Design, Build & Maintain contracten

Toon pagina in menu

Design, Build, Maintain (&Operate) (DBM(O)) is een geïntegreerde contractvorm waarbij zowel het ontwerp, de bouw, het onderhoud en ingeval van een O, ook de exploitatie (bijvoorbeeld facilitaire diensten) door één opdrachtnemer worden uitgevoerd. 

Contracten op basis van Engineering & Construct (E&C) en Design & Construct (D&C) optimaliseren het ontwerp en de realisatie van een project. Voor het onderhoud worden dan afzonderlijke contracten gesloten. De opdrachtgever is daarmee niet altijd het beste af. De besparing op de aanlegkosten kan via verhoogde onderhoudskosten weer verloren gaan. Dit kan voorkomen worden door hantering van DBM(O).

Investeringsafweging

Ketenintegratie in de vorm van een DBM(O)-contract stelt de opdrachtnemer in staat om een (financiële) levenscyclusafweging te maken en daarnaar te handelen. De aanleg-, beheer- en onderhoudskosten worden meegenomen in de investeringsafweging. Doel is uiteindelijk om met een geïntegreerde en duurzame oplossing te komen die goed aansluit op de behoefte van de eindgebruiker. Zo kunnen de bouwkosten hoger zijn, bijvoorbeeld omdat er een duurzamere (duurdere) materiaal wordt gebruikt, terwijl de onderhoudskosten lager kunnen zijn omdat het gebruikte materiaal minder onderhoud vergt of energiearmer is. Belangrijk element in de afweging is de berekening van de totale levensduurkosten (levenscycluskosten) van het werk ofwel de Total Cost of Ownership (TCO).

Voor- en nadelen DBM(O) contract

Voordelen voor opdrachtgever zijn:

  • Focus en sturing op de levensduur van de infrastructuur of het gebouw;
  • Eén aanspreekpunt, geen onnodige coördinatie en afstemming, waardoor raakvlakrisico's worden beperkt;
  • Opdrachtnemer krijgt ruimte om optimalisaties door te voeren in de gehele keten met als resultaat een mogelijk betere oplossing voor de eindgebruiker;
  • Heldere risicoverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer;
  • Voor de duur van het contract, in ieder geval voor de exploitatieperiode, een vaste vergoeding voor het onderhoud;
  • Dit type contract is minder complex en relatief eenvoudiger op te stellen en te organiseren dan een DBFM(O) contract;
  • Een mogelijk bijkomend voordeel van een langjarig contract is dat het onderhoudsbudget niet meer onderhevig is aan de politiek, waardoor er sprake is van prijszekerheid.

Een DBM(O) heeft echter ook nadelen:

  • Beperkte flexibiliteit om scopewijzigingen door te voeren;
  • Hogere transactiekosten bij aanbesteden dan bij aanbesteding van meer traditionele contracten. Deels wordt dit veroorzaakt doordat aanbestedings- en contractdocumenten nog slechts beperkt standaard beschikbaar zijn;
  • Het sturen van de opdrachtgever op het combineren van investering en exploitatie vereist een andere manier van werken, van toetsen van deelproducten naar regie voeren op het proces; Continuïteit van de prestatie/dienstverlening is niet vanzelfsprekend, het vraagt aandacht;
  • Het samenvoegen van het investerings- en het meerjarige onderhoudsbudget is soms lastig ondanks het feit dat de door de opdrachtnemer geboden meerwaarde in de realisatiekosten zich terugbetaalt in lagere onderhoudslasten in de toekomst.
  • In vergelijking tot DBFM(O) ontbreekt de prestatieprikkel van de banken op het gebied van financiering.

Toepassing DBM(O)

Rekening houdend met de voor- en nadelen ligt toepassing van een DBM of een DBMO voor de hand wanneer een of meer van de volgende randvoorwaarden gelden:

  • De publieke opdrachtgever wil en kan sturen op levenscycluskosten;
  • De publieke opdrachtgever is in staat duurzaamheidambities te definiëren;
  • De opdrachtgever kan niet sturen op levenscycluskosten, maar wil wel uitvoeringsfouten binnen de contractduur van een DBM-contract aan het licht laten komen;
  • De opdrachtgever kan en wil een relatief stabiel langjarig contract voor de onderhoud en exploitatie aangaan met prijszekerheid;
  • De opdrachtgever wil de creativiteit en de kennis van de markt benutten voor betere integrale oplossingen voor de gebruiker;
  • Wanneer een project complex is en de opdrachtgever een risicoverdeling en risico overdracht wenst passend bij de expertise en verantwoordelijkheden van de beoogde opdrachtnemer;
  • De meerwaarde van de private financier (financiële prikkels van de bank) niet opweegt tegen de hogere financieringskosten voor de opdrachtgever.