Nietigheid dagvaarding (week 15)

De voorzieningenrechter buigt zich in onderstaand kort geding over de vraag of de uitgebrachte dagvaarding door eiseres nietig is, en of eiseres heeft gehandeld in strijd met de eisen van een goede procesorde.

Feiten en omstandigheden

Servicepunt71 heeft een Europese aanbestedingsprocedure bekendgemaakt betreffende het groenonderhoud ten behoeve van de gemeente Leiden, welke opdracht is onderverdeeld in drie percelen. Op de procedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw) van toepassing.

Eiseres heeft zich ingeschreven op de percelen 1 en 3. Servicepunt71 heeft op 27 augustus 2018 medegedeeld, dat noch perceel 1 noch perceel 3 aan eiseres wordt gegund. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Op 3 december 2018 heeft Servicepunt71 bekendgemaakt dat zij de gunningsbeslissingen intrekt en alle inschrijvingen opnieuw zullen worden herbeoordeeld door een nieuwe beoordelingscommissie.

Op 23 januari 2019 heeft Servicepunt71 laten weten dat de percelen alsnog niet aan eiseres worden gegund. Eiseres vordert in kort geding Servicepunt71 te verbieden de opdrachten te gunnen aan de andere inschrijvers, te gebieden de gunningsbeslissingen in te trekken en over te gaan tot heraanbesteding. Eiseres voert aan dat de gunningsbeslissingen niet deugen.

Servicepunt71 heeft zich verweerd met de stelling dat de uitgebrachte dagvaarding door eiseres nietig is. Volgens Servicepunt71 voldoet deze niet aan het bepaalde van art. 111 lid 2 onder d Rv. Bovendien heeft eiseres zich niet gehouden aan de Alcateltermijn en moet de handelswijze van eiseres als strijdig met de eisen van een goede procesorde worden aangemerkt.

Nietigheid dagvaarding

De voorzieningenrechter beslist, wegens praktische redenen, eerst op het verweer van Servicepunt71.

Op grond van art. 111 lid 2 onder d Rv moet een dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden. Dit betekent dat de feitelijke grondslag van de vordering moet worden vermeld. Het moet de rechter en de gedaagde partij duidelijk zijn op grond van welke feiten en juridische argumenten de eisende partij recht heeft, althans meent te hebben, op wat hij vordert. Bij gebreke daarvan zou de gedaagde zich ook niet behoorlijk kunnen verweren.

Niet ter discussie staat dat de dagvaarding binnen de Alcateltermijn is uitgebracht. De dagvaarding voldoet echter niet aan het bepaalde van art. 111 lid 2 onder d Rv. De dagvaarding is uiterst summier; het bevat een petitum, maar het daadwerkelijke lichaam ervan beslaat de facto minder dan 2 A4’tjes, waarin de bezwaren van eiseres tegen de gunningsbeslissingen in het geheel niet naar behoren zijn toegelicht. Voor Servicepunt71 was het daarom niet mogelijk op basis van de dagvaarding haar verweer voor te bereiden. Op grond van art. 120 lid 1 Rv brengt dat in beginsel nietigheid van het de dagvaarding met zich mee.

Op 14 maart 2019, vier werkdagen vóór de mondelinge behandeling van het kort geding, heeft eiseres een uitgebreide akte doen toekomen aan Servicepunt71, waarin haar bezwaren tegen de gunningsbeslissingen worden onderbouwd. Er zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit blijkt dat die onderbouwing niet al direct in de dagvaarding had kunnen worden opgenomen.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiseres op ontoelaatbare wijze het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden, door nieuwe (feitelijke) – en voor het geschil essentiële – stellingen voor het eerst  in een veel te laat stadium van dit aanbestedingskort geding in te brengen. Servicepunt71 heeft door de handelwijze van eiseres - die op gespannen voet staat met het karakter van het aanbestedings(proces-)recht, waarin voortvarendheid en pro-activiteit van betrokkenen wordt verlangd - onvoldoende gelegenheid gehad om behoorlijk verweer te (kunnen) voeren.

Dat betekent dat de akte buiten beschouwing moet worden gelaten, wegens strijd met de eisen van een goede procesorde. Daarmee resteert de nietige dagvaarding, die eiseres niet - overeenkomstig het bepaalde in artikel 120 lid 2 Rv - heeft hersteld. Op grond van het bovenstaande zal - mede gelet op het bepaalde in artikel 122 Rv - de dagvaarding nietig worden verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de inleidende dagvaarding nietig en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding.

(IBR, 10 april 2019)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl