Uitstootvrij doelgroepenvervoer krijgt vorm (Leernetwerk Doelgroepenvervoer, 4 april 2019)

Toon pagina in menu

Gemeenten zullen de komende jaren de transitie moeten maken naar uitstootvrij doelgroepenvervoer. De bereidheid onder inkopende partijen is groot, daar lijkt het niet aan te schorten. Maar knelpunten als investeringskosten, voldoende oplaadpunten en toereikende productiecapaciteit staan een definitieve doorbraak nog een beetje in de weg. Hoe kunnen die dilemma’s worden opgelost?

Leerpunten

  • Betrek in- en externe partijen bij de inkoop van emissievrij doelgroepenvervoer. Denk aan interne afdelingen, provincie, vervoersregio en bedrijven. Een ‘regie-partij’ helpt om de partijen bijeen te brengen.
  • Overweeg de mogelijkheid om voertuigen zelf in te kopen. Dit voorkomt dat vervoerders na de contractperiode met een wagenpark blijven zitten.
  • Denk samen met andere afdelingen binnen de gemeente, regio of provincie vooraf na over een toereikend (snel)laadnetwerk in de regio.
  • Onderzoek mogelijkheden om contracten en ritten met elkaar te combineren en overweeg langere contracttermijnen ( 5 à 7 jaar). Een goede business case met voldoende kilometers en lange looptijd biedt vervoerders zekerheid om te investeren.
  • Oriënteer je op het groeiend zero-emissie aanbod van taxibussen en rolstoelbussen.

Gemeenten zullen de komende jaren de transitie moeten maken naar uitstootvrij doelgroepenvervoer. De bereidheid onder inkopende partijen is groot, daar lijkt het niet aan te schorten. Maar knelpunten als investeringskosten, voldoende oplaadpunten en toereikende productiecapaciteit staan een definitieve doorbraak nog een beetje in de weg. Hoe kunnen die dilemma’s worden opgelost?

Voorbereiding inkooptraject

Bij de voorbereiding op een inkooptraject van zero emissie (ZE) doelgroepenvervoer zijn steeds meer partijen betrokken. Interne afdelingen die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld duurzaamheid, luchtkwaliteit, onderwijs, zorg en welzijn. Maar ook provincies, vervoersregio’s en bedrijven zoals laadinfra-exploitanten, netbeheerders en voertuigfabrikanten. Met zoveel verschillende stakeholders kan het verstandig zijn om een regie-partij aan te stellen. Van Mourik: ‘De transitie naar zero emissie doelgroepenvervoer is gebaat bij zoveel mogelijk kennisuitwisseling tussen o.a. inkopers, vervoerders, laadinfra-exploitanten en leveranciers van zero emissie voertuigen. Bedrijven kennen de markt beter dan wie ook. Betrek hen – het  liefst in zo’n vroeg mogelijk stadium. Daarmee voorkom je dat je gemeente op een achterhaald spoor belandt.’

Belangen verschillen

Ook in de interne organisatie valt er bij gemeentes nog wel het een en ander te verbeteren. Van Mourik: ‘Elektrificatie van doelgroepenvervoer is een complex proces. Verschillende gemeentelijke belangen zitten elkaar nogal eens in de weg. Waarmee de ene wethouder sier hoopt te maken, kost de ander geld. Daarom is een goede afstemming zo belangrijk. Al blijven budgetkwesties natuurlijk wel politieke vraagstukken.’

Voertuigen kopen of leasen?

Elektrisch doelgroepenvervoer vraagt om hoge investeringen. Voor vervoerders bestaat daarmee het gevaar dat zij na afloop van een contract blijven zitten met een grotendeels stilstaand wagenpark. Volgens van Mourik is het een optie om te onderzoeken om de voertuigen zélf in te kopen. ‘Voertuigen die stilstaan is niet de duurzaamheid waar we naar toe willen. Wanneer gemeenten besluiten om de wagens zelf aan te schaffen, geeft dit zekerheid over een lange afschrijvingstermijn. Bovendien houdt de gemeente de regie zo zelf in handen.’

Aantal laadpunten stijgt

Voor een succesvolle transitie naar elektrisch doelgroepenvervoer is het essentieel dat er voldoende laadpunten zijn. Hoewel het aantal laadpunten in Nederland snel toeneemt, zijn er regio’s en provincies die nog wat achterblijven. Het zoeken van steun en samenwerking is volgens Van Mourik daarom noodzakelijk. Gelukkig zit ook de landelijke politiek niet stil. In de Nationale Agenda Laadinfrastructuur is het aantal laadpunten voor Nederland vastgesteld op 1,8 miljoen. In 2030 zullen die operationeel moeten zijn.

Wanneer rendabel?

Een veel voorkomend struikelblok bij ZE-doelgroepenvervoer vormt het gebrek aan gereden kilometers. Elektrisch doelgroepenvervoer (grote taxibussen en rolstoelbussen) is met name rendabel bij circa 50.000 tot 75.000 gereden kilometers per jaar. Van Mourik: ‘Voertuigen in het routegebonden vervoer staan nog vaak stil. Dit zie je vooral bij geplande activiteiten zoals leerlingenvervoer of dagbesteding. Als de vervoerder erin slaagt ritten beter te combineren, dan stijgt het aantal gereden kilometers en is elektrisch rijden gezien de lage brandstof- en onderhoudskosten financieel aantrekkelijk. Daarnaast is het goed om met langdurige contracten te werken. Dit biedt zekerheid voor vervoerders. Zij zullen dan eerder bereid zijn tot het doen van investeringen.’

Productie moet omhoog

Tijdens de bijeenkomst wordt duidelijk dat er een tekort is aan elektrische taxi- en rolstoelbussen. Gelukkig lijkt een kentering ophanden. Dankzij lichtere materialen, slimme ombouwtechnieken en lichtere batterijpakketen kwamen onlangs de eerste ZE-rolstoelbussen op de markt met een totaalgewicht van minder dan 3.500 kg. Deze voertuigen kunnen bestuurd worden door chauffeurs met een B-rijbewijs. Van Mourik: ‘Dit vind ik nu een geslaagd voorbeeld van marktdeskundigheid.

Over de sessie

De tien deelnemers aan de leernetwerksessie Zero Emissie Doelgroepenvervoer bogen zich over de vraag wat er nodig is om uitstootvrij vervoer van doelgroepen haalbaar te maken en welke samenwerking daar noodzakelijk is. Dat deden zij onder leiding van Laurens van Mourik en Robin Matton van EV Consult. Van Mourik kijkt terug op een succesvolle sessie. ‘De betrokkenheid was hoog. Wat begon als een inhoudelijke presentatie, ging al snel over in een groepsgesprek. Iedereen blijkt van goede wil, maar enkele knelpunten verdienen zeker aandacht. Als we die weten op te lossen kan emissievrij doelgroepenvervoer echt van de grond komen.’

De leernetwerken worden gefinancierd met klimaatgeld uit het regeerakkoord. Hiermee geeft de Rijksoverheid via inkoop een impuls aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Klimaatenveloppe: impuls klimaatneutraal en circulair inkopen