Niet verwijzen naar aanbestedingsstukken die al in bezit aanbesteder zijn (week 32)

Action Kids heeft volgens H10-gemeenten een ongeldige inschrijving gedaan. ActionKids heeft niet alle stukken overgelegd omdat zij in de veronderstelling was dat H10 daarover nog beschikte na de voorgaande aanbesteding. (Voorzieningenrechter Rechtbank Amsterdam 15-2-2018, C/09/544982 / KG ZA 17/1610, ECLI:NL:RBDHA:2018:9113)

Feiten

Inkoopbureau H10 (hierna: het Inkoopbureau) heeft namens de H10 Gemeenten een aanbesteding georganiseerd voor dienstverlening in het kader van Jeugdhulp voor de H10 Gemeenten vanaf 1 januari 2018. Action Kids heeft tijdig via TenderNed een inschrijving ingediend. Bij brief van 29 november 2017 hebben de H10 Gemeenten Action Kids bericht dat haar inschrijving als ongeldig terzijde is gelegd omdat zij een onvolledige inschrijving heeft gedaan.

Action Kids vordert de H10 Gemeenten te gebieden de afwijzingsbeslissing van 29 november 2017 te heroverwegen en een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, waarbij Action Kids alsnog in de gelegenheid wordt gesteld alle bij de inschrijving vereiste documenten aan de H10 Gemeenten ter beschikking te stellen. De reden van afwijzing van Action Kids door de H10 Gemeenten is gelegen in een “mechanische” fout bij het gebruik van TenderNed. Action Kids heeft nagelaten de vereiste documenten aan te leveren, vanuit de begrijpelijke en niet onlogische veronderstelling dat de H10 Gemeenten bekend waren met Action Kids, haar identiteit en haar onderneming en met alle verdere gegevens die bij de inschrijving op deze aanbesteding zijn opgevraagd. Deze gegevens zijn door Action Kids in het kader van de eerdere aanbesteding – naar aanleiding waarvan Action Kids al vanaf 2016 zorg verleent in de H10 Gemeenten – aan de H10 Gemeenten verstrekt en zijn dus van recente datum.

De H10 Gemeenten hebben met de ongeldigverklaring van de inschrijving van Action Kids in strijd met de aanbestedingsbeginselen gehandeld. Het getuigt van willekeur en onzorgvuldigheid dat de H10 Gemeenten niet hebben gereageerd op het volledig ontbreken van de vereiste documenten. Het is evident dat een dergelijke omissie niet voortkomt uit gebrek aan kwaliteit of andere gebreken van Action Kids en de door haar geleverde zorg, maar moet zijn te herleiden tot een misverstand. Die vergissing is vanuit de contractuele context waarin partijen zich tot elkaar verhouden makkelijk recht te zetten, door de andere partij tijdig te waarschuwen, zeker omdat de gegevens van Action Kids bij de H10 Gemeenten al bekend zijn.

Op grond van de Aanbestedingsleidraad is voor een normaal oplettend en goed geïnformeerd inschrijver duidelijk welke stukken bij de inschrijving moeten worden verstrekt. Action Kids heeft gesteld dat zij de betreffende documenten niet heeft overgelegd, omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat de H10 Gemeenten al door een eerdere aanbesteding over de betreffende documenten beschikte. Deze stelling kan Action Kids echter niet baten. Daargelaten of de H10 Gemeenten reeds over die informatie beschikte – wat door de H10 Gemeenten gemotiveerd is betwist – blijkt immers uit vraag 371 en het antwoord daarop in de Nota van Inlichtingen duidelijk dat niet verwezen kan worden naar documenten die al in bezit zijn van de H10 Gemeenten en dat een inschrijving compleet moet worden ingediend.

Herstel gebrek

Action Kids stelt verder dat zij door de H10 Gemeenten in de gelegenheid had moeten worden gesteld om de ontbrekende documenten alsnog te verstrekken, omdat evident was dat sprake was van een misverstand. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult. In onderhavige situatie ontbraken, zoals de H10 Gemeenten terecht stellen, alle inhoudelijke en wezenlijke bewijsstukken, zodat een geen sprake is van een eenvoudige precisering of het rechtzetten van kennelijke materiële fouten. De H10 Gemeenten stellen terecht dat het strijd zou opleveren met het gelijkheidsbeginsel indien Action Kids in de gelegenheid zou zijn gesteld haar inschrijving te herstellen.

Gezien de aard en de ernst van het gebrek in de inschrijving van Action Kids is de beslissing van de H10 Gemeenten om de inschrijving als ongeldig terzijde te leggen ook niet strijdig met het proportionaliteitsbeginsel.

Dat sprake is van verschoonbare dwaling van Action Kids en schending van het vertrouwensbeginsel door de H10 Gemeenten is door Action Kids onvoldoende onderbouwd, zodat aan deze stelling geen gevolg kan worden verbonden.

Action Kids heeft verder (eveneens voor het eerst) ter zitting gesteld dat het voor kleine zorgverleners lastig is dat elektronisch ingeschreven moet worden op aanbestedingen en dat het zonder professionele begeleiding vaak niet mogelijk is om op de vereiste wijze de inschrijving te doen plaatsvinden. Volgens Action Kids had beter een ander systeem elektronisch systeem dan TenderNed toegepast kunnen worden, zoals Negometrix. Ook deze stelling kan Action Kids niet baten. Action Kids heeft immers door in te schrijven op de aanbesteding – zonder tegen de opzet van die aanbesteding en het gebruik van TenderNed bezwaar te maken – het gebruik van TenderNed aanvaard, zodat zij thans het recht heeft verwerkt om over het gebruik van dat systeem te klagen.

Slotsom

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Action Kids af.

(IBR, 8 augustus 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl