Leernetwerk duurzame mobiliteit: Sleutelrol voor overheid in stimuleren duurzame mobiliteit - verslag 3 juli 2018

Toon pagina in menu

De transitie naar duurzame mobiliteit vraagt om een functioneel én financieel passend aanbod van duurzame vervoersmiddelen en daar bij passende infrastructuren. Beide ontstaan niet zomaar. De overheid kan een belangrijke rol spelen in het aanjagen van de verduurzaming van mobiliteit. Bijvoorbeeld door te kiezen voor échte verduurzaming van de eigen wagenparken en bij de inkoop van doelgroepenvervoer. Veel overheden en publieke instellingen willen daar graag in mee, maar hebben behoefte aan kennis, modellen, ideeën en (reken)voorbeelden om onderbouwde, toekomstbestendige keuzes te maken. Dat komt naar voren tijdens de eerste bijeenkomst van het Leernetwerk Duurzame mobiliteit, op 3 juli 2018 in de Utrechtse Jaarbeurs.

Voorbeeldfunctie én feitelijke impact

Dat het anders moet met mobiliteit is eigenlijk onomstreden, laat gespreksleider Chantal de Graaf van adviesbureau EVConsult in een helder overzicht zien. Transport heeft een stevig aandeel in de emissie van CO2 en fijnstof en veroorzaakt meer de helft van de uitstoot van stikstofoxide (NOx). De impact van vervoer op het klimaat en de leefomgeving is daarmee enorm. Tal van overheidsorganisaties werken daarom al aan de verduurzaming van hun mobiliteit of oriënteren zich daar nu op. Deels om het goede voorbeeld te geven en de markt een zetje in de duurzame richting te geven, maar zeker ook vanwege de feitelijke impact: de publieke diensten zijn verantwoordelijk voor heel wat vervoersbewegingen. Het Ministerie van Defensie bijvoorbeeld, is een van de grootste Nederlandse wagenparkbeheerders.   

Sluitende business case

Duurzame mobiliteit heeft de wind goed in de zeilen, stelt De Graaf van EVConsult, met name als het gaat om elektrische personenvoertuigen. Inmiddels kan een sluitende businesscase gemaakt worden voor elektrische personenauto’s, zegt ze. “Je moet dan niet naar de aanschafprijs kijken, maar naar de Total Cost of Ownership. De laadkosten en de onderhoudskosten zijn laag. En het wordt nog beter als je de batterijen van je vloot flexibel kunt inzetten op het energienet, daar is mogelijk mee te verdienen. ”Gemeenten en overheidsdiensten die zich positioneren als duurzaam en daadwerkelijk de stap zetten naar elektrisch vervoer, trekken daarmee bovendien meer innovatieve bedrijvigheid aan, aldus De Graaf. Robin Matton van EVConsult adviseert deelnemers te starten met een wagenparkscan. Op deze manier kunnen zij de mogelijkheden om over te stappen naar elektrische voertuigen en de impact hiervan in kaart brengen. Hier, zo valt te beluisteren onder de deelnemers van het leernetwerk, zou de beschikbaarheid van ondersteunende modellen en (reken)voorbeelden goed van pas komen om duurzame voornemens goed te onderbouwen, uit te kunnen leggen en door te rekenen.    

Benchmark duurzame inkoop

Met een jaarlijkse benchmark houdt Stichting Natuur & Milieu nauwgezet bij hoe de goede voornemens ten aanzien van duurzame mobiliteit terugkomen in gemeentelijke aanbestedingen voor doelgroepenvervoer en eigen wagenparken. Uit de laatste benchmark blijkt dat ruim driekwart van de aanbestedingen nog niet voldoet aan de vastgestelde duurzaamheidcriteria. Tegelijk blijkt ook dat het aantal aanbestedingen voor elektrisch vervoer is verdubbeld ten opzichte van de vorige benchmark. Er is dus nog een wereld te winnen, maar er is ook wel degelijk beweging, houdt Karin Blaauw van Natuur & Milieu de deelnemers aan het leernetwerk voor.

Moet het wel een auto zijn?

Met het programma Road to Zero wil Natuur & Milieu samen met bedrijven en overheden de transitie naar elektrisch rijden versnellen. De missie is een wagenpark dat in 2030 volledig elektrisch is, inclusief alle bestelbussen. Deelnemers aan het programma – onder andere de gemeenten Amsterdam en Rotterdam - wisselen kennis en ervaringen uit. Dat is nodig, want in dit proces moeten lastige keuzes gemaakt worden en met het inkopen van een stel elektrische auto’s ben je er niet. Blaauw wijst een aantal veelvoorkomende misverstanden aan, als het gaat om het verduurzamen van mobiliteit. Neem bijvoorbeeld het gebruik van ‘alternatieve brandstoffen’, waaraan een rol als transitiebrandstof kan worden toegekend. Maar echt duurzame alternatieven zoals elektrisch rijden op groene stroom levert echt goede duurzaamheidsprestaties op. Een product als bio-ethanol (85%) levert weinig (CO2) of geen (fijnstof, NOx) betere duurzaamheidsprestaties op, ten opzichte van ‘gewone’ benzine. Blaauw wijst er daarnaast op dat de meest duurzame stap die je kunt zetten nog wel eens wordt vergeten: hoe kom je tot minder auto’s op de weg? “Moet het wel een auto zijn? Dat behoort eigenlijk altijd de eerste vraag te zijn. En als het antwoord ja is, kan het dan een deelauto worden, als onderdeel van een bredere mobiliteitsmix?”

Pittig

Aart Meijles, projectmanager bij Gemeente Utrecht, heeft meteen een voorbeeld paraat, waardoor het aantal vervoersbewegingen en het aantal aan te schaffen auto’s drastisch kan dalen. In 2014 is de gemeente verhuisd van meer dan tien locaties naar één stadskantoor. “Dat heeft de aanschaf van heel wat auto’s gescheeld”, zegt hij. Meijles staat als ervaringsdeskundige voor de deelnemers aan het leernetwerk. Hij is belast met een inmiddels geslaagde opdracht uit het jaar 2012 van de toenmalige duurzaamheids-wethouder: maak 20 procent van het eigen wagenpark emissievrij in 2018. Dat is gelukt, na het overwinnen van de nodige weerstand. Het heeft Utrecht van een onvoldoende naar de top van de ranglijst gebracht in de benchmark van Natuur & Milieu. In het bereiken van zulke ambities helpt het enorm als de bestuurder mee stand houdt, aldus Meijles. “Deze wethouder heeft wel eens een pittig kopje koffie gedronken met een manager die dacht hierin zijn eigen gang te kunnen gaan. Dan is het meteen duidelijk.”

Exoten

Het instellen van milieuzones geeft in Utrecht een impuls aan het verder verduurzamen van de mobiliteit door de gemeente. Meijles: “In 2025 moet de bevoorrading in de binnenstad uitstootvrij plaatsvinden. In 2030 geldt dat voor de hele stad. Het is maatschappelijk gezien natuurlijk geen sterk signaal als wij onszelf dan een ontheffing moeten geven voor onze eigen voertuigen. ”De discussie onder de deelnemers komt daarmee op de “exoten”". Denk aan vuilniswagens, groenvoorziening of waardetransportauto’s. Hier biedt de markt bepaald nog geen panklare functionele en financieel haalbare oplossingen.

Commitment van de top

De exoten komen ook terug in de realistische case die door de deelnemers wordt behandeld. De case is ingelegd door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). DJI wil vanaf 2020 alleen nog emissievrije dienstauto’s inkopen. De deelnemers van het leernetwerk brengen in kaart wat hiervoor nodig en daaruit blijkt onder de deelnemers nog veel onzekerheid over de technische mogelijkheden. Een van de deelnemers vat samen: “Misschien kan het wel, misschien ook niet. Wat heeft de markt allemaal te bieden? We weten veel, maar we weten ook veel niet.” Bij de presentatie van oplossingen voor de case zijn de deelnemersgroepjes eensluidend over een belangrijke succesfactor: het commitment van de top om de ambitie echt waar te maken, ook – of misschien wel juist – als het een keer tegen zit.  

Vervolg

Het Leernetwerk Duurzame mobiliteit komt in het laatste half jaar van 2018 nog tenminste drie keer bij elkaar. De tweede bijeenkomst is gepland op 25 september 2018 en gaat verder in op dienstvoertuigen en de business case hiervoor. De derde bijeenkomst vindt (onder voorbehoud) plaats op 9 oktober 2018. Dan is het thema doelgroepenvervoer. De vierde bijeenkomst, op 30 oktober 2018, gaat ook over doelgroepenvervoer. Precieze tijden en locaties worden ruim van de te voren aan de deelnemers bekend gemaakt.
Leernetwerk Duurzame Mobiliteit

Programma Klimaatneutraal en Circulair Inkopen 

Het Leernetwerk Duurzame Bedrijfskleding is onderdeel van het programma Klimaatneutraal en Circulair Inkopen, dat gefinancierd wordt uit de Klimaatgelden uit het regeerakkoord.
Klimaatenveloppe: impuls klimaatneutraal en circulair inkopen