Met circulair inkopen direct anticiperen op een tweede leven

Circulair bouwen is voor publieke opdrachtgevers de sleutel om hun CO2-voetafdruk te beperken. Ongeveer een kwart van hun CO2-uitstoot wordt namelijk veroorzaakt door publieke werken en gebouwen. Door die circulair te ontwerpen en te realiseren, zijn de componenten en materialen hoogwaardig her te gebruiken. De opbrengst is het hoogst wanneer in het ontwerp al rekening wordt gehouden met gebruik van losmaakbare materialen, producten en elementen. (Cobouw, september 2019)

Hoogwaardig hergebruik

In een circulaire economie heeft het voorkomen van grondstoffengebruik en het hoogwaardig hergebruik van materialen en componenten de voorkeur boven recycling. Om grondstoffen in de grond-, weg- en waterbouw (GWW) en utiliteitsbouw een tweede leven te kunnen geven, is het noodzakelijk dat relevante onderdelen in een bouwwerk los te maken zijn. Dat wil zeggen dat een onderdeel, bijvoorbeeld een glazen pui, zonder (onherstelbare) schade gedemonteerd moet kunnen worden. Publieke opdrachtgevers zijn enthousiast en willen de verandering naar losmaakbaar bouwen aanzwengelen. Daarom hebben PIANOo en Rijkswaterstaat een handreiking opgesteld waarmee opdrachtgevers direct aan de slag kunnen.

Praktisch hanteerbare en toetsbare criteria

Circulair bouwen en losmaakbaar bouwen in het bijzonder staan nog in de kinderschoenen. Al is er nog maar beperkte ervaring mee, eind 2018 was het eerste circulaire viaduct van Nederland een feit! Dat smaakte naar meer. Inmiddels zijn 14 technische, procesmatige en financiële aspecten uitgewerkt. Alle aspecten samen bepalen uiteindelijk in hoeverre een bouwwerk losmaakbaar genoemd kan worden. De technische aspecten (het ontwerp) zijn hierin een vereiste, het proces en de financiën randvoorwaardelijk.
Bij het ontwerp van een bouwwerk moet u denken aan aspecten gericht op het object (zoals doorkruisingen) en aspecten gericht op de verbinding (zoals het type verbinding en de montagevolgorde). Ze zijn tot stand gekomen door uitvoerig (wetenschappelijk) onderzoek door adviesbureau Alba Concepts, wetenschappers en bouwexperts. Uiteindelijk zijn er zeven aspecten in de handreiking opgenomen die praktisch hanteerbaar én toetsbaar zijn. Vier van de zeven onderdelen heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in het kader van de Transitieagenda voor de circulaire Bouweconomie laten vertalen in de veelgebruikte beoordelingsmethodes BREEAM en GPR-gebouw.

Praten met de markt geeft inzicht

In het aanbestedingsproces is het stellen van losmaakbaarheid als eis aan de huidige markt wellicht wat (te) vroeg. Er zijn tenslotte nog niet veel referentieprojecten bekend, alleen nog bij onderhoudsbewust bouwen. Het is daarom raadzaam om vooralsnog de eerdergenoemde aspecten van losmaakbaarheid op te nemen in de gunningscriteria. Voor het proces is het goed om de markt vooraf voor te bereiden op de aanbesteding. Op die manier kunt u als opdrachtgever de criteria bij een aantal marktpartijen toetsen. Door de markt te consulteren kunt u zich ook al een beeld vormen van de manier waarop u de opdracht uiteindelijk wilt gunnen: op basis van de gunstigste Total Cost of Ownership (TCO) of op een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve criteria.

Visie kan doorslaggevend zijn

Bij gunning op basis van kwalitatieve criteria is het uitvragen van een visie van de marktpartij op losmaakbaar bouwen op dit moment misschien wel het belangrijkste. Alleen daarmee kun je als opdrachtgever te weten komen of je met een partij te maken hebt die uw (duurzaamheids)ambities begrijpt. In dit verband is ook het kiezen van de bouworganisatievorm van belang: een klassieke of juist een geïntegreerde vorm. Die vorm bepaalt de rollen en verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en de bouwende partij, ook als het om losmaakbaarheid in het bouwwerk gaat. In de klassieke vorm is de opdrachtgever op zijn eigen kennis over circulair en losmaakbaar bouwen aangewezen. In de geïntegreerde vorm brengt de bouwende partij zijn kennis en expertise in en is het de opdrachtgever die de regie voert en bijstuurt.  

Aan de slag met losmaakbaar bouwen

Nu helder is waar een circulair, losmaakbaar, bouwwerk aan moet voldoen kunnen opdrachtgevers hiermee aan de slag in het inkoopproces. Wie realiseert het volgende circulaire bouwwerk?

Auteur: Drs. ir. Floris den Boer, senior adviseur, PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden.
In september 2019 is dit artikel gepubliceerd door Cobouw.