Ondeelbare rechtsverhouding (week 15)

In onderstaand kort geding beslist de voorzieningenrechter dat sprake is van een geslaagd beroep op het exceptio plurium litis consortium-verweer door gedaagde. De eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen, omdat er sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding.

Feiten en omstandigheden

De Rijksuniversiteit Groningen (hierna: RUG) heeft op 23 oktober 2018 een aanbesteding uitgeschreven voor kantoorartikelen en logistieke aanverwante dienstverlening. Het betreft een openbare Europese aanbesteding conform de Aanbestedingswet 2012.

De RUG is de verstrekker van de opdracht, voor zichzelf, en namens negen andere deelnemende onderwijsinstellingen. Het betreft daarom een samengevoegde opdracht, waarbij het College van Bestuur van de RUG als penvoerder de uiteindelijke raamovereenkomst zal ondertekenen namens de deelnemende instellingen. Naast de raamovereenkomst zal elk van de deelnemende instellingen afzonderlijk een verwerkersovereenkomst met de gecontracteerde leverancier afsluiten.

In het Aanbestedingsdocument is vermeld dat prijzen worden uitgevraagd op basis van het ‘inkoop-plus model’, waarbij inschrijvers voor de verschillende onderdelen van hun offerte een opslagpercentage moeten opgeven. Per onderdeel is een bandbreedte vastgesteld. Indien buiten deze bandbreedte wordt aangeboden, volgt uitsluiting van de betreffende inschrijving.

Op de aanbesteding hebben vier bedrijven ingeschreven. De RUG heeft op 5 februari 2019 aan Staples doen weten dat de inschrijving van Staples niet voldeed aan de voorgeschreven bandbreedte, waardoor Staples werd uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure.

Staples heeft bij brief op 11 februari 2019 aan de RUG toegelicht waarom zij volgens haar wel voldoet aan de voorgeschreven bandbreedte. De RUG heeft op 14 februari 2019 haar standpunt nader toegelicht. De RUG heeft voorlopig gegund aan Lyreco.

Staples vordert het voornemen tot gunning aan Lyreco in te trekken en RUG te gebieden om Staples toe te laten tot verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure. Hierbij heeft Staples alleen RUG gedagvaard en niet de negen andere deelnemende onderwijsinstellingen.

Ondeelbare rechtsverhouding

De RUG beroept zich op het exceptio plurium litis consortium. Staples moet volgens haar niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen, omdat alleen de RUG is gedagvaard en niet ook de andere deelnemende instellingen.

Het verweer van exceptio plurium litis consortium kan alleen slagen in geval het een ondeelbare rechtsverhouding betreft. Van ondeelbaarheid van een rechtsverhouding is sprake indien het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van al die betrokkenen in dezelfde zin luidt. Dit mag slechts worden aangenomen indien aard en inhoud van de rechtsverhouding daartoe nopen. Dat brengt mee dat de vraag of van zodanige ondeelbaarheid kan worden gesproken, zich niet altijd leent voor beantwoording in algemene zin. De bijzonderheden van het gegeven geval kunnen van doorslaggevende betekenis zijn.

De RUG en de andere deelnemende instellingen zijn afzonderlijke rechtspersonen. In het Aanbestedingsdocument is vermeld dat de aanbesteding wordt uitgevoerd namens meerdere instellingen en dat de RUG als penvoerder optreedt. Verder is ook vermeld dat het gaat om een samengevoegde opdracht en worden er na het sluiten van de raamovereenkomst met alle instellingen afzonderlijk, verwerkersovereenkomsten gesloten. Na gunning van de opdracht zullen dus voor zowel de RUG als de afzonderlijke deelnemende instellingen rechten en plichten ontstaan.

Dit leidt ertoe dat de RUG geen exclusieve bevoegdheid heeft met betrekking tot de gunning van de opdracht. De rechtsverhouding tussen de RUG en de andere deelnemende instellingen, is processueel ondeelbaar. Het is rechtens noodzakelijk dat de beslissing ten aanzien van alle aanbesteders gezamenlijk in dezelfde zin luidt. Het exceptio plurium litis consortium-verweer van de RUG slaagt.

Aangezien Staples slechts de RUG als gedaagde heeft opgeroepen in kort geding, is de consequentie daarvan dat Staples niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaard Staples niet-ontvankelijk in haar vorderingen.

(IBR, 10 april 2019)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl