Tegenstrijdigheden in aanbestedingsstukken (week 40)

In dit geschil komt de vraag aan de orde of de aanbestedingsstukken op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze zijn geformuleerd en of alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. (Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag 11 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11406)

Feiten en omstandigheden

Op 28 november 2017 heeft Rijkswaterstaat een aankondiging gepubliceerd op TenderNed voor de Europese aanbesteding 'Doorontwikkeling KR8'. De opdracht ziet onder meer op het begeleiden, opleiden en coachen van zogenoemde KR8-deskundigen en -leidinggevenden. KR8 is de (gewenste) manier van werken bij Rijkswaterstaat waarbij klantwaarde, respect voor mensen en de 'acht verspillingen' centraal staan.

Zes gegadigden hebben een inschrijving ingediend, waaronder Plus Delta en HOP. Bij brief van 25 april 2018 heeft Rijkswaterstaat aan Plus Delta bericht dat hij voornemens was de opdracht aan Plus Delta te gunnen.

Bij brief van 9 mei 2018 heeft Rijkswaterstaat aan Plus Delta bericht dat de aanvankelijke gunningsbeslissing was gebaseerd op een foutieve toepassing van de gunningmethodiek. Dit is gecorrigeerd en hierdoor is een wijziging in de ranking ontstaan die ertoe leidt dat Plus Delta niet langer voor gunning in aanmerking komt.

De opdracht wordt voorlopig gegund aan HOP.

Beoordelingsmethodiek

De inschrijving van HOP is beoordeeld met het cijfer 4 voor subgunningscriterium 2. Partijen twisten over de vraag of de inschrijving van HOP om die reden terzijde had moeten worden gelegd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het antwoord op die vraag niet eenduidig uit de aanbestedingsstukken volgt.

Niet alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure zijn op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze zijn geformuleerd. Dat brengt mee dat de vorderingen van Plus Delta en HOP niet voor toewijzing in aanmerking komen. Die vorderingen gaan immers uit van de veronderstelling dat de beoordelingsmethodiek in de aanbestedingsstukken duidelijk is, op een voor Plus Delta dan wel voor HOP gunstige wijze.

Rechtsverwerking

Op zichzelf is juist dat de aanbestedingsdocumenten onmiskenbaar tegenstrijdigheden bevatten, die de inschrijvers hadden kunnen en moeten opmerken alvorens zij een inschrijving indienden. Uit de Nota van Inlichtingen blijkt echter dat inschrijvers meerdere vragen hebben gesteld over een mogelijke terzijdelegging naar aanleiding van een bepaalde score. Daarmee hebben inschrijvers – waaronder Plus Delta en HOP – zich voldoende proactief opgesteld en is Rijkswaterstaat in de gelegenheid gesteld om de onregelmatigheden te corrigeren. Dat Rijkswaterstaat de verwarring met de gegeven antwoorden vervolgens alleen maar verder heeft doen toenemen, kan niet aan Plus Delta en HOP worden tegengeworpen.

Conclusie

De voorzieningenrechter gebiedt de Staat de aanbesteding 'Doorontwikkeling KR8' in te trekken en een heraanbesteding te organiseren in overeenstemming met het Europese aanbestedingsrecht, voor zover de Staat de opdracht nog wenst te gunnen.

(IBR, 3 oktober 2018)

Lees voor nuancering de volledige uitspraak  op rechtspraak.nl