Circulaire inkoop in de bouwsector

Toon pagina in menu

"Gelukkig zitten hier geen consultants in de zaal", zegt Hennes de Ridder aan het begin van zijn keynote – de tweede op het PIANOo-congres. De emeritus hoogleraar Integraal Ontwerpen uit scherpe kritiek op de invloed van adviseurs op publieke inkoop. "Mede door hen is de bouw de slechtst presterende tak ter wereld op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Publieke organisaties moeten weer de lead nemen."

De Ridder was van 1995 tot 2012 hoogleraar aan de TU Delft. Daarvóór was hij 22 jaar projectleider en troubleshooter bij HBG, destijds Nederlandse grootste bouwbedrijf. Hij werkte onder andere mee aan de Stormvloedkering in de Oosterschelde. "Ik ga het hebben over inkoop in de bouw: de sector waarin ik de meeste ervaring heb. Maar wellicht kunt u mijn inzichten zelf doortrekken naar andere domeinen."

Andere manier van inkopen

De wereldgemeenschap móét verduurzamen, stelt De Ridder. Ook Nederland. "Ons land is al tien jaar bezig met CO2-vermindering. Maar de CO2-uitstoot neemt elk jaar toe. Ook ons energiegebruik is bij lange na niet groen genoeg. En met onze wergwerpcultuur is circulariteit al helemaal afwezig." Als de bouwsector verduurzaamde, zou dat gigantisch schelen. Gerekend over de gehele levenscyclus van bouwwerken is de sector – dus ook met de energieconsumptie door gebruik – nu verantwoordelijk voor 50 procent van het energiegebruik in Nederland, 50 procent van de CO2-uitstoot, 45 procent van de afvalproductie en 25 procent van het wegverkeer. "Dat komt allemaal doordat bouwpartijen maatwerk ambachtelijk moeten maken – een gevolg van publieke opdrachtgevers die specificeren wat ze willen hebben. En er is geen zicht op verbetering. Tenzij u het als publieke inkopers over een andere boeg gooit."

Wat publieke inkopers moeten doen? "Streven naar circulaire bouw." En dat heeft volgens De Ridder niks te maken met cradle to cradle (‘een achterhaald concept’), materiaalpaspoorten ("leiden nergens toe"), 3D-prints van complete bouwwerken ("absoluut niet circulair") of windmolens ("die kunnen maar 15 jaar mee, waarna de stalen palen niet meer uit de zeebodem kunnen en de polyester wieken ongeschikt zijn voor hergebruik, nog niet eens gerecycled kunnen worden").

Wetten voor circulaire bouw

"Circulariteit gaat in de bouw om hoogwaardig hergebruik van bouwelementen en -componenten. Zo bestaat 90 procent van een bouwwerk uit elementen die een langere levensduur hebben dan dat bouwwerk zelf. Deze dingen – zoals balken en stenen – moeten met zo min mogelijk energie op een zo hoog mogelijk aggregatieniveau hergebruikt worden in andere bouwwerken. Maar zulke upcycling zie je zelden. Bijna alles gaat direct de container in."

Upcycling is één van de tien ‘circulariteitswetten’ die De Ridder opstelde. Hij werkte die in 2012 uit in zijn boek LEGOlisering van de bouw. "Aan geen van deze wetten wordt nog voldaan. Zo zouden we lokaal materiaal moeten gebruiken, maar importeren we vrijwel alles. Ook zouden we bouwelementen niet muurvast moeten zetten. We kunnen bakstenen nu bijvoorbeeld niet hergebruiken. Daarmee beperken we hun levensduur van minstens 3000 tot gemiddeld 60 jaar. Fijn voor baksteenproducenten. Maar niet voor de planeet: één baksteen maken, betekent 200 gram  CO2 uitstoten."

Grote macht van consultants

De Nederlandse bouw is allesbehalve transparant en objectief, vindt De Ridder. "De publieke inkoop in de sector voldoet niet aan de Europese regelgeving." Dat wijt hij vooral aan de grote macht van consultants. "Met het inkrimpen van de overheid zijn zij op de contractoverdracht komen te zitten; op inkoop en uitbesteding. Zij lopen zelf geen enkel risico als bouwprojecten langer duren en meer kosten. Integendeel, daar zit juist hun verdienmodel. Het is bepaald niet verrassend dat veel grote bouwprojecten de laatste jaren zo chaotisch en vertraagd zijn, met kosten die meermalen over de kop gingen." Hij hoopt dat publieke organisaties de lead terugpakken van consultants. En dat ze daarbij ook weer duidelijk maken wat de verschillende verantwoordelijkheden zijn van opdrachtgever en opdrachtnemer. "Publieke organisaties moeten de context te bepalen", vindt De Ridder. "Zij moeten hun wensen, eisen en randvoorwaarden kenbaar maken, inclusief circulariteit." De organisaties dienen ook te vertellen hoe ze claims over circulariteit beoordelen. Én hoe belangrijk zij circulariteit vinden ten opzichte van andere kwaliteitscriteria. "Maak bovendien inzichtelijk hoe iedereen op de criteria scoorde en waarin partijen met lagere scores zichzelf kunnen verbeteren voor volgende inschrijvingen."

Via een aanbesteding wil je als publieke organisatie keuzemogelijkheden krijgen. In de bouw gaat het vooralsnog om een keuze tussen aannemers; tussen hun bouwprocessen. Het bouwwerk is daarbij al gespecificeerd. Maar aanbestedingen zouden eigenlijk moeten draaien om een keuze tussen bouwwerken. De Ridder: "Het zijn de leveranciers die met gespecificeerde voorstellen moeten komen, aan de hand van jouw context. En het is de verkozen leverancier die verantwoordelijk is voor een goede uitvoering. Zo simpel kan het zijn. En zo simpel zou het móéten zijn."