Referentieproject (week 24)

De Combinatie heeft voor kerncompetentie A de uitvoering van een kademuur voor de gemeente Den Helder (en haar rechtsopvolger Havenbedrijf Den Helder) als referentieproject ingediend. Het Havenbedrijf heeft de inschrijving van de Combinatie ongeldig verklaard, omdat dit referentieproject niet aan de in de Inschrijvingsleidraad gestelde eisen voldoet. (Rechtbank Amsterdam 4 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3268)

Feiten en omstandigheden

Het Havenbedrijf heeft een openbare Europese aanbesteding gehouden voor het project “Kade Hoogtij” dat de realisatie van een nieuwe kademuur betreft voor binnenvaart- en short sea schepen aan het Noordzeekanaal in de Westzanerpolder, gemeente Zaanstad.

Uitleg referentie-eis

De Combinatie dient met een referentieproject aan te tonen dat zij beschikt over de juiste kerncompetenties voor de door het Havenbedrijf gestelde geschiktheidseisen omtrent technische- en beroepsbekwaamheid. Voor kerncompetentie A: de uitvoering van een kademuur, heeft De Combinatie als referentiewerk gekozen voor de uitvoering van een kademuur voor de gemeente Den Helder (en haar rechtsopvolger Havenbedrijf Den Helder). Het Havenbedrijf heeft dit referentieproject als ongeldig aangemerkt omdat een deel van het opgegeven referentieproject te oud is en het recente deel te beperkt is qua omvang. De vraag is of deze beslissing gerechtvaardigd was. Dit vereist uitleg van de toepasselijke paragraaf in de Inschrijvingsleidraad en toetsing van de inschrijving.

Uitgangspunt is dat aanbestedingsdocumenten moeten worden uitgelegd aan de hand van de cao-norm, die meebrengt dat bij de uitleg van de Inschrijvingsleidraad in beginsel de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst, van doorslaggevende betekenis zijn. Bij die uitleg kan ook acht worden geslagen op elders in de Inschrijvingsleidraad gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke, tekstinterpretaties zouden leiden.

In paragraaf 3.1.7 van de Inschrijvingsleidraad staat bij kerncompetentie A dat het moet gaan om een referentiewerk

betreffende de realisatie van een kademuur van ten minste 250 meter;

die is opgeleverd binnen een periode van vijf jaar voorafgaande aan de inschrijvingsdatum, (dus op of na 1 december 2012, vzr).

De Combinatie stelt dat bij de uitleg van het begrip referentiewerk moet worden aangesloten bij de definitie van het begrip “werk” in artikel 1.1. van de Aanbestedingswet (en de Europese jurisprudentie die daarop ziet), waarin het begrip “werk” wordt gedefinieerd als “een product van het geheel van bouwkundige en civieltechnische werken dat bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen”.

Dit standpunt wordt niet gevolgd. Het gaat in paragraaf 3.1.7 niet om de vraag of een bepaald werk moet worden aanbesteed, maar om de beoordeling van technische bekwaamheid van de inschrijver. Uit de bewoordingen van paragraaf 3.1.7 en overige inhoud van de Inschrijvingsleidraad kan worden afgeleid dat het Havenbedrijf aan de hand van Kerncompetentie A wil vaststellen of een inschrijver recente ervaring heeft met een (qua grootte) vergelijkbaar project. In dat kader is ook conform artikel 2.93 lid 1 Aanbestedingswet de referentieperiode van vijf jaar bepaald. Daarmee wordt voorkomen dat de ervaring die een inschrijver voor de opdracht nodig heeft te verouderd is, waarbij ervan wordt uitgegaan dat het verouderingsproces start na de oplevering van een werk. Aannemelijk is dat de gemiddeld oplettende en redelijk geïnformeerde inschrijver de voorwaarden voor het referentiewerk aldus uitlegt.

Beoordeling referentie-eis

Het Havenbedrijf heeft terecht het referentieproject van de Combinatie als ongeldig aangemerkt en haar uitgesloten. De primaire en subsidiaire vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen.

(IBR, 13 juni 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl