Naleving Aanbestedingswet 2012 (week 40)

Eiseres vordert de aanbesteder (Enexis) te gebieden de Aanbestedingswet 2012 na te leven bij het verstrekken van opdrachten die betrekking hebben op schoonmaakonderhoud van transformatorhuisjes en/of het exploiteren van wisselframes of andere reclameobjecten. Heeft Enexis het werk ten onrechte niet aanbesteed? (Voorzieningenrechter Rechtbank Oost-Brabant 21 september 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:4647)

Feiten en omstandigheden

De rechtsvoorganger van Enexis, Essent Netwerk B.V., heeft met betrekking tot het schoonmaken en schoonhouden van transformatorhuisjes in augustus 2005 een overeenkomst (hierna ook: de overeenkomst) gesloten met de rechtsvoorganger van Centercom, Bizon Mediagroep B.V..

Eiseres is exploitant van reclameobjecten in de openbare ruimte. Zij is landelijk actief.

Bij brief van 9 maart 2018 heeft de advocaat van eiseres Enexis verzocht de overeenkomst met Centercom te beëindigen en het schoonmaakonderhoud van de transformatorhuisjes aan te besteden.

Naleving Aanbestedingswet 2012

Voldoende aannemelijk is dat de thans nog steeds tussen Enexis en Centercom geldende overeenkomst tot stand is gekomen in 2005, toen de huidige aanbestedingswetgeving nog niet van kracht was. De Aanbestedingswet 2012 is eerst op 1 april 2013 in werking getreden. Enexis heeft naar voren gebracht dat sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde tijd die nog altijd van kracht is en die in de periode vanaf 2005 tot heden nimmer is gewijzigd.

Weliswaar is het voor eiseres veel moeilijker om inzicht te hebben in de rechtsverhouding tussen Enexis en Centercom dan voor Enexis, maar het bestaan van de overeenkomst sedert 2005 is onweersproken. Evenmin is anders gebleken. Integendeel, eiseres begint de dagvaarding met de stelling dat Enexis de schoonmaak van transformatorhuisjes ‘sinds jaar en dag’ uitbesteedt aan Centercom, die in ruil hiervoor reclame-uitingen op deze objecten mag aanbrengen.

Bezwaarlijk kan dus worden geoordeeld dat Enexis zich bij het aangaan van de overeenkomst niet aan de aanbestedingsplicht uit hoofde van de Aanbestedingswet 2012 heeft gehouden en het werk ten onrechte niet heeft aanbesteed. Gesteld noch gebleken is dat Enexis op grond van het ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geldende aanbestedingsrecht, een aanbestedingsplicht had.

Het aanbestedingsrecht kende ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst, geen specifieke vernietigingsgrond vanwege de schending van de aanbestedingsplicht. Een dergelijke vernietigingsgrond is voor het eerst opgenomen in artikel 8 van de Wira die op 19 februari 2010 in werking is getreden. Later is deze vernietigingsgrond opgenomen in artikel 4.15 van de Aanbestedingswet 2012.

Gesteld noch gebleken is dat Enexis voornemens is om binnen afzienbare tijd de overeenkomst met Centercom (op essentiële onderdelen) te wijzigen dan wel (een) nieuwe overeenkomst(en) aan te gaan terzake het schoonmaakonderhoud van haar transformatorhuisjes en/of het exploiteren van wisselframes op die huisjes. Enexis betwist dit zelfs.

Er is geen sprake van enig concreet spoedeisend belang dat ertoe noopt Enexis in dit kort geding te veroordelen de Aanbestedingswet 2012 na te leven bij het verstrekken van opdrachten met betrekking tot het schoonmaakonderhoud van transformatorhuisjes en/ of het exploiteren van wisselframes.

Conclusie

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

(IBR, 3 oktober 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl