Leernetwerk Bouw en GWW - verslag 20 september 2018

Toon pagina in menu

Het is belangrijk om circulariteit te kunnen meten. Bijvoorbeeld om te bepalen welke partij het meest circulaire plan heeft ingediend. Zonder meetinstrument is dat lastig, omdat circulariteit een complex begrip is. Zo lijkt het logisch om meer gerecycled materiaal te gebruiken in plaats van nieuw. Maar beton op basis van gerecycled materiaal heeft bijvoorbeeld meer cement nodig. Welk effect heeft dat op de circulariteit? Gelukkig zijn er goede methodes om dat te berekenen. Deze stonden centraal in de tweede bijeenkomst op 20 september 2018 van het leernetwerk Bouw en GWW.

Na een korte inleiding op het thema rouleerden de deelnemers in groepen langs drie tafels met elk een eigen onderwerp. Na een inleiding volgde steeds discussie en was er ruimte om vragen te inventariseren voor een handreiking bij het betreffende onderwerp. Daarmee krijgt de bijeenkomst een concreet vervolg.

Circulariteit meten met levenscyclusanalyse

Het onderwerp van de eerste tafel, Life Cycle Analysis (LCA), werd ingeleid door Jochem Mos, oprichter van Ecochain. Hij legde uit dat je voor circulariteit de hele levenscyclus van het gebruikte materiaal moet analyseren. Je kunt bijvoorbeeld voor een hoog recyclingpercentage zorgen, maar als je het gerecyclede materiaal daarvoor van ver moet halen, is het negatieve effect van dat transport misschien wel groter. De uitdaging is niet alleen om de uitputting van grondstoffen tegen te gaan, maar ook om mee te nemen waar grondstoffen die uit de kringloop verdwijnen terechtkomen. Zorgen die bijvoorbeeld voor afval, smog of giftige stoffen in het milieu? Een LCA meet wel 16 factoren, maar er zijn tools om die allemaal te wegen en samen te voegen tot één getal. Een goed voorbeeld is de MilieuKostenIndicator (MKI), zoals gebruikt in DuboCalc. Aan MKI-waarden kun je bijvoorbeeld gunningsvoordelen koppelen. Houd er wel rekening mee dat een LCA niet vertelt hoe je een probleem het best oplost. Het geeft alleen aan wat een specifieke oplossing oplevert.

De deelnemers zien het belang om circulariteit op deze manier te meten, maar willen vooral weten wat ze daarvoor concreet moeten doen, hoeveel tijd dat kost en wat het oplevert. Hoe kun je een LCA meenemen in een uitvraag of een RAW-bestek? Kun je de waarden gebruiken om zelf al keuzes te maken of moet je dat aan de markt overlaten? Hoe bepaal je van tevoren wat haalbaar is en hoe maak je een benchmark? Hoe gedetailleerd moet je de werkwijze van een aannemer daarvoor kennen? Een handreiking kan helpen om zulke vragen te beantwoorden, maar je leert het snelst door gewoon aan de slag te gaan en aan te haken bij partijen die al op deze manier werken. Zo wordt circulair bouwen uiteindelijk de standaard werkwijze.

Losmaakbaarheid meten

Voor Jim Teunizen, partner bij Alba Concepts, gaat circulariteit verder dan alleen welk materiaal je gebruikt, waar dat vandaan komt en wat je er in de toekomst nog mee kunt – hergebruiken, recyclen of verbranden. ‘Waarom zou ik een hergebruikwaarde uitrekenen als ik niet weet of ik het materiaal nog wel uit een gebouw kan halen?’ vraagt hij zich af. Daarom kijkt hij ook naar losmaakbaarheid. Dat heeft te maken met de bouwtechniek, zoals het gebruikte soort verbindingen en hoe goed je daar nog bij kunt. Zo kun je onderdelen beter verbinden met bouten of klittenband dan met kit of pur. Alba heeft daarom een methode ontwikkeld om de losmaakbaarheid te berekenen en combineert dat met de Material Circularity Indicator (MCI, van de Ellen MacArthur Foundation) voor materiaalgebruik tot de totaalscore Building Circularity Index (BCI).

Jims stelling “losmaakbaarheid is dé belangrijkste randvoorwaarde voor circulair bouwen” oogst bijval, maar ook kritiek. Als onderdelen verslijten, heeft het bijvoorbeeld weinig toegevoegde waarde dat je ze los kunt halen. Of het kan meer energie kosten om losmaakbaar te bouwen. Hoe neem je dat mee in het totaalplaatje? De vraag is ook hoe je de vertaalslag maakt naar een uitvraag voor de markt. Er is bijvoorbeeld nog weinig ervaring met het gebruik van zo’n index als gunningscriterium. Een indexwaarde als eis opnemen kan wel. Als dan bij de uitvoering blijkt dat iets niet lukt, moet dat op een ander punt gecompenseerd worden.

Tools om circulariteit te meten

Aan de derde tafel besprak inkoper Daan Voogt van J.P. van Eesteren de resultaten van een onderzoek naar de meetbaarheid van circulariteit in de bouw, uitgevoerd door de werkgroep Bouw van de Green Deal Circulair Inkopen. In dit onderzoek heeft de werkgroep een inventarisatie gemaakt van bestaande tools om circulariteit te meten – zoals Optimal Planet, BREAAM, Ecochain, PRP en Circular IQ - en beoordeeld hoe geschikt deze zijn om te gebruiken in de voorbereidings- en aanbestedingsfase van bouwprojecten. Daarbij is gekeken of het echt om een tool gaat of om een certificaat, of de tools daadwerkelijk circulariteit meten en hoe bekend ze zijn in de bouwwereld. In een overzicht van de tools laat de werkgroep zien wat de tools precies meten, of de focus ligt op GWW, gebouwen of beide, en in welke fase van het bouwproces ze inzetbaar zijn.

Een belangrijk onderscheid daarbij is of de tools gericht zijn op harde gegevens van producten en materialen of op zachtere aspecten van leveranciers, zoals visie, aanpak en samenwerking. Die laatste zijn bruikbaar om een partij te selecteren nog voordat deze een concrete oplossing aandraagt. Dat biedt meer ruimte om later in het proces samen tot innovatieve oplossingen te komen. De deelnemers gaven aan het belangrijk te vinden om meer inzicht te krijgen in de beschikbare tools, ook op het gebied van gebruiksvriendelijkheid. Zodat je de tool kunt kiezen die het best past bij je wensen en behoeften en zelf niet eerst met verschillende oplossingen hoeft te experimenteren. Het liefst zouden ze zien dat er een toolvergelijker ontwikkeld wordt die helpt om makkelijk de meest geschikte tool te kiezen.

Casus The Green House

Tot slot gaf Rogier Joosten een presentatie over zijn werk als kwartiermaker bij The Green House, een circulair horecapaviljoen vlakbij Utrecht CS. Een inspirerende casus voor mensen die circulair willen bouwen en inkopen. Als Joosten later de deelnemers rondleidt, blijkt dat hij bij elk onderdeel van het gebouw wel een circulair verhaal heeft.

Om dat voor elkaar te krijgen, moet de opdrachtgever het hele proces blijven stimuleren om bij elke stap na te denken over zo veel mogelijk impact op circulariteit. Circulariteit hoeft geen euro extra te kosten. Maar dan moet de opdrachtnemer wel ruimte krijgen om te innoveren. Bij het paviljoen zijn bijvoorbeeld demontabele betonblokken gebruikt in plaats van heipalen. Dat scheelt 50 % materiaal, maar daarvoor moesten de specificaties wel veranderen. Daarbij is integraal denken belangrijk. Dankzij een duurzame gevel - met gerecycled glas - kon de klimaatbeheersing bijvoorbeeld eenvoudiger blijven. Tot slot is samenwerking onmisbaar. Onder meer voor het pay-for-use principe waarmee de exploitant bijdraagt aan een positieve businesscase. En voor de warmte: die komt van het Rijkskantoor de Knoop ernaast.

Programma Klimaatneutraal en Circulair Inkopen 

Het Leernetwerk Bouw en GWW is onderdeel van het programma Klimaatneutraal en Circulair Inkopen, dat gefinancierd wordt uit de Klimaatgelden uit het regeerakkoord.
Klimaatenveloppe: impuls klimaatneutraal en circulair inkopen