Strategische marktbenadering van het sociaal domein - verslag 7 juni 2018

Toon pagina in menu

Met drie decentralisaties hevelde het Rijk in 2015 veel verantwoordelijkheid voor zorg en welzijn over naar gemeenten. Die kopen deze ondersteuning voor hun burgers sindsdien in bij aanbieders in het sociaal domein. Maar hoe kunnen ze dat het slimst doen? Daarover gaat sessie 25 van het PIANOo-congres 2018 van het Centraal Planbureau (CPB) en enkele gemeenten.

Remco van Eijkel van het CPB opent de sessie met resultaten van een onderzoek dat zijn organisatie uitvoerde. "Werkt een systeem met veel of weinig aanbieders beter? En wat betekent dit voor de burger, de cliënt?"

Prikkel voor aanbieders

Er blijken grote verschillen tussen de gemeenten. Van Eijkel: "Sommige kiezen voor samenwerking met één of enkele hoofdaanbieder(s). Andere voor meerdere aanbieders en zelfs voor een open markt, waarbij burgers beslissen welke zorg- of welzijnsorganisatie hen ondersteunt." Het CPB-onderzoek toont aan dat die laatste optie voor sommige zorgvormen een beter aanbod oplevert. "Als een gemeente relatief veel organisaties toelaat als potentiële aanbieder en burgers de keuze laat maken, dan versterkt dit voor die organisaties kennelijk de prikkel om goede kwaliteit te leveren. Zij doen dan extra hun best om cliënten voor zich te winnen."

Een open markt is wenselijk voor de cliënt, maar niet altijd mogelijk, benadrukt Van Eijkel. Een voorwaarde is dat er genoeg ruimte moet zijn voor meerdere aanbieders (genoeg cliënten dus). Ook moet de geleverde voorziening deelbaar zijn (dus niet té lokaal) en dient het toetreden tot de markt eenvoudig te zijn (dat werkt niet bij specialisme).

"Wij hebben zelf één standaardaannemer en evalueren de samenwerking jaarlijks", zegt een kritische aanwezige tegen Van Eijkel. "Zolang die samenwerking goed gaat, is er toch geen probleem?" Van Eijkel weerlegt dat. "Je wordt dan te sterk afhankelijk van die ene aanbieder. Die verwerft zo een monopolypositie. Hoe langer dit blijft, hoe sterker die positie wordt." Een andere deelnemer vult Van Eijkel aan. "Je moet nieuwkomers ook een kans geven. En als er meer partijen zijn, zijn er meer mogelijkheden qua aanbod en kun je je eisen aanscherpen."

Ervaring uit Rotterdam

Na de presentatie van het CPB delen twee gemeenten hun ervaring met inkopen in het sociaal domein. Allereerst Liselore Ooijen en Rian Smit van de gemeente Rotterdam. "Wij hebben bij onze aanbestedingstrajecten gezocht naar maatwerkvoorzieningen", zegt Ooijen. "Voor dit soort voorzieningen hadden we sterke hoofdaannemers nodig. Bij de selectie zijn we dan ook vrij streng geweest. En we zijn blij dat we dit gedaan hebben. Door die strenge selectie is het nu makkelijk samenwerken."

De gemeente is geen fan van veel aanbestedingstrajecten open te stellen voor veel partijen. "Dat werkt niet voor kleine organisaties", zegt Smit. "Die hebben niet de menskracht om steeds aan zo’n traject mee te doen. Dat doet niet af aan hun kwaliteit van zorg. Ze kiezen er dan voor niet mee te doen, dat is voor ons soms een gemis."

Door de manier waarop de gemeente heeft aanbesteed, is het aantal zorgaanbieders in Rotterdam flink geslonken. Ook verschillen aanbieders minder in grootte en kwaliteit dan vroeger. "Er zijn flink wat zorg- en welzijnsorganisaties buiten de boot gevallen", vertelt Ooijen. "Niet alleen vanwege hun te kleine omvang of ondermaatse ondersteuning. Maar ook omdat velen de procedure niet begrepen. De nieuwe aanbestedingswet heeft veel onduidelijkheid geschapen."

Ervaring uit Leeuwarden

Waar koos de gemeente Leeuwarden voor? Aanvankelijk voor een open systeem, vertellen ambtenaren Johan Hartmann en Douwe Sibma. "We wilden ook kleine aanbieders goede kansen geven", aldus Sibma. "Dus om een breed aanbod te krijgen, beperkten we de hoeveelheid kwaliteitstandaarden. Dat gaf aanbieders rust."

De keuzevrijheid voor burgers heeft tot nog toe niet veel diversiteit in aanbod opgeleverd. Hartmann: "Eigenlijk zouden we willen sturen op inhoud. Maar dat gaat makkelijker met minder aanbieders." Hij ziet ook andere nadelen van het openmarktmodel. "Partijen hebben contracten van korte duur, anders dan in het aanbestedingsmodel. Daardoor werken ze van activiteit tot activiteit, met weinig oog voor langetermijnstrategie, verbetering en groei."

Leeuwarden zoekt naar manieren om het aanbod te verbeteren. "Daarom sturen we aan op betere manieren om de ervaring van cliënten te meten", vertelt Sibma. "Uit die meting kunnen we dan verbeterpunten halen." Daarnaast zoekt de gemeente manieren om financiële uitdagingen te tackelen. "Eén zo’n idee is om meer samen te werken met vrijwilligersorganisaties. Die hebben vaak veel expertise en  budget voor zorg en welzijn is krap. Zo’n samenwerking kan een uitkomst zijn." Voor de toekomst denkt de gemeente verder richting gebiedsgericht contracteren en financieren (populatiebekostiging).

PIANOo-congres 2018  op pianoo-congres.nl.