In 2030 zijn er circa 1,2 miljoen mensen die ondersteuning behoeven bij het verplaatsen buitenshuis; momenteel zijn er 1,1 miljoen mobiliteits-gehandicapte. Oorzaken van de groei zijn de vergrijzing en een stijgende vraag naar mobiliteit bij reizigers in het doelgroepenvervoer.

Uitgaven

De overheid is de grootste opdrachtgever voor contractvervoer. De uitgaven voor collectieve vervoersvoorzieningen binnen het doelgroepenvervoer is naar schatting meer dan € 900 miljoen per jaar. Waarvan de grootste uitgaven zijn voor WMO,- AWBZ,- en leerlingenvervoer.

Volgens onderzoek willen reizigers in het doelgroepenvervoer graag gebruik maken van het openbaar vervoer als ze daartoe in staat zijn. Geschat wordt dat 30-50% van de reizigers in het doelgroepenvervoer de overstap naar het OV kan maken, maar dit hangt wel af van de kwaliteit en toegankelijkheid van het OV. Door doelgroepenvervoer beter te integreren met het openbaar vervoer kunnen efficiëntiewinsten oplopen tot 20-30% van het budget.

Gemeente- en leerlingenvervoer

In het schooljaar 2014/15 maakten zo'n 73 duizend leerlingen gebruik van contractvervoer. Dat is een daling van 7% ten opzichte van 2012/2013. De belangrijkste reden voor de daling van de vervoerskosten is de (autonome) ontwikkeling van het aantal leerlingen. Bijna een kwart van de leerlingen die gebruik maken van de regeling leerlingenvervoer gaat naar het speciaal basisonderwijs (22%), bijna twee derde (67%) van de leerlingen gaat naar het (voortgezet) speciaal onderwijs. De belangrijkste reden om vervoerd te worden is vanwege een handicap (56%). Daarnaast maakt 18% van de leerlingen gebruik van het leerlingenvervoer op basis van alleen de afstand, dit zijn voornamelijk leerlingen van het speciaal basisonderwijs. 80% van de gebruikers wordt vervoerd met aangepast vervoer (busje of taxi).

Vervoerskosten

De totale vervoerskosten kostten de gemeenten in totaal € 222 miljoen in 2014. Hiermee ligt de gemiddelde vervoersprijs per leerling op circa €3.000 per jaar. Bij kleinere gemeenten (minder dan 50.000 inwoners) zijn de gemiddelde vervoerskosten per leerling hoger dan het landelijk gemiddelde. Ruim de helft van de gemeenten (53%) heeft in 2015 intergemeentelijk overleg over het leerlingenvervoer binnen een samenwerkingsverband passend onderwijs gevoerd. In 2013 was dat nog 39%. Dit overleg gaat onder andere over aanbesteding en uitvoering van het leerlingenvervoer en over de consequenties van de invoering van passend onderwijs. Ruim driekwart van de gemeenten geeft aan dat ze de Verordening leerlingenvervoer gaan aanpassen, of dat ze dit al in een eerder stadium hebben gedaan (totaal 78%). In 2013 bedroeg dit 74%. Nagenoeg iedere gemeente (98%) gebruikt hiervoor de in 2014 gewijzigde VNG-modelverordening, met eigen aanpassingen (72%) of ongewijzigde overname (26%).

Document: Cijfers en prognoses voor het doelgroepenvervoer in Nederland

Taxivervoer

De taxibranche als geheel (waar contractvervoer onderdeel van is) telt circa 5.750 ondernemingen die gezamenlijk ruim 36.500 auto's, minibussen tot maximaal 9 zitplaatsen, en rolstoelvoertuigen exploiteren. Op jaarbasis wordt per auto ruim 61.000 kilometer afgelegd. De minibussen leggen jaarlijks circa 33.000 kilometer af en de rolstoelvoertuigen circa 67.000 km. De bedrijfstak biedt werk aan ongeveer 36.500 personen. In de taxibranche zijn ook nog tussen 6000 tot 8000 zzp-ers actief. De helft van de bedrijven beschikt over slechts 1 voertuig, een kwart van de bedrijven telt 2 tot 5 voertuigen en nog een kwart meer dan 5 voertuigen. Er is een tendens naar schaalvergroting waarneembaar, waarbij grotere bedrijven regionaal of landelijk actief zijn en alle vormen van contractvervoer aanbieden.

De totale omzet van de taxibranche is ca. 1,2 miljard euro per jaar, waarvan 75% in het contractvervoer wordt gemaakt.

Volgens CBS daalt de omzet binnen de (gecombineerde straat- en contract-) taxibranche al sinds eind 2013 elk kwartaal. Vanaf dit kwartaal was de gemiddelde omzetdaling circa 7%. Hier lag vooral de striktere regelgeving in het contractvervoer aan ten grondslag. De markt is voor nu wat meer gestabiliseerd en dit is terug te zien aan de omzetontwikkeling.

Trends

  • Tarieven in de taxibranche staan onder druk door een afname van de vraag en verlaging van OV-budgetten;
  • Kwaliteitszorg krijgt een prominentere plaats;
  • Ook taxi's krijgen te maken met vergrijzing, een blijvend hoge mobiliteitsvraag en verdergaande verstedelijking;
  • De inzet van "groenere" voertuigen neemt langzaam toe;De verschillende soorten doelgroepenvervoer worden meer samengevoegd.

Bedreigingen

  • Bezuinigingen hebben tot gevolg dat er in de komende jaren minder geld beschikbaar is voor contractvervoer;.
  • De taximarkt kent een grote mate van concurrentie. Prijzen staan sterk onder druk. Naast het feit dat er veel concurrentie is, is er binnen de branche ook meer aanbod dan vraag naar taxi's.
  • Binnen het zittend ziekenvervoer werken zorgverzekeraars steeds meer samen. Contracten worden samengevoegd en gegund aan de relatief grotere partijen.
  • Concurrentie en het rendement van de ondernemingen zijn de grootste knelpunten in de branche.

Cijfers en trends  op rabobank.nl.

Transitievergoeding

Het verliezen van een aanbestedingsprocedure kan ertoe leiden dat de (voormalig) vervoerder werknemers moet ontslaan, omdat hij niet voldoende werk meer voor zijn chauffeurs heeft. Er moeten dan mogelijk door deze vervoerder transitievergoedingen worden betaald. Een aanbesteding kan dus grote (financiële) gevolgen hebben voor de ondernemers. Het is daarom voor u als aanbestedende dienst verstandig om bij de voorbereiding van een aanbesteding mee te nemen welke gevolgen de aanbesteding voor de sector heeft. Deze gevolgen hebben namelijk mogelijk invloed op uw beleid en/of politieke impact.

Meer informatie: Transitievergoeding

PIANOo ontvangt graag opmerkingen, verduidelijkingen en aanvullingen op dit marktdossier. U kunt hiervoor gebruik maken van het contactformulier