Planmatig werken aan een wagenpark zonder uitstoot (leernetwerk Zero Emissie voertuigen, 4 april 2019)

Toon pagina in menu

Steeds meer organisaties willen de transitie naar een duurzaam wagenpark maken. Maar hoe je intern de krachten bundelt en de belangen op elkaar afstemt? Dat blijkt voor velen nog een pittige uitdaging. Kees van Doorn, manager Wagenpark bij de gemeente Amsterdam, deelt zijn praktische kennis en ervaringen.

Leerpunten

  • Formuleer een organisatie-brede ambitie en communiceer deze duidelijk binnen je organisatie.
  • Zet hierbij ambassadeurs in om draagvlak te creëren voor deze ambitie.
  • Regel de inkoop van Zero Emissie (ZE) voertuigen op organisatieniveau.
  • Denk in een vroegtijdig stadium na over de laadinfrastructuur.
  • Zet waar mogelijk transitiebrandstoffen in als er nog geen elektrisch alternatief beschikbaar is.
  • Benut slimme combinaties: laat mensen en initiatieven elkaar versterken.

Kees van Doorn is manager Wagenpark bij de gemeente Amsterdam. Hij legt uit hoe de hoofdstad het aanpakt om haar ambitie te realiseren: een volledig emissievrij voertuigenpark in 2025. Geen gemakkelijk, maar wel een leerzaam traject. Van Doorn benadrukt het belang van een organisatie-brede ambitie. ‘Zo voorkom je dat afdelingen hun eigen belangen vooropstellen. Bovendien kun je de totale budgettaire ruimte optimaal benutten.’ Hij illustreert dit met een voorbeeld: ‘Wij maakten mee dat de afdeling Wagenpark geen budget meer beschikbaar had voor de aanschaf van elektrische scooters. Terwijl de afdeling Luchtkwaliteit nog budget over had. Omdat we de ambitie van CO2-reductie delen, konden we de scooters alsnog vanuit hun budget financieren. Een gezamenlijke ambitie stimuleert die interne samenwerking.’

Gedegen ingroeimodel

In de praktijk blijken medewerkers vaak hun eigen netwerk te raadplegen bij besluiten over de aanschaf van nieuwe voertuigen. Het nadeel hiervan is dat er dan naar elk voertuig afzonderlijk wordt gekeken. Beter is om naar het wagenpark als geheel te kijken en vervanging via een aanbesteding te organiseren. Emma van Bree van EVConsult: ‘Hierdoor kan de organisatie makkelijker kosten besparen. En werken vanuit een ingroeimodel voor het hele wagenpark, met de bijbehorende laadinfrastructuur.’

Tegelijkertijd is het belangrijk medewerkers te blijven betrekken. Beschouw collega’s die de transitie een warm hart toedragen als ambassadeurs. Zij zijn een essentiële schakel in het creëren van draagvlak voor de transitie naar emissievrije voertuigen.

Denk aan de laadpalen

De laadinfrastructuur die benodigd is om de ZE-voertuigen op te laden is een essentieel onderdeel van een doordacht ingroeimodel. Van Doorn adviseert om daar in een vroeg stadium over na te denken. De gemeente Amsterdam onderschatte aanvankelijk de impact van het aanleggen van de benodigde laadinfrastructuur, maar haalt dat nu in. Van Doorn: ‘De verduurzaming van een wagenpark dient gelijke tred te houden met de benodigde infrastructuur en laadpalen. Dat voorkomt problemen voor de operationele werkzaamheden. Bovendien zijn investeringen die nodig zijn om het netwerk achteraf te verzwaren hoger. Allemaal redenen om hier vroegtijdig over na te denken.’

Transitiebrandstoffen

De transitie naar een ZE-wagenpark levert ook dilemma’s op. Wat doe je bijvoorbeeld als je een deel van je wagenpark moet vervangen, terwijl er nog geen elektrisch alternatief beschikbaar is? Zogeheten transitiebrandstoffen zijn dan een uitkomst. Groengas bijvoorbeeld. Of blauwe diesel: een plantaardige diesel ook wel bekend als HVO. Een tip is om vooraf bij de leverancier/fabrikant na te vragen of de voertuigen hiervoor geschikt zijn. Overigens levert blauwe diesel weliswaar een fikse CO2-besparing op – tot wel 90 procent, maar draagt het nauwelijks bij aan de lokale luchtkwaliteit.

Slimme combinaties

Aan ambities ontbreekt het niet. Maar om echt een sprong voorwaarts te kunnen maken, is een organisatie-breed plan van aanpak nodig. Daarmee ontstaat een integrale visie en zicht op waar initiatieven slim te combineren zijn. Van Bree: ‘Wat helpt bij zo’n integraal plan is het maken van een overzichtelijk ingroeimodel. Hierin maken inkopende partijen concreet hoe de transitie eruit kan zien voor hun organisatie en wat daarvoor nodig is. Bovendien helpt het om intern de ambitie en plannen te communiceren en af te stemmen. Natuurlijk zal je dit plan ook moeten onderbouwen. Daarbij is inzicht nodig vanuit het eigen wagenpark, de markt voor ZE-alternatieven en het kostenplaatje op basis van de total cost of ownership.’

Over de sessie

Tijdens de leernetwerksessie Zero Emissie-voertuigen kwamen 21 deelnemers bijeen. Tijdens de sessie werd flink wat theorie behandeld en namen deelnemers actief deel aan het gesprek. Ook deden ze mee aan een rollenspel. Daarbij bedachten ze in kleine groepjes een aanpak voor de transitie naar een ZE-wagenpark. Ze kregen een briefje met daarop een functie die niet hun eigen functie was. Ze moesten zich dus inleven in een ander perspectief. Dat leverde zowel nieuwe inzichten als vragen op. Bovendien zaten de sfeer en de urgentie er daardoor gelijk goed in.

Begeleiding en gastspreker

Emma van Bree en Sjoerd Moorman van EVConsult verzorgden de begeleiding van de sessie. Kees van Doorn, manager Wagenpark bij de gemeente Amsterdam, was gastspreker.

De leernetwerken worden gefinancierd met klimaatgeld uit het regeerakkoord. Hiermee geeft de Rijksoverheid via inkoop een impuls aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie.
Klimaatenveloppe: impuls klimaatneutraal en circulair inkopen