Meten en monitoren van circulair en klimaatneutraal aanbesteden voor de GWW-sector (leernetwerk GWW, 26 september 2019)

Toon pagina in menu

Verschillende tools geven een impuls aan meer circulariteit in de Grond, Weg en Waterbouw (GWW) sector. Denk aan een levenscyclusanalyse, DuboCalc, het gebruik van een materialenpaspoort en het meten van losmaakbaarheid. Maar ook de CO2-prestattieladder blijft relevant.

Bepaal van tevoren wanneer en voor welk doel u een LCA inzet

U kunt een levenscyclusanalyse (LCA) op verschillende momenten toepassen: vanaf de voorfase tot en met sloopfase. Bij het ene project levert een LCA meer op dan bij het andere. De inzet van LCA blijft maatwerk en is afhankelijk van het project. Het laten uitrekenen en toetsen van een LCA kost behoorlijk veel tijd en vraagt een flinke inspanning. Een LCA is dus eigenlijk alleen proportioneel in grote projecten. Bij kleinere projecten kunt u de LCA naar de voorfase van het project halen en deze zelf uitrekenen.

DuboCalc inzetbaar voor grote en kleine projecten

DuboCalc  staat voor Duurzaam Bouwen Calculator en is ontwikkeld door Rijkswaterstaat om de duurzaamheid en milieukosten van aanbestedingen te berekenen en te vergelijken. Het is een methode die zich nog steeds verder ontwikkelt en verschillende toepassingen kent, al naar gelang het niveau waarop u de methode wilt inzetten. De huidige DuboCalc-berekeningen werken goed voor grote projecten, maar een quick and dirty inzet voor kleinere projecten is ook mogelijk. Ook binnen de RAW-systematiek kunt u DuboCalc-berekeningen gebruiken.

Materialenpaspoort gaat verder dan een ‘lijstje met spullen’

Ook het gebruik van een materialenpaspoort is een nuttige tool. Verschillende inkopende organisaties in de publieke sector gaan er nog – ten onrechte – van uit dat een materialenpaspoort bestaat uit een Excel-bestand met cijfers. In een materialenpaspoort staan echter veel meer meetbare gegevens, zoals de financiële waarde en de circulariteitsindex. In een materialenpaspoort moet de restwaarde van een bepaald materiaal meetbaar worden weergegeven, waardoor de discussie kan verschuiven van het ‘niet weggooien van materialen’ naar het ‘zorgvuldig oogsten van materialen’. Daardoor verandert ook het ontwerpproces. Het materialenpaspoort staat voor de GWW-sector nog in de kinderschoenen. Een overzicht  van de huidige stand van zaken vindt u op de website van Platform CB’23.

Losmaakbaarheid levert andere denkwijze op

Het in kaart brengen van de mate van losmaakbaarheid is een relatief nieuw concept, dat goed bruikbaar is in circulair aanbesteden. De opbrengst van het hergebruiken van materialen is namelijk het hoogst wanneer in het ontwerp al rekening wordt gehouden met gebruik van losmaakbare materialen, producten en elementen. Losmaakbaarheid werkt het beste in grote projecten, waarin ook gewerkt wordt met BIM en een materialenpaspoort. Het levert een andere denkwijze over materialen op wanneer u al meteen nadenkt over hoe u ze zou kunnen ’los maken’ voor een nieuwe toepassing. Met een hoge ‘losmaakbaarheidsfactor’ worden mensen enthousiaster om materialen opnieuw te gebruiken. Kijk voor de methodiek op de website van PIANOo.

CO2-prestatieladder blijft relevant

Het blijft relevant om leveranciers te vragen naar hun score op de CO2-prestatieladder. Ook bedrijven die het hoogste niveau op de ladder behaald hebben, moeten namelijk jaarlijks verbeteringen blijven doorvoeren. Daarnaast blijkt in de praktijk dat zeker nog niet alle marktpartijen gecertificeerd zijn. Via de website van SKAO  kunt u gemakkelijk opzoeken welke partijen welk certificaat hebben.

CB’23: Sector brede afspraken over meten circulariteit en materialenpaspoort

Circulariteit blijft een complex begrip. Daarom is de ontwikkeling van een Leidraad Meten van Circulariteit  van Platform CB’23 met open armen ontvangen onder inkopende organisaties uit de publieke sector. Ook voor het materialenpaspoort is een leidraad ontwikkeld en zijn vervolgacties in voorbereiding.

Over de sessie

Leernetwerk: GWW
Aantal deelnemers: 30
Externe sprekers: Magchiel van Os (Sant Verde, Dubocalc), Tijmen de Groot (SKAO, CO2 prestatieladder), Lonneke de Graaf (CE Delft, LCA), Martijn Oostenrijk en Sander Hoek (Madaster, Materialenpaspoort), Mantijn van Leeuwen (Nibe /CB’23, Leidraad meten van circulariteit), Mike van Vliet (Alba Concepts, Handreiking Losmaakbaarheid)
Bureau: Tauw (Chantal Schrijver)

De leernetwerken worden gefinancierd met klimaatgeld uit het regeerakkoord. Hiermee geeft de Rijksoverheid via inkoop een impuls aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Klimaatenveloppe: impuls klimaatneutraal en circulair inkopen